(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

CD Recensies

5 januari 2018

THE ROLLIN’ ROCK RECORDINGS/
JACKIE LEE COCHRAN

Part Records, PART-CD 6124.001

Ooit ben ik op rock ‘n’ roll bedevaart in Los Angeles – samen met Yves Messany van The Billygoat Riders en The Big Bayou Bandits, eerlijk is eerlijk, zelfs voor bandieten – op zoek gegaan naar de Gaslight club in Santa Monica waar naar verluidt Jackie Lee Cochran wekelijks optrad. We hebben die bar gevonden en Cochran trad er inderdaad op: hij zong er oldies voor een studentenpubliek. Tijdens de pauze zijn we een praatje wezen maken en in de tweede set vertolkte hij enkele van zijn rockabilly classics “voor zijn vrienden uit Europa” en we kregen er nog een gehandtekende CD bovenop. Een paar jaar later overleed hij in 1998 op 64-jarige leeftijd in zijn slaap, straks ook al weer 20 jaar geleden. God, we worden oud, maar U begrijpt dat u van mij nooit een slecht woord zal horen over Jackie Lee Cochran alias Jack The Cat zoals de publiciteit hem graag mocht aankondigen alias Jackie Lee Waukeen Cochran zoals hij zich noemde toen hij zijn kwart Cherokee roots via zijn grootmoeder wou benadrukken en zoals hij zich noemde op de twee Rollin’ Rock LP’s die op deze CD staan, Swamp Fox uit 1974 en (Ronny Weiser van Rollin’ Rock was nooit bescheiden) Rockabilly Legend uit 1977. Cochran vormde samen met Ray Campi, Mac Curtis en Johnny Carroll de vier azen van het Rollin’ Rock label dat in de jaren ’70 werd opgericht door de superenthousiaste Joods-Italiaanse immigrant Ronny Weiser, een label dat mede door dat niet aflatende enthousiasme zijn gelijke niet kende in de rockabillyrevival.
Swamp Fox heeft de kenmerkende alle metertjes in het rood slaande rammelende Rollin’ Rock sound met Cochran op gitaar en Ray Campi op contrabas en drums gedrenkt in een echo waarin een nummer als That’s Alright Mama letterlijk verdrinkt. Al evenzeer kenschetsend als je die Rollin’ Rock heruitgaves beluistert: dit bevat meer dan enkel rockabilly (C’Mon Over In The Clover) want we worden ook getrakteerd op op blues gebaseerde semi-akoestische ballades (Trouble In Mind), moerasmuziek (het uptempo titelnummer Swamp Fox en een uptempo cover van Muddy Waters’ Hoochie Coochie Man die eigenlijk het eindeloos herhaalde loopje van Linda Lu is), Johnny Burnette-achtige highschool country pop met Latijns- Amerikaanse flavour (Baby Doll dat dan ook een rondje Tequila in de solo heeft), trage bluesy country ballades (King Of Your Heart) en mambobilly (Hug ‘n’ Kiss Me) alsmede enkele heropnames van Cochran’s eigen nummers uit de jaren ‘50 zoals Riverside Jump en Hip Shakin’ Mama. Rockabilly Legend bezigt hetzelfde instrumentarium (alleen werd er op meer nummers piano gebruikt en speelt Cochran nu zelf ook nog eens de contrabas) maar klinkt niettemin voller en krachtiger, al is mij niet duidelijk waarom – zo gaat dat met huis-, tuin- en keukenopnames, misschien stond gewoon de wind anders. Stilistisch is deze LP even verscheiden met naast rockabilly ook melodieuze rock ‘n’ roll (They Oughta Call You Miss Heartbreak, Ain’t Gonna Let It Happen), medium tempo country ballads (The Lovin’ I Crave, Memories), opnieuw die Mexicaanse invloed (I Love You A Thousand Ways) en veel swamp stuff (Lulu, She Rocks Me, de uptempo bluesy stroll Walkin’ Cryin’ Blues - volgens mij moet dit het Polk Salad Annie tijdperk geweest zijn). Opvallend bij dit alles: 19 van de 24 nummers zijn eigen composities van Jackie Lee Cochran. In 1997 verscheen op HMG/ Hightone (USA) al de 20 track Jackie Lee Cochran Rollin’ Rock compilatie Rockabilly Music (CDHM6604) maar daarvan staat slechts iets meer dan de helft op deze Part CD, dus we zijn blij dat we deze twee platen met Jack The Cat in topvorm eindelijk netjes in volgorde op CD hebben, maar waarom staan Cochran’s drie Rollin’ Rock singles hier in hemelsnaam niet op? Of wil Andy Widder van alle Rollin’ Rock restjes een aparte CD maken? Soit, Jackie Lee Cochran ruste in vrede, en moge zijn naam mede door deze opnames nog lang verder leven. Info: www.part-records.de
(Frantic Franky)


LET THE BELLS KEEP RINGING 1956
Richard Weize Archives, ACD 12516

Ach, we hadden een half uurtje niks te doen dus snel nog even een volume van deze reeks over het New Yorkse budget label Bell Records erdoor gejaagd, zie in deze onze recensies van de volumes 1951 tot 1955. We zijn inmiddels in 1956 aanbeland en dat betekent dat de rock ‘n’ roll in volle kracht opkwam en Bell Records, het ”top song hit favorites” label met op de hoesjes in grote letters de titel van het liedje en in piepkleine of helemaal géén letters de naam van de uitvoerende artiesten, met spoed op zoek diende naar zangers die ook die nieuwe rock ‘n’ roll orkaan aankonden. Die vonden ze, maar de hoofdmoot blijkt in 1956 nog steeds pop- en croonermuziek geweest te zijn met Edna McGriff’s Just Walking In The Rain (van The Prisonaires in 1953 op Sun Records!), de natuurgetrouwe Que Sera Sera door Elise Rhodes, de Pat Boone ballade I’ll Be Home (oorspronkelijk een zwart nummer van doo-woppers The Flamingos) door Barry Frank, en een croonerversie van wat wij vooral kennen als Ivory Joe Hunter’s doo-wop ballade I Almost Lost My Mind door Dottie Evans. Memories Are Made Of This is female pop en ook Priscilla (de hit was van Eddie Cooley & the Dimples) is pop, ook al wordt het gebracht door veteraan rhythm ‘n’ blues tenorsaxofonist Buddy Lucas. Rock Island Line wordt door de manier van zingen van Jimmy Leyden (die na de tweede wereldoorlog nog bij het orkest van Glen Miller zong) bijna meer een parodie dan skiffle (Lonnie Donegan haalde er als Brit in Amerika zelfs de Top 10 mee). Ook In The Middle Of The House (Vaughn Monroe en Rusty Draper nagedaan door Peter Marshall & Tommy Farrell) is pophumor, Green Door van Jim Lowe kan je in de cover van Artie Malvin met wat goeie wil nog big band rock ‘n’ roll noemen en Blueberry Hill mag dan wel een noot voor noot cover door opnieuw Buddy Lucas zijn, de magie van Fats Domino ontbreekt. Ene Bruce Adams fluit Guy Mitchell’s Singing The Blues en tot slot is het volgens ons nooit Johnny Cash’s bedoeling geweest dat I Walk The Line door het Michael Stewart Quartet zo plechtstatig gezongen en netjes nagespeeld zou worden met zo te horen een wasbord. All in a day’s work voor Bell Records! Het geheel wordt geduid middels het in deze reeks traditionele CD booklet van 13 pagina’s met track per track info en illustraties. Info: www.rock-star-records.co.uk (Frantic Franky)

naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina