(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek gerecenseerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!

 

CD Recensies

16 november 2017

LADY KILLER/ SCOTTY BAKER
El Toro, ETCD 6086

Scotty Baker uit Australië speelde al op zowat alle grote festivals als Screamin (E), Viva Las Vegas (USA) en maar liefst vier keer de Rockabilly Rave (UK) en da’s wellicht deels te danken aan zijn filmsterlooks (sommige vrouwen noemen hem de rockabillyversie van George Clooney, al lijkt hij ons wat verdikt, tenzij ze hem op die bekende promofoto die je overal ziet een beetje smaller hebben afgedrukt als in werkelijkheid) maar vooral aan zijn talent om goeie songs te schrijven en aan zijn pracht van een stem. Net als op voorgangers Just Like That en I'm Calling It staan op zijn derde CD 14 songs van eigen hand, dit keer opgenomen in Engeland in Darrel Higham’s Embassy studio met The Doel Brothers die Baker ook al live on stage begeleidden.
De hoofdbrok op deze CD is twangy uptempo countryrock (Last Hurrah, Forget About My Heart, Bump Stops) maar het sympathieke is dat Baker zich niet beperkt tot rockabilly maar zich even goed in zijn sas voelt bij hillbilly boogie (Back To The Country, Weekend Daddy) met steel (Phil Morgan) en piano (mede-Australiër Ezra Lee), swingende rock ‘n’ roll met sax (Stephane Swervy van Swervy World en Diz & the Doormen) en piano (Baby’s Dress, One And Only One), western dramatiek (Barry John), Cash-abilly (One Of The Some en het door dat pingelende pianootje wondermooie I Still Don’t Care) en zelfs bij prima sixties rock ‘n’ roll (Girl I Need en het op de record hops mikkende Lady Killer), en hij zingt dat allemaal even goed en met evenveel gemak met die warme, aangename stem die zo rijk, diep en geschakeerd is. ’t Is altijd een genoegen om iemand te horen zingen die ook echt kan, euh, zingen, een beetje à la Sleepy LaBeef of Sonny George van The Planet Rockers light maar oh zo naturel, relax en nooit geforceerd. Die Bump Stops die we daarnet noemden lijkt wat op Don Woody’s Barking Up The Wrong Tree en zo staan hier nog een paar eigen nummers op die doen denken aan bestaande songs of beter gezegd variëren op bekende themas: Hank’s Cadillac borduurt met een vleugje Guitar Man door op de Big Boss Man rif, Back From The Dead is in de stijl van Hot Rod Lincoln gekoppeld aan Smoke Smoke Smoke That Cigarette. Nu ja, Baker’s melodietjes mogen dan niet altijd van de origineelste zijn, zijn teksten daarentegen zijn goed, spitsvondig, intelligent en tongue-in-cheeck grappig zonder te mikken op de bulderlach. Ja, dan merk je toch telkens weer het verschil met teksten geschreven door iemand wiens moerstaal niét het Engels is. Bovendien zit alles muzikaal 150 % snor dankzij de kwaliteiten van The Doel Brothers en de opnamekennis van Darrel Higham. Hebben wij dan helemaal niets te zeuren hier? Nee, voor één keer niet: dit is onvoorwaardelijk een van de beste CD’s dit jaar. Alsmede een van de beste platen dit jaar want ook uit op Bullseye vinyl (BE 119).
Info: www.scottybaker.com.au en
www.eltororecords.com. (Frantic Franky)


A NIGHT OF JUMP BLUES/ THE BIG JAMBOREE
El Toro, ETCD 6083

Wij hebben DJ Big H Jamboree (Harold Hartogs, de enige DJ die 78 toeren platen draait op een vintage installatie uit 1957), in Barcelona hebben ze The Big Jamboree, een achtkoppige swingband met gitaar, piano, trompet, baritonsax, tenorsax, drums, contrabas en bij momenten theatrale zang in de traditie van een Screaming Jay Hawkins of Tennessee Ernie Ford die begonnen als Bill Haley jive band al meer dan twintig jaar meedraait, al kunnen we ons voorstellen dat dat niet continu was: al die acht mensen zullen ook nog wel in andere bands spelen en de logistiek van een achtkoppige band draaiend te houden lijkt me allerminst evident, en dit is na New Times Old Stuff uit 2001 en Bang uit 2011 dan ook nog maar hun derde CD in die 20 jaar. Jump 'n' jive, jump blues, rhythm ‘n’ blues jive, je kan het kind vele namen geven en The Big Jamboree speelt al die subgenres uitstekend met kamerbreed uitgesmeerde arrangementen (eindelijk eerherstel voor de trompet als volwaardig solo-instrument), uiteraard de reden dat ze al mochten opdraven om de big beat te verzorgen achter – zo lezen wij – jaren ’50 artiesten als Lloyd Price, Roddy Jackson en Tommy Hunt van The Flamingos maar ook rockabillies als Hayden Thompson en wijlen Dale Hawkins. Hedendaagse artiesten met wie The Big Jamboree het podium deelden zijn zwarte doo-woppers The Extraordinaires (GB), de zwarte schreeuwlelijkerd Barrence Whitfield (USA) en de blanke die eigenlijk zwart wil zijn Mike Sanchez (GB), en hier staan inderdaad een paar nummers op in Sanchez’ stijl zoals Move On van Jeanette (Baby) Washington en het eigen Tick Tack. Maar The Big Jamboree is veel meer dan dat en op deze Night Of Jump Blues doen heel wat muziekjes de ronde met gelijke delen jive, neo-swing (Lula van Mike Robinson), big band swing (Love Roller Coaster van Big Joe Turner, het eigen You Left Me Now I’m Free), de Roy Brown/ Wynonie Harris rhythm ‘n’ blues school (Saturday Night), jazzy swing (de gitaar en piano in de uptempo instrumentals A Room Full Of Blues en A Night Of Jump Blues) tot zelfs exotica (hun trage big band versie van Baby Please Don’t Go) en early sixties zwarte muziek (My Girl Across Town van Lester Robinson & the Upsetters). Het geheel overstijgt de som van die delen want ondergetekende lust hier meer dan één bord pap van: deze muziek geeft me zin een net pak met stropdas aan te doen en een gleufhoed op te zetten. Rhythm Riot voer! Info: www.eltororecords.com en www.thebigjamboree.com, die laatste helaas enkel in het Spaans of – politiek correct anno nu – Catalaans. (Frantic Franky)


SMOKIN/ SMOKIN A
El Toro, ETCD 6084

Smokin A is Alex Filippenkov, gitarist van de Oekraïense rockabilly-/ jumpbluesband met de onmogelijke naam Ruki'v Bryuki, maar de muziek van Smokin A is helemaal anders en houdt het midden tussen Britse jaren ’60 rhythm ‘n’ blues, garagerock, exotica, beatnik en gangster noir, hypnotiserend repetitief door de triobezetting van elektrische gitaar, drums met veel percussie en contrabas. Dit is erg goed uitgevoerd maar ook een hele vreemde eend in de rock ‘n’ roll bijt en allerminst spek voor de gemiddelde rockabilly bek. Anderzijds speelt elk vogeltje zoals hij gebekt is en heeft dit wel degelijk iets, alleen ben ik er nog niet uit wat.
Info: en www.facebook.com/smokin.a.funpage www.eltororecords.com.
(Frantic Franky)

naar boven

9 november 2017

BURNIN’ RUBBER/ THE BLACK RAVENS
The Black Ravens, TBR01

Dit is de eerste productie – uitgezonderd die voor zijn eigen band – van Tumblin’ Go Go’s gitarist Arjan Grooten in zijn nederige studiootje in Nieuw Beerta, een dorp in Oost Groningen met 143 inwoners, één kerk en twee bordelen. De gelukkigen die zijn Ampex 351 bandopnemer mochten misbruiken waren The Black Ravens, een jong rockabillytrio uit het noorden des landschs bestaande uit de broers Anton (zang, gitaar) en Harald Jonker (contrabas) en Ite Bos op drums, en ze stuurden ons het resultaat verpakt in de meest flashy postpack ooit (de enveloppe lijkt een platgedrukte discobal) vergezeld van het dikste visitekaartje ooit. Aangezien dit dus werd opgenomen bij The Tumblin’ Go Go’s thuis zal het niemand verwonderen dat deze 12 eigen songs niet je standaard afgelikte rockabilly zijn maar baden in de vervormde kijk op de wereld van The Tumblin’ Go Go’s, alsof de muziek tot ons komt doorheen een dikke stofwolk steenkoolgruis, deels een gevolg van de gebruikte opnametechnieken met distortie op de gitaar en vreemde effectjes op de zang, maar ook deels door het veelvuldig gebruik van open akkoorden op de gitaar. Dat hoor je vaker bij jeugdige bands en zou je als kritiek kunnen opvatten, net zoals er nog gesleuteld kan worden aan de hogere regionen van de zang, maar daar gaat het niet om. Wat ertoe doet is dat je hier drie jonge kerels hebt met visie en een eigen aanpak, en we zullen wel zien waar ze uitkomen met hun eigengereide songs die door de basic aanpak soms wat weghebben van het rammelende van skiffle (Mary) en op hun meest melodieuze lonken naar de onschuld van Buddy Holly (Starvin’). Het is meer dan interessant om te horen wat deze jonge honden doen met rockabilly en vooral hoé ze dat doen, want ondanks een wat harder nummer als I Woke Up is de hoofdmoot wel degelijk rockabilly. Met andere woorden: in het oor te houden, deze voorlopig nog ongecorrumpeerde neefjes van die gekke Tumblin’ Go Go’s, en wel via www.facebook.com/theblackravensrockabilly. Burnin’ Rubber wordt officieel voorgesteld op zaterdag 2 december in Café De Witte Brug in Woltersum. (Frantic Franky)


THE WILD ONES/ THE WILD ONES
Rootz Rumble, RR89708

Op zaterdag 11 november doen The Wild Ones een comeback reünieconcert op de Rootsnight in de Warande in Turnhout (B) en da’s de eerste keer dat ze op de planken staan in 27 jaar. Te dier gelegenheid verschijnt nu hun album Crossroads bij ons weten voor het eerst op CD - bij ons weten (maar wij weten niet veel) verscheen geen enkele van hun drie platen ooit op CD. Dat wil zeggen dat een nieuwe generatie de kans krijgt deze Brusselse band te horen én te zien, en dat wil ook zeggen dat ik oud begin te worden want ik heb The Wild Ones destijds verschillende keren zien optreden. Helemaal in den beginne speelden ze trouwens heel andere muziek als op deze Crossroads, namelijk wat The Stray Cats zouden definiëren als Gene & Eddie, getuige hun Rockhouse LP Sounds Like Gene Vincent, opnieuw voor zover ik weet pas ná Crossroads verschenen als bundeling van singles uit de eerste helft van de jaren ’80 zonder toestemming van de band. ’t Is dan wel Belgisch en amper 35 jaar geleden maar ’t is nu al een kluwen waar een kat haar jongen niet meer in terugvindt. Het was in die vroege periode dat ik hen leerde kennen, toen nog met een andere contrabassist, Dirk Schoufs die later met de band Vaya Con Dias en zangeres Dani Klein in 1987 een wereldhit scoorde met Just A Friend Of Mine, al maakt succes duidelijk niet gelukkig: Schoufs overleed in 1991 aan een overdosis. En de reden dat ik me hem zo goed herinner is dat hij de enige Wild One was die Nederlands sprak, de rest was Franstalig, dus het was met Schoufs dat ik op hun concerten een praatje maakte. The Wild Ones waren geen stray cats maar straathonden, echte stratiers zoals ze in Brussel zeggen: ik heb frontman Didier Borra ooit tijdens een optreden van het podium weten stappen om een hartig woordje te gaan wisselen met de geluidsman van dienst.
Toen Sounds Like Gene Vincent verscheen waren The Wild Ones al radicaal van stijl waarvan het resultaat zijn weerslag vond in de LP’s Crossroads en Still Untamed, en de eerste daarvan is nu dus uit op CD als “limited edition 30th annniversary re-release debut album” (met als bonus hun kerstsingle uit 1986 met een popnummer en een trance blues) wat mijns inziens niet helemaal klopt want de oorspronkelijke versie van Crossroads verscheen al in 1986 als 6 track 12 inch maxi. Crossroads (bij deze heruitgave is die titel trouwens verdwenen) bevatte veel uptempo slide blues, bluesbop (Cat Squirrel van Dr Ross), hun hoogsteigen rockabilly die net geen psychobilly was (Down To Hell, Evil Creature), partybilly met The Southern Cats Are Go, een punk attitude met die geweldige Lust For Life cover alsmede een mojo die verdomd goed werkte. The Wild Ones klinken vuil en brutaal met straffe mondharmonica, straffe slide gitaar en jungle drums, en Borra schreeuwt zijn ziel uit zijn lijf, brult zijn zielepijn weg en spuwt de woorden uit alsof hij zonet een stevig pak op zijn bakkes kreeg waarbij een paar tanden sneuvelden. Nu noemen we dit roots, toen wisten we niet goed hoe we dit moesten noemen maar we wisten wel dat het opwindend klonk, en net als er toen al mensen waren die dit niet goed vonden zullen er ook nu nog steeds mensen zijn die het niet goed vinden, altijd een goed teken. Maar nu wij 30 jaar ouder zij het niet noodzakelijk 30 jaar wijzer zijn, valt pas op hoe goed dit wel was en hoe geslepen dit wel in elkaar zat, luister maar eens naar die schone klank van Werner Braito’s mondharmonica, naar dat mooie Cat Woman (het dichtste dat ze ooit bij pop kwamen) of dat klassieke The Best Way To Jive in Vaya Con Dios stijl (het dichtste dat ze ooit bij een hit kwamen). De gelijkenissen tussen beide nummers hebben me altijd getroffen, zeker als je weet dat Just A Friend Of Mine mede door ex-Wild One Dirk Schoufs werd geschreven en The Wild Ones al langer rommelden met wat The Best Way To Jive zou worden. Opnieuw voor zover ik het kan uitmaken was The Best Way To Jive eerst!
Crossroads verscheen destijds ook in Frankrijk, Spanje en zelfs Amerika maar niets blijft eeuwig duren: na nog een solosingle in 1990 als Wild One Dee + The Heat was het over en uit wegens – zo vertelt contrabassist Jack O’Roonie mij – teveel in de zak gezet door platenfirma en tourmanager. Borra trok naar Engeland, O’Roonie naar Amerika, en The Wild Ones vervaagden tot een herinnering voor wie de platen had en ze live had gezien. Geen idee in welke bezetting The Wild Ones daar in de Warande in november op het podium zullen staan (gitarist en oprichtend lid Ricky “Brewster” Clement woont tegenwoordig in Frankrijk en werd vervangen door Tony La Monica van The Wild Bombers) maar als dit ook maar enigszins de intensiteit van dit album benadert komt het daar wel goed. En als iedereen die nu op Facebook zit te posten dat The Wild Ones de beste Belgische band ooit waren ook effectief zijn kop zal laten zien in Turnhout zal het daar gezellig druk zijn. lnfo: www.facebook.com/thewildonesoriginal en www.donorcompany/rootzrumble
(Frantic Franky)

naar boven

26 oktober 2017

WOW WOW/ DEE’S HONEYTONES
Htones Records, HTR4712

Bijzonder bezig bijtje, die Diana van den Berg: runt al jaren de www.rockabilly-online.nl website en is frontvrouwe van niet één maar twee bands, Dee-Ann & the Nightcaptains en Dee’s Honeytones, twee bands die met contrabassist Marcel van den Berg en drummer Rene Klein voor driekwart uit dezelfde mensen bestaan. Het verschil zit ‘em in de gitarist: Wim van der Heiden bij The Nightcaptains, Patrick Engelen bij The Honeytones, wat een wereld van verschil maakt want uiteindelijk is het de gitarist die het geluid van een band bepaalt. Bovendien grossieren beide bands in een heel ander muzikaal spectrum: Dee-Ann & the Nightcaptains, van wie wij recent de CD Captain’s Diner positief recenseerden, handelen in rockabilly en aanverwanten, Dee’s Honeytones bevinden zich helemaal aan de andere kant van de rock ‘n’ roll regenboog en grasduinen in zwarte swing en forties/ fifties rhythm ‘n’ blues oftewel boppin’ rhythm ‘n’ blues zoals ze’t zelf noemen.
Na debuut Hot Damn uit 2014 is dit de tweede Honeytones CD en het grootste verschil tussen beide albums is dat Dee-Ann niet alleen een aantal nummers voorziet van een vernislaagje piano maar hem ook van katoen geeft op een Hammond orgel, en dat er op Wow Wow op nog meer nummers met nog meer gastblazers gewerkt wordt: 44 Shakedown saxofonisten Lodewijk Reijs op bariton en Tim Blonk op tenor en alt + Marcel de Roode van de Bill Baker Big Band op trompet spelen mee op meer dan de helft van de nummers. Wat meteen de vraag doet stellen hoe dit live klinkt zonder die gastblazers? Meer rock ‘n’ roll? Meer bluesy? Want als er nu één ding is waar ik de builenpest en het apeschurft van krijg dan zijn het wel rhythm ‘n’ blues gitaren, daar heb ik nooit een geheim van gemaakt. Gelukkig valt dat op deze CD reuze mee: de gitaar klinkt inderdaad soms rhythm ‘n’ blues maar overheerst nergens en de CD is heel gevarieerd qua muziekjes want Dee’s Honeytones serveren zwoele swing jazz (Out Of My Mind), early sixties soul blues met plagende stoten Hammond (Little Black Dress), zwarte rock ‘n’ roll (Big Bess van Louis Jordan, I’m Gone), rhythm ‘n’ blues rock ‘n’ roll (bluesgitarist LC McKinley’s Nitwit), retro swing (Nine Kisses), jive (Louis Jordan’s I Want You To Be My Baby, onder meer gecoverd door Dana Gillespie in 1991 en door onze eigen Gigantjes in 1987) tot zelfs een trage blues toe die – welhaast ongelooflijk – ook best meevalt (Back In My Arms). Daarbovenop steekt in enkele nummers een Hammond groove om u tegen te zeggen: Ain’t Gonna Do That en Imelda Marcos lijken in de solo’s wel Booker T & the MG’s te bezweren, wat wij die houden van groene ajuinen niet betreuren, en uiteraard vloeien al die subgenres netjes in elkaar over. Nog meer variatie: ook Rene en Pat zingen een nummertje en Mars zingt er zelfs twee (die moet altijd wat meer). Extra punten: slechts vier van de 12 nummers zijn covers, de andere acht komen uit de kokers van Marcel van den Berg en van Dee-Ann zelf. En alles samen geeft dat een meer dan leuke CD van een meer dan getalenteerde Rotterdamse band. Htones is hun eigen label dus gaat dat zien, gaat dat horen en gaat dat kopen via www.honeytones.nl!
(Frantic Franky)


HELL HATH NO FURY/ JAMIE CLARKE’S PERFECT
Wolverine Records, WRR224

Op basis van het hoesje verwachtte ik het hardere rock ‘n’ roll werk maar zoals geweten doordrenken modes àlle subculturen en muziekstijlen: Jamie Clarke’s Perfect blijkt een opgefokte versie van Ierse drinkliederen te plegen, wat niet mag verwonderen als je weet dat Clarke, nochtans een Londenaar, van 1994 tot 1996 gitarist van The Pogues was. In 1997 vormde hij Perfect dat tot op heden in verschillende bezettingen een tiental CD’s uitbracht. Eén bekende naam in de huidige bezetting: Pierre Lavendel (D), van 2005 tot 2007 contrabassist van The Frantic Flintstones (GB), op gitaar, banjo en mandoline. De muziek van Jamie Clarke’s Perfect, door de band zelf folkabilly rock gedoopt, hotst en klotst maar door met zowel een hoog pretpunk als een hoog hoempapa gehalte maar is in wezen traditionele poprock gebracht met het typerend Ierse instrumentarium van accordeon en vooral banjo. La Bamba wordt vermengd met een niet nader genoemd instrumentaal deuntje dat op zich leuker is dan die La Bamba zelf waar ze uiteindelijk weinig mee doen. Nee, dan is het eigen Rockabilly Elements beter omdat dat inderdaad elementen uit rockabilly toevoegt aan hun stijl, maar zo is er helaas maar één nummer op de 13. En geef het maar toe, Jamie, dat instrumentale Un Hoyo Es Un Hoyo is toch gewoon Biscaya van James Last? Het zal wel allemaal onder rootsrock resorteren maar door de inherente beperktheid van het uitgangspunt (net hetzelfde wat buitenstaanders steeds zeggen over rockabilly, hahaha) durven wij dit enkel aanraden aan hellbillies op speed, aan het Sjock publiek en aan wie graag Guinness drinkt. Nederlandse verdeling via www.sonicrendezvous.com. Info www.wolverine-records.de en www.jamie-clarkes-perfect.jimdo.com (Frantic Franky)


DEATH AT MY DOOR/ THE CREEPSHOW
Concrete Jungle Records, 1027066CJR

Deze CD is karakteristiek voor minstens een deel van de huidige en vooral Amerikaanse psychobillyscene: een band die er half rock ‘n’ roll en half, euh, anders uitziet, een muur van geluid, rockgitaar, een snelheid waarmee u in de bebouwde kom garantie geflitst wordt, keyboards (vooral gebruikt als orgel wat sommige nummers een griezelfilm effect en het geheel ook een surf edge geeft) en backing vocals die alle songs een episch karakter geven. Voeg daarbij dat zangeres Kenda Legaspi (hun derde zangeres sinds de band uit Ontario, Canada in 2005 werd opgericht) niet enkel zingt maar ook klinkt zoals Imelda May en dan luidt de oppervlakkige conclusie al snel dat dit een hardere versie van de Ierse deerne is. Uitgezonderd de titeltrack klinken de 10 nummers meer rock dan psycho, zeg maar gerust rock met een contrabas, New Kings klinkt door de piano en de blazers als speedswing en de semi-akoestische afsluiter My Soul To Keep sméékt gewoon om radio airplay. Dit alles neemt uiteraard niet weg dat The Creepshow zeker zijn verdienste heeft want de productie is ronduit uitstekend en dit klinkt dan ook geweldig. Dat dit objectief beluisterd goed is staat buiten kuif, sorry, kijf, maar de vraagt blijft op welk publiek deze “genre defying band” zoals de promo dan zo fijntjes stelt nu eigenlijk mikt. Of u en ik dit goed vinden hangt immers geheel af van uw en mijn smaak. Ook uit op gelimiteerd gekleurd 180 gram vinyl met download kaart, Nederlandse verdeling via www.sonicrendezvous.com. Info www.thecreepshow.ca en www.concretejunglerecords.com (Frantic Franky)

naar boven

18 september 2017

A LIVING SICKNESS/ THE TUMBLIN’ GO GO’S
The Tumblin’ Go Go’s, TGG08

Je hebt zo van die bands die onverstoord, onverdroten en eigengereid hun eigen ding blijven doen en gelijk hebben ze: niet plooien naar de eisen van de markt maar gewoon doen wat je wil doen, en als de mensen volgen creëer je je eigen publiek. Of niet natuurlijk, en dan kan je er beter mee kappen. The Tumblin’ Go Go’s uit Roden (Drenthe) zijn zo’n band die sinds 2003 helemaal op zichzelf doorwerken en dat ze bestaansrecht hebben bewijst het simpele feit dat dit reeds hun achtste CD is: het trio timmert niet zozeer aan de weg maar baant zich binnen het hardere werk gewoon hun eigen rock ‘n’ roll snelweg. Op A Living Sickness is het niet anders: krachtige bolbliksems van eigen composities die zich situeren in het spanningsveld tussen psychobilly en neo. De CD bevat met drie op de elf nummers veel instrumentals (Mercenary, Shitkickers, de als Mexicaanse western vermomde surf Stabwounds) en opvallend veel uptempo slide gitaar die een beetje een Vietnam sfeertje creëert, soms klinkt als een steel en een wat psychedelisch (Ravens Took My Bones To Hell) roots effect geeft. A Living Sickness baadt in een heel low-fi geluid met veel wah wah en vervreemdende effecten op vooral de gitaar alvorens te eindigen met Bier Und Jägermeister, een in het Duits gezongen meebruller gebaseerd op het Mexicaanse volksdeuntje Cielito Lindo. The Tumblin’ Go Go’s bewegen zich in een nachtmerrie-achtig landschap zonder rechte hoeken, het rock ‘n’ roll equivalent van een lsd trip, want in het Tumbin’ Go Go’s universum is niets wat het lijkt. Voor 10 euro + porto sturen ze deze ziekte gezellig naar je thuis, info: www.tumblingogos.nl
(Frantic Franky)


SPINNIN’ AROUND/ VINCE & THE SUN BOPPERS
Rhythm Bomb, RBR 5851

Over Gone For Lovin’ (Rhythm Bomb RBR 5830), het debuut van de in 2014 in Sicilië door Vince Mannino en Giovanni Ziino, respectievelijk gitarist en drummer van Dale Rocka & the Volcanos, opgestarte Vince & The Sun Boppers schreven wij in 2016 “prima CD met goeie en strakke authentieke rockabilly waarbij de Sun vlag de lading niet helemaal dekt: dit echoot wel degelijk de Sun sound (vooral in de gitaar) maar kopieert die niet, nee, ze vertrekken vanuit Sun om hun eigen ding te doen dat nu eenmaal geïnspireerd is door Sun”. Deze opvolger gaat nog breder en bevat 14 zelfgepende tracks opnieuw opgenomen bij Lightning Recorders in Berlijn en die hebben ‘em toch maar weer eens een machtig mooie sound opgeleverd, zeg! Kent u de Bear Family reeks That’ll Flat Get It? Zo klinkt Spinnin’ Around namelijk: zonder meer een uitstekende productie in een knisperend cleane sound van melodieuze laat jaren ’50 major label rock ‘n’ roll en rockabilly (Real Gone Papa) met scherpe gitaar en een wat hogere stem dan standaard gebruikelijk. That’ll Flat Get It Volume 25: The Best Of Vince Records, ik grap maar wat. Zo gevarieerd klinkt deze CD ook qua liedjes en melodietjes: Don’t Give Up With Love is uptempo late fifties countryrock in Johnny Cash meets Johnny Horton stijl, en ook One Love tapt uit dat uptempo countryrock vaatje maar dit keer met een indianen effect. Frank’s Barber Shop is een vlijmscherpe instrumentale gitaarstroll die rondjes loopt binnen het rock ‘n’ roll akkoordenschema, en er is – kan niet anders als je The Sun Boppers heet – wel degelijk aandacht voor het mythische Sun label: Oh Baby is Sun shuffle in tegentijd, Gal Of Mine lijkt wel Sun light, en ook Red Headed Mama helt over naar de Sun rockabilly kant. Daartussen verstopt: enkele songs met een wat hardere, scherpere edge zoals titeltrack Spinnin’ Around. Vinyl fetisjisten, red hot mamas en real gone papas opgelet: de 10 inch versie (RBR LP-5927) bevat slechts 10 van de 14 tracks! Info: www.facebook.com/vincethesunboppers en www.rhythmbomb.com. (Frantic Franky)

naar boven

14 september 2017

KITTEN WALK/ MARYANN & THE TRI-TONES
Rhythm Bomb, RBR 5833

Over het debuut van deze band uit Estland (Supersonic Gal RBR 5832) was ik niet 100% tevreden: in juni 2016 schreef ik dat “het geheel zo’n beetje doelloos alle richtingen uitrent zonder echt doel te raken. Het resultaat is zeker niet slecht maar dit lijkt me vooral een band om live te ervaren”. Waartoe ik in juli de gelegenheid had toen ze een weekendje in Nederland en België zaten! Deze opvolger is beter (en langer: 13 nummers tegen de slechts 10 op Supersonic Gal): de borstelende drums en inventieve gitaarsolo’s maken rockabilly en rock ‘n’ roll nummers met verschillende tempo’s en in tegenstelling tot Supersonic Gal zonder moderne overgangen als Hold Me Tight, Heartbeats en Love Me Tonight tot een plezier om te beluisteren. Opvallend verschil met Supersonic Gal: de gast-pedal steel op enkele nummers door ene Tönu Timm die door zijn Les Paul-achtig spel van Aint Gonna Love You Anymore een hoogtepunt maakt. Of luister naar het ijle engelengezang van When I See You dat bijna enkel uit steel bestaat, de Red Foley cover Looking Glass of opnieuw die steel die ook in het instrumentale If I Had You (een croonerballad die helemaal tot 1928 teruggaat) naar gitaartovenaar Les Paul refereert. Mariann Lants’ zang is een pak relaxter en met minder manierismes als op Supersonic Gal en daardoor uiteraard een pak natuurlijker. De CD werd opgenomen door Axel Praefcke en Ike Stoye bij Lightning Recorders in Berlijn die dit keer zorgden voor een warme jaren ’50 RCA sound. Ja, als wij 100 % tevreden zijn zeggen we het ook. Kom hier Maryann dat ik u tegen mijn gilet trek! Info: www.rhythmbomb.com en www.facebook.com/tritonez
(Frantic Franky)


NERVOUS WRECK/ VOODOO SWING
Chromodyne Records, CMD-17-VS1E

Na enkele jaren windstilte is Voodoo Swing weer helemaal terug en gelijk op tour in Europa, wat ons niet verbaast want een oude tourhond als Shorty Kreutz, bezig met Voodoo Swing sinds begin jaren ’90, is ons inziens zo verslaafd aan touren dat hij gewoon niet meer kan thuiszitten. En zoals we Kreutz kennen hoort bij die tour gelijk een nieuw CD’tje, kwestie van iets te verkopen te hebben om wat extra zakgeld te verdienen. Deze 6 tracker, opgenomen met Tommy Collins op contrabas en nieuwe drummer Walter Spano (dezelfde bezetting waarmee ze vorig jaar de full-CD To You My Friend uitbrachten), werd in één weekend opgenomen, gemixt en gemasterd (al werd er zo te horen wel een tweede elektrische gitaar overgedubd) en er werden maar een paar 100 exemplaren geperst, vertelde Kreutz ons, dus wie ‘em deze zomer miste zal wellicht moeite hebben om dit nog op de kop te tikken, maar de ware Voodoo Swing fan zal het Amerikaanse trio wel gezien hebben op een van hun vele concerten. Diezelfde fan weet dat de band zowat alle zwaardere hedendaagse rock ‘n’ roll stijlen hanteert en dus ook niet voor één rock ‘n’ roll gat te vangen is. Opener Pow Pow Pow is uptempo bluesrock op bluesbop patronen – of uptempo bluesbop op bluesrock patronen, daar ben ik nog niet uit. I Don’t Hate You is een tongue-in-cheek semi-akoestisch retro swing ding, Linda Lee is Voodoo Swing’s interpretatie van rechtdoor rock ‘n’ roll. De laatste drie nummers, de tweede helft van de CD dus, zijn bluesrock zonder bop, wat betekent dat als je daar opener Pow Pow Pow bijtelt bluesrock ‘n’ roll het hoofdthema van deze mini vormt, misschien geen verrassing voor de fans of voor wie Kreutz’ solo-CD Full Custom Boogie uit 2014 kent. Die fans zullen niet teleurgesteld zijn, tenminste als ze dit hebben: Chromodyne is een label uit Phoenix, Arizona, dus àls u dit miste wensen wij u veel geluk om dit te vinden. Info: www.chromodyne.com en www.facebook.com/voodooswing (Frantic Franky)


LET THE BELLS KEEP RINGING: 12 HITS FROM 1952 Richard Weize Archives, ACD 12512
LET THE BELLS KEEP RINGING: 12 HITS FROM 1953 Richard Weize Archives, ACD 12513
LET THE BELLS KEEP RINGING: 12 HITS FROM 1954 Richard Weize Archives, ACD 12514
LET THE BELLS KEEP RINGING: 12 HITS FROM 1955 Richard Weize Archives, ACD 12515

Bell Records was een budget coverlabel opgericht in New York in 1952 dat de hits van de dag liet coveren door onbekende artiesten en die singles voor een fractie van de normale prijs van een single op de markt bracht, destijds een gangbare en zelfs respectabel geachte praktijk die ook bij ons navolging vond: in Nederland had je Talent, Topsy, Teledisc, het vermaarde Lion Tops van Leeuwenzegel margarine, het evenzo vermaarde PPK (de Populaire Platen Kring EP’s met 6 tot 8 tracks), Clarion, Fellowfoon/ Discofoon (beiden V&D warenhuis) en de flexiplaatjes van het Rotterdamse bedrijf Sonopresse, in België Teeny, de kaasplaatjes van Kraftone en de Expo Brood singles waarvoor je punten moest sparen van de zakken van het Expo brood.
En in New York had je dus Bell waarvan de artiesten dan onbekend mogen zijn geweest, ze gebruikten wel topmuzikanten (gitarist Al Caiola!) in topstudio’s waardoor die plaatjes echt wel goed waren. Bovendien haalden ze af en toe toch grote namen binnen, zij het dat die op dat moment meestal al op hun retour waren: ook hepcat avant la lettre Cab Calloway (zijn Bell opnames verzameld op de Richard Weize Archives 10-inch Let The Bells Keep Ringing recenseerden we reeds eerder), zingende cowboy Roy Rogers (suikerzoete countrypop voor kindjes?) en orkestleider Tommy Dorsey (big band swing, uiteraard) namen op voor Bell, naast minder bekende maar niet geheel ónbekende namen als Buddy Lucas, Edna McGriff en Betty Johnson. In 2005 verscheen op Ace (GB) al de 26 track verzamel-CD Rock ‘n’ Roll Bell Ringers, intussen kocht Richard Weize (D) Bell over en hij bracht een reeks van negen CD’s uit die Bell in kaart brengen van 1952 tot 1960 à rato van 12 tracks per jaar wat wij naar Bear Family/ Richard Weize maatstaven toch vrij mager vinden omdat Bell letterlijk honderden singles uitbracht, maar daar staat tegenover dat Richard Weize Archives die CD’s met een booklet van 16 pagina’s zelf budgetgewijs voor 12 Euro verkoopt en da's ietsje goedkoper dan hun reguliere CD-prijs. Dat de eerste CD’s amper rock 'n' roll bevatten is logisch omdat de rock 'n' roll toen nog moest worden uitgevonden, wellicht ook de reden dat Richard Weize Archives deze CD’s niet in chronologische volgorde uitbracht. Intussen zijn ze allemaal verschenen en kunnen wij ze chronologisch recenseren – zo neurotisch ben ik.
Weinig tot geen rock ‘n’ roll dus die eerste jaren en de enige interessante songs tot pakweg 1954 zijn dan ook de nummers die je toevallig kent want de muziek zelf behoort vooral tot crooners, bigband swing en cha cha cha. Zo'n bekend nummer uit 1952 is Jambalaya dat hier hele brave pop wordt verrassend genoeg uitgevoerd door een zangeres, Sally Sweetland, behalve als je weet dat Jo Stafford er de top 3 in de poplijsten mee haalde terwijl Hank Williams' origineel slechts enkel een countryhit was. De omgekeerde situatie is It Wasn't God Who Made Honky Tonk Angels dat wij associëren met Kitty Wells terwijl de inspiratie voor Loren Becker's hele brave countrypop cover op Bell wellicht Hank Thompson was: zowel Hank Thompson als Kitty Wells haalden met dit nummer de top van de country charts. Af en toe wordt ook een onbekend nummer de moeite: op de 1953 CD heeft de uptempo swing van Snooky Lanson's Ricochet (de hit was voor Teresa Brewer) nog het gimmick geluidseffect van, euh, ricocherende pistoolschoten. Alle andere nummers op de CD’s van 1952 en 1953 zijn evenwel alleen interessant beluisterd vanuit het oogpunt (oorpunt?) van crooners dan wel incredibly strange music, de uitdrukking die inmiddels een genre op zich geworden is.
Pas vanaf 1954 komt er schot in de zaak: waar Slowly (Webb Pierce) en I Really Don't Want To Know (Eddy Arnold, beide vertolkt door Randy Hughes) nog tranentrekkers van countryballades in de kwalijkste zin van het woord zijn, is de ragtime country cover van This Ole House gewoon goed, als ware het gezongen door Doris Day voor een van haar western musicals. Sh Boom is al een voorloper van de rock 'n' roll en de Bell cover door Barry Frank is doo-woppende vocal harmony pop met – huh? – een jazzy orgel, maar wat is deze versie aanstekelijk! Het eerste echte rock 'n' roll nummer op Let The Bells Keep Ringing is Shake Rattle And Roll, hier rhythm 'n' blues pop waarin ene Jim Brown Bill Haley schijnt te vermengen met Big Joe Turner, en juist omdat het zo anders wordt uitgevoerd wordt het, euh, interessant.
In 1955 was tenslotte het hek van de dam en braken de rock 'n' roll dijken maar dat weerspiegelt zich niet helemaal in deze CD: van de 12 tracks is slechts pakweg de helft rock 'n' roll. Naast een mooi Cry Me A River (de Julie London crooner u wellicht niet onbekend uit de rock ‘n’ roll film The Girl Can't Help It) door Ann Lloyd hebben we recht op Ain't That A Shame door Jim Brown (een kruising tussen Fats Domino en Pat Boone: een rockende instrumentale begeleiding afgezwakt door brave backing vocals), en een swingend en sneller Dance With Me Henry (Edna McGriff) is zelfs met vibrafoon een jiver van het zuiverste water, net als Ko Ko Mo door Barry Frank & the Four Bells, dat laatste big band jive weliswaar, maar toch wat ik DJ At’s Crazy Record Hop materiaal noem. Rock Around The Clock door The Four Bells en een heel groot orkest is verrassend genoeg trager dan Bill Haley en een orchestraal The Great Pretender door Barry Frank (big band crooner swing waarbij vocaal werd gestreefd heel erg The Platters te benaderen) krijgt door de vele blazers een opvallende jazzy swing invulling. Sixteen Tons en The Ballad Of Davy Crockett tenslotte blijven goed in élke versie, dus ook in die van respectievelijk John Neher en Tex Stewart & the Sons Of The Alamo. Als je deze prima versies hoort valt op hoe krachtig en ruimtelijk de opnames klinken, wat mijns inziens bewijst dat Bell niet beknibbelde op de kwaliteit, noch van de gebruikte studio’s als de muzikanten als de perskwaliteit van deze singles, en met de muzikanten bedoel ik dat de arrangementen vaak heel overdadig zijn alsof ze er werkelijk alle instrumenten bijsleepten die zich binnen een straal van 100 meter van de studio bevonden.
Is het u daarnaast opgevallen hoe vaak in mijn recensie het woord "interessant" viel? Dat is inderdaad de beste omschrijving van deze reeks, tenminste tot en met het jaar 1955, want de rock 'n' roll nummers zijn dik in de minderheid en behoren vaker wel dan niet tot een hybride popvariant van de rock 'n' roll. Wie evenwel oor heeft voor crooners dan wel de onbedwingbare neiging tot vreemde muziekjes niet kan onderdrukken zal zijn gading wel vinden. Voorlopig hebben wij echter een indigestie van zoveel gecroon en laten we volumes 1956 tot en met 1960, die in principe veelbelovender zouden moeten zijn, even rusten om ons te concentreren op de gewone rock 'n' roll CD’s. Tot binnenkort, vrienden sympathisanten... Info: www.rwarecords.com
(Frantic Franky)

naar boven

10 september 2017

CD Recensie

CAPTAINS DINER/ DEE ANN & THE NIGHTCAPTAINS
Landlubber Records, LL4711

De eerste CD (al was er dacht ik jaren geleden al een 4 track CD’tje) van deze al in 2008 opgerichte Rotterdamse band opent met een alleraardigste vertolking van misschien wel de ultieme female rock ‘n’ roll song, This Little Girl’s Gone Rockin’, wat een treffende omschrijving van de hele CD blijkt: Dee Ann & the Nightcaptains proberen hier niet de snelste of de luidste of de authentiekste of de wildste band van Nederland te zijn maar produceren “gewoon” een rustig en consumptievriendelijk maar gedegen en degelijk album, gewoon met zijn viertjes zonder opleuken met gastmuzikanten, met veel pizzicato gitaar (met korte hoge nootjes de snaren op en neer gaan), rollebollende drums en opgewekte backing vocals in Wynona Carr’s Ding Dong Daddy en Gene Vincent’s Right Now. Speels is ook een mooie omschrijving voor hun stijl, zie de jazzy gitaar in Tommy Steele’s Take Me Back Baby of het stroofje Stray Cat Strut verweven in de Latijns-Amerikaanse maar hier in het Engels vertolkte crooner classic Perhaps oftewel Quizas Quizas Quizas. Dee Ann van den Berg, die het voor uw dagelijkse fix rockabilly, pin ups en aanverwanten zeer aan te raden en erg actieve www.rockabilly-online.com runt, mag dan niet over de hele lijn even stemvast zijn, we nemen haar dat niet kwalijk omdat ze zo’n guitige grol in der stem heeft en de muziek zelf is zonder meer prima uitgevoerd door nachtkapiteinen Wim van der Heiden (gitaar), Marcel van den Berg (contrabas) en René Klein (drums), in verre verledens actief bij onder meer The Scam, 69 Beavershot en Wildcats – Dee Ann, René en Mars spelen ook met een andere gitarist als Dee’s Honeytones de zwartere rock ‘n’ roll variant. De CD biedt variatie troef (het moet niet altijd schoppen zijn) met rock ‘n’ roll, rechtdoor rock ‘n’ roll, rockabilly, het qua gitaar wat rhythm ‘n’ blues maar evengoed Stray Cats geïnspireerde Shake A Leg Jack van Big Monti Amundson van begin jaren ’90 en het zwoele Catch Me A Rat dat ik ken van Milton Trenier uit 1959 en van Gene Vincent uit 1961 maar hier mogelijk meer beïnvloed werd door Vincent’s Saturday Club (GB) versie uit 1963 of de jaren ‘2000 cover van neo yéyé zangeres Fabienne Delsol. Naast 10 covers van bijvoorbeeld Pink And Black (Sonny Fisher), Tossing And Turning (Bobby Lewis) en Cat Fish Boogie (Tennessee Ernie Ford) bevat dit album ook twee eigen nummers van de hand van Wim van der Heiden, het door hem gezongen Rockabilly All The Way en de gitaar instrumental Mediterranean Surf. Aan labelnaam en bestelnummer te zien zal dit wel een release in eigen beheer zijn dus ga ze zeker nog eens kijken om dit te kopen.
Info: www.dee-ann.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

ALREADY DAMNED/ CRYSTAL & RUNNIN' WILD
Rhythm Bomb Records, RBR-45-27

Door alle publiciteit op de sociale media verkeerde ik in de veronderstelling dat deze vinylsingle afkomstig was van de tweede Rhythm Bomb CD van Crystal & Runnin’ Wild (B) maar dat blijkt niet zo: dat tweede album zijn ze nu nog aan het opnemen met Jack Fire op contrabas, terwijl op deze single Bart Crauwels van Wild Deuces en Mike Fantom & the Bop A-Tones de contrabassnaren beroert. Toen ik hen de laatste keer live zag vond ik ze erg rock-achtig maar dat is niet zo op deze single die gewoon stevige hedendaagse rock 'n' roll is. De gitaarlick in het door Crystal & gitarist annex papa Patrick Ouchene geschreven Already Damned (Better Get Used) geeft een beetje een Sin Alley- (de vorige band met een zangeres van Runnin’ Wild drummer Koen Verbeek) effect aan een song die wat doet denken aan No Good Lover wat jaren terug een Runnin’ Wild duet was met de latere Vaya Con Dios zangeres Dani Klein. De door drummer Koen Verbeek alias Johnny Trash geschreven B-kant Do You Miss Me Like I Do is dan weer uptempo twangy countryrock met rockabilly gitaarsolo en een Nancy Sinatra tussenstuk. Geen idee of deze single op dat tweede album zal komen te staan, maar tot nader order zijn dit twee hete brokken female rock 'n' roll. Drie, als je er Crystal zelf bij telt. Verpakt in een stevige dikke full colour hoes.
Info www.facebook.com/crystalandrunninwild en www.rhythmbomb.com
(Frantic Franky)


NOIR ROCKABILLY BLUES/ SAUDIA YOUNG
Singapore, LC 13831

Saudia Young werd geboren in New York maar opereert sinds 2014 vanuit Berlijn, niet enkel als zangeres maar ook in cabaret en burlesque, zij het voor alle duidelijkheid als performster en presentatrice, niet als stripteaseuse. Luidens haar website heeft ze al een paar andere dingetjes uitgebracht maar dat lijkt me al enige tijd geleden dus heeft dat misschien niet meer zoveel te maken me wat ze nu doet, en wat ze nu doet zag ik in juli op Sjock (B), een door mij felgesmaakt optreden dat inderdaad wel wat weg had van een performance door haar theatrale manier van bewegen en door de eigenzinnige songkeuze met rock ‘n’ roll covers van pop-/rocksongs als People Are Strange (The Doors) en No Fun (The Stooges) alsmede de twee nummers op deze vinylsingle. A-kant Lust For Life, de door David Bowie gepende Iggy Pop pop-/punkhit uit 1977 die eind jaren ’80 al werd gecoverd als rock ‘n’ roll door The Wild Ones (B), wordt bij Young medium tempo Bo Diddley en klinkt met haar soulvolle zwarte stem absoluut geniaal. Voodoo rock 'n' roll! Voor wie houdt van kleine lettertjes en name dropping: gitaar, contrabas en piano werden ingespeeld door Lars Vegas, wellicht het bekendst van zijn gitaarwerk voor The Baseballs (hij is ook de producer van deze single), de drums door Tomas Svensson, ook van The Baseballs. Van B-kant The Wobble van Jimmy McCracklin uit 1959 met opnieuw Lars Vegas op gitaar en Klaas Wendling van The Baseballs op contrabas staat op YouTube een videoclip die me omver blies: strak uptempo, een sax solo, opnieuw die zeer expressieve stem en wat klinkt als een leger blazers. Straffe toebak!
Info: www.saudiayoung.com
(Frantic Franky)


COMIN' HOME/ THE HOWLIN' JAWS
BLR Studio, BLR003

Dit Parijse trio zag ik recent een opvallend concert spelen, opvallend omdat ze eigenlijk Britse rhythm ‘n’ blues en sixties plegen maar dan uitgevoerd op z’n rockabilly’s, scherp gedragen door de gitaar en zonder dat soms zware modsfeertje dat daar vaak rond hangt, sixties rock ‘n’ roll zoals bijvoorbeeld That’s Alright van Mickie Most. Vroeger speelden ze blijkbaar traditionelere rockabilly (zie de titels op hun CD uit 2012, in 2014 en 2015 verschenen ook al twee andere vinylsingles), anno nu werkt die rhythm ‘n’ blues voor mijn meug live erg verfrissend maar op vinylsingle vind ik het resultaat vrij slordig. A-kant Comin’ Home is een meer dan drie minuten herhaalde uptempo bluesgitaar rif met veel oude bluesmannen gehuil, schreeuwerige jaren '60 zang, piekerige gitaar en een kort maar nergens op, euh, slaand drum intermezzo. B-kant I'm Howlin' is meer van hetzelfde maar toch ietsje beter, voornamelijk doordat ie sneller is want voor de rest is dit hetzelfde rommeltje, en daar kan noch de mixage door Nico Duportal contrabassist Thibaut Chopin (F) noch de mastering door Axel Praefcke in de Lightning Recorders Studio in Berlijn iets aan verhelpen. Live vond ik het beter! BLR Studio is een obscuur Frans labeltje en je krijgt bij de single een gratis digitale download van beide songs. Info: www.facebook.com/howlinjaws
(Frantic Franky)

naar boven

3 augustus 2017

CD Recensies

SHORTY JETSON & HIS RACKETEERS/
SHORTY JETSON & HIS RACKETEERS

Shorty Jetson & his Racketeers, géén cat.nr.

Het doet ons oude rock ‘n’ roll hart deugd dat er steeds weer nieuwe rock ‘n’ roll bands opduiken die het heilig vuur brandend houden en een van die bands van de nieuwste Belgische lichting die flink aan de snelweg timmeren zijn Shorty Jetson & his Racketeers, nog geen klein beetje geholpen door het enthousiasme en de looks en moves van frontman Robin Van Den Plas alias Shorty Jetson. Dat is immers wat we nodig hebben: jonge kerels die jong volk aantrekken in de rock ‘n’ roll scene! Van Den Plas wordt bijgestaan door Omar Hauari op drums, Kris Meuldermans op contrabas en Benny De Jongh op gitaar, al is die laatste inmiddels alweer uit de band: hij verhuisde de liefde achterna naar Frankrijk. De gitaar bij Shorty Jetson & his Racketeers wordt momenteel ingevuld door de Nederlander Rolf Hartogs (Lost Boys, Reno Brothers, Mellow Jo, Haystack Hi-Tones, noem ze maar op) die dat evenwel slechts ad interim schijnt te doen: de laatste keer dat ik Robin zag, half juli, vertelde hij me dat ook Tom Beardslee gitaar komt spelen in de band, een in België wonende Amerikaan die we al bij Runnin’ Wild zagen en momenteel ook bij Moonshine Reunion speelt. Wordt ongetwijfeld vervolgd want om ergens te geraken moet je toch een vaste groepsbezetting hebben.
Soit, de vier eigen nummers op deze mini-CD vormen een goed visitekaartje voor wat de band in zijn mars heeft, namelijk boeiende en goed uitgevoerde rockabilly waarbij getracht wordt in elk nummer toch een onverwacht bruggetje, overgang of tussenstuk te steken. Cry Baby Boogie heeft gast-piano en backing vocals, Smoothest Midnight Lover bevat merkwaardigerwijs een fade out midden in het refrein. In Get A Grip zakt de sound wat in elkaar tijdens de tweede helft van de twee gitaarsolo’s maar who cares want de belangrijkste verdienste van deze “demo” lijkt me dat ie erin slaagt de jeugdige live bravure van de band over te brengen op de luisteraar. Gaat dat horen op www.reverbnation.com/shortyjetsonandhisracketeers!
Gratis handige Boppin’ Around tip: volgende keer een telefoonnummer of mailadres vermelden, want zo “check Shorty Jetson & his Racketeers on Facebook” is ook maar niks.
(Frantic Franky)


JERRY AND THE 10 STRINGS/
JERRY AND THE 10 STRINGS

Rydell’s Records, RR 723

Het kan verkeren: een jaar geleden kondigde Rydell’s baas Steve Rydell gedesillusioneerd aan dat hij kapte met zijn label wegens alom geprezen in diverse buitenlanden maar geen sant in eigen Frankrijkland, nu speelt hij opnieuw in een band en brengt hij opnieuw een CD uit, met name van zijn eigen band, al blijft de combinatie van Fransmannen en groepsnamen ongemakkelijk: onze Jerry hier wordt begeleid door een leadgitaar en een contrabas en dat zijn inderdaad 10 snaren maar zelf speelt Jerry akoestische ritmegitaar, dus zijn ze in totaal met zestien snaren wat in het Engels uiteraard net iets minder catchy bekt. Het drumloze trio bestaat uit Gerald « Jerry » Petit, Pascal Freyche op contrabas en Steve Rydell zelf op lead, alle drie al bezig sinds de jaren ‘80 in een hoop bands die we niet gaan oplijsten wegens hier toch nooit echt bekend geworden. Muzikaal zit dit dan ook zo snor als een fris gesteven knevel van Schorem Haarsnijder En Barbier in de semi-akoestische Memphis rockabillystijl van de jaren ’70 en ’80 met een versgeslepen leadgitaar en de slap van de contrabas goed van snee, het geheel gehuld in een rondzinderende klank met wat doffe ruis voor de authenticiteit, maar zanggewijs hebben we toch wel iets aan te merken. Petit klinkt alsof hij zijn kunstgebit heeft uitgedaan en daar is op zich niks mis mee want hij heeft zo’n typische revivalstem met de juiste dosis echo en voldoende waanzin om het fanatisme van nummers als Sixteen Chicks (Joe Clay) en Come On Little Mama (Ray Harris) te vertolken. Het probleem is zijn Engels! Je zou veronderstellen dat de dag van heden iedereen zijn teksten van het internet plukt, maar dat is buiten Petit gerekend die iets zingt dat zo van ver op de tekst lijkt en geeneens rijmt! Ik bedoel maar: die Sixteen Chicks doen ons walkin’ and a-talkin’ en niet workin’ and a-turkin’! Turken we aan een sigaret dan? De mini-CD bevat zes covers maar daar doen ze af en toe wel iets mee: Tally Ho van Ernie Nowlan krijgt een ander arrangement in een andere toonaard, Too Hot To Handle wordt meer rockabilly dan het hillbilly-origineel van Eddie Noack. De resterende twee covers zijn Rock Crazy Baby (Art Adams) en This Is The Night (Bob Luman). Zes songs is een ideale introductie maar het zou zeker interessant zijn om eigen nummers te horen én om te horen of dit een album lang kan blijven boeien.
Info: www.facebook.com/rydellrecords en www.rocking-all-life-long.com
(Frantic Franky)


DEVOTED TO ROCK 'N' ROLL/
SANDY & THE WILD WOMBATS

Bear Family, BCD 17557

Bear Family is in de eerste plaats een re-issue label (wat zeggen we: hét re-issue label) maar heel af en toe brengen ze ook nieuwe dingen uit, al zijn die te tellen op de vingers van één figuurlijke hand. Dit is er weer eentje en daarom is het des te verbazender dat dit geen “authentieke” muziek is zoals je zou verwachten maar het soort powerbilly waarop Part Records (D) het patent lijkt te hebben. Het debuut van Sandy & the Wild Wombats uit Essen in het Duitse Rhurgebied, The Girl Can't Help It uit 2015 (Jazztank CDTANK15102, met een onuitgegeven bonustrack heruitgebracht als Bear Family vinyl-LP (BAF19001), bevatte enkel covers van klassiekers, dit tweede album bevat enkel eigen songs van de hand van gitarist Mark Twang. Het kwartet werd eind 2014 opgericht door muzikanten die in het verleden bij onder meer The Twang Bangers en The Jailbirds speelden, en u kan het hele bandverhaal uitgebreid nalezen in het CD-boekje: contrabassist Thierry Dupuis is een Belg die baste bij The Swampies en Dan Cash & the Trouble Trio, zangeres Sandy zat vroeger in (Sandy &) the Ducktails. Ze klinkt als een kruising tussen Wanda Jackson en Imelda May op hun schorst maar dan nog ruiger, muzikaal bewandelt de band het slappe koord tussen rock ‘n’ roll en rock maar valt daar niet af. De verhouding tussen de echte rock ‘n’ roll nummers en de rocknummers vermomd als rock ‘n’ roll, dat alles overgoten met een dikke vette Gretsch sound (al speelt Twang op een Hutchins gitaar), zal voornamelijk bepaald worden door uw definitie van rock ‘n’ roll. Cure Your Ill is de binnen dit genre bij vakbondswege verplichte bluesbopper, Shivers het door de overheid vereiste krachtdadige western epos, Devoted is een broeierige ballade en Honky Tonk Heartache is honky tonk country. Binnen de krijtlijnen van de moderne hedendaagse rockabilly is dit album geslaagd cum laude maar wie zweert bij authenticiteit zal zich verslikken in zijn koffie. Info: www.bear-family.de en www.sandy-wild.com (Frantic Franky)


THE COMPLETE ROCKABILLY QUEENS SERIES
Rydell’s Records, RR 722

Op Rydell’s Records (F) verscheen onder de titel Rockabilly Queens een reeks van vijf vinylsingles opgenomen tussen 2011 en 2014 in labelbaas Steve Rydell’s eigen studio in Le Boulay, Noord-Frankrijk. De “rockabilly” in de titel diende figuurlijk opgevat als de bredere term om jaren ’50 rock ‘n’ roll aan te duiden maar het goeie aan die reeks was dat ze ons liet kennismaken met vijf nieuwe zangeressen of correcter vier zangeressen en één duo van twee zangeressen. Voor wie ze niet allemaal kon bemachtigen of voor wie gewoon zijn vinyl wil sparen door er een beetje zuinig op te zijn, zijn die vijf singles nu verzameld op één CD, en wie ze alle vijf trouw kocht krijgt er op CD zes onuitgegeven nummers bij. De eerste single van de reeks en daarmee ook de opener van de CD was en is meteen een schot in de rock ‘n’ roll roos: de ook na die single obscuur gebleven Obscuritones (GB) laten met twee stemmen en doordachte arrangementen hun eigen Angel Eyes en Johnny Burnette’s Rock Billy Boogie heel fris klinken. Het is voorwaar geen geringe productieprestatie geweest van Steve Rydell om dit beheersbaar te houden want hier lijkt me best op veel sporen gewerkt. Het resultaat smaakt naar meer en dat krijgen we met twee onuitgegeven nummers die opnieuw twee covers zijn, Jim Dandy en Johnny Carroll’s Hot Rock, opnieuw in heel aparte arrangementen en allebei helemaal in dezelfde opgewekte stijl en zeker even goed als de twee uitgebrachte nummers. Aan de opnamedetails te oordelen lijkt me dit trouwens de enige keer geweest te zijn dat Rydell een complete band liet overkomen: de vier andere zangeressen worden begeleid door Rydell’s vaste groep studiomuzikanten.
Als we de vijf zangeressen achter elkaar beluisteren vallen enkele constantes op: zowel Emer Hackett (Ierland), Little Lou (F) als Rhythm Sophie (H) hebben krachtige, volle stemmen - alleen jammer dat Little Lou in één van haar drie liedjes die laatste noot net niet haalt. De stem van Sandy Lee (D) is in vergelijking wat zachter maar dat stoort hoegenaamd niet bij haar muziek: swing met blazers in I Got A Man, rock ‘n’ roll met sax en piano in This Little Girl’s Gone Rockin’ en rock ‘n’ roll met backing vocals in Bye Bye Young Men. Evenzeer een constante is die piano die bij alle vier opduikt, ook al verschilt de muziekstijl: Little Lou brengt zwarte rock ‘n’ roll en rhythm ‘n’ blues jive - He’s A Real Gone Guy heeft een rockende rhythm ‘n’ blues gitaar die terugkeert in Big Rock Inn. In dat onuitgebrachte He’s A Real Gone Guy horen we een licht Frans accent in de zang. Emer Hackett handelt dan weer in goed uitgevoerde rockabilly op een bedje van boogie woogie piano: goeie stem, goeie muziek een beetje in Sun stijl wat uiteraard past bij een cover als Sonny Burgess’ Ain’t Got A Thing, hier zelfs met twéé trompetsolo’s. Ook haar onuitgebrachte eigen How Could You Leave Me (Sunday Morning) evoceert dat Sun sfeertje, zelfs wanneer de rockabilly gitaar hier opnieuw plaats ruimt voor een meer bluesy geïnspireerde gitaar. Rhythm Sophie tenslotte resorteert onder piano rock ‘n’ roll waarbij in My Boy Elvis opnieuw die gelaagdheid van de productie opvalt waarin op een onopvallende manier vrij veel inzit, als u ons begrijpt. En allemaal op een rijtje vormt dit de mooie afsluiter van een lovenswaardig initiatief! Info: www.facebook.com/rydellrecords en www.rocking-all-life-long.com (Frantic Franky)


ROCK THAT SWING FESTIVAL COMPILATION 2017
Part Records, PART-CD 650.025

De Rock That Swing weekender in München bestaat intussen 13 jaar en is in die tijd uitgegroeid tot een swing en boogie festival dat vijf februaridagen en -nachten alles omhelst wat te maken heeft met lindy hop, jitterbug, charleston, shag, balboa en wat nog meer aan gekke dansmuziek werd uitgevonden van de roaring twenties tot de rocking fifties. Dat hele scala aan stijlen weerspiegelt in deze 15 tracks van zeven van de negen bands uit vijf Europese landen die er dit jaar optraden, van swing jazz, jump blues, boogie woogie en rhythm ‘n’ blues tot uiteraard rock ‘n’ roll.
Op deze intussen vierde Rock That Swing festival sampler is de balans tussen swing en rock zowat fifty-fifty, hoewel al die subgenres elkaar natuurlijk deels overlappen. Doc Scanlon's Cool Cat Combo (E) en Gentlemen & Gangsters (S) resorteren meer onder charleston, de NP Big Band (I) onder big band swing, Nine Pennies (I) is pure jazz en crooner en zelfs eenieders favoriet Si Cranstoun (GB) levert met Commoner To King een soort aanstekelijke uptempo jaren '60 ska-pop af. Meer richting rock 'n' roll, jive en rhythm 'n' blues jump gaan Jumpin’ Up (I) en Sugar Daddy & the Cereal Killers (I). Wie een brede swingsmaak heeft komt zeker aan zijn/ haar trekken, wie swing alleen lust om op te jiven kan dat wellicht enkel op pakweg de helft van de CD. Overigens geldt in beide gevallen de gulden regel de tracklisting te checken op nummers die je al hebt. Nu nog leren dansen en een net pak kopen en we kunnen naar de volgende Rock That Swing! Info: www.part-records.de en www.rockthatswing.com (Frantic Franky)

Vinyl Recensies

STOMPIN’ THE GROUND/ THE HILLBILLIES
Wooden Barn Records, WBR-503

In februari recenseerden wij lovend het debuut album van dit trio uit Bourgogne (F), nu brengen ze een vinylsingle uit met twee zelfgeschreven songs die niet op die CD staan. A-kant Stompin’ The Ground is een vernuftige combinatie van rockabilly en bluesbop in een throwback naar de neo-sound van de jaren ’80 en ’90 en vergelijkbaar met het soort nummers dat toen verscholen zat op LP’s en verloren ging in de grote hoop. All hell breaks loose in de gitaarsolo’s en samen geeft dat twee best opwindende minuten. De al even korte B-kant The Way doet daar niet voor onder en is ook neo-rockabilly, nu spookachtiger in een verhalende melodie met twangy gitaar en een steel effect. Deze twee opstoten van energie zijn uit op 300 genummerde exemplaren dus voorbestemd een collector’s item te worden, zeker als het nooit op CD zou komen. Wooden Barn is een obscuur rockabilly labeltje - WBR-001 en 002 zijn respectievelijk The Lonesome Drifters (D) en Shorty Tom & the Longshots (F) - dus je maakt het meeste kans deze single te scoren als The Hillbillies half augustus de Benelux aandoen voor vier concerten: donderdag 17 augustus in Schiedam, vrijdag 18 augustus in Maloe Melo in Amsterdam, zaterdag 19 augustus in Brugge (B) en zondag 20 augustus in Venlo, u vindt de exacte locaties uiteraard in onze onnavolgbare Be There! © concertkalender. Info: www.facebook.com/thehillbilliesband (Frantic Franky)

naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina