
Je
recente CD, DVD, plaat of boek geresenceerd op onze website? Stuur deze
dan naar de hoofdredactie! |
CD Recensies
![]()
20 april 2012
|
6
FEET DOWN/ THE BAD BACK BONES Debuut-CD
van deze in januari 2008 door vier Helmondse muzikanten met verschillende
muzikale achtergrond (Ernst Le Coq d’Armandville op ritmegitaar,
Marnix van den Biggelaar op sologitaar, Mike van Lierop op contrabas
en Charles Verrijt (ook bij Catslappin’ Chrissy) op drums, ze
nemen alle vier bij één of meerdere nummers de leadzang
voor hun rekening) opgerichte rockabilly band, geheel door de band zelf
in hun repetitieruimte opgenomen en gemixt en in eigen beheer geproduceerd.
Het zijn slechts tien songs geworden (alle tien zelfgeschreven), maar
ze duren allemaal bijna vier minuten, hahaha, ruim tijd om in een paar
van de songs een heel verhaaltje te vertellen. Vanaf het begin valt
op hoe rustig de CD: de meeste songs zijn relax gezongen en kalm strummend,
soms met jazzy ragtime ondertonen, maar steeds met de gitaar (hoor ik
een tweede overdubde gitaar?) als leidmotief. De intensiteit van die
lange nummers wordt opgevoerd naarmate ze vorderen. Daarnaast horen
we ook een tweetal western-achtige songs (Lonely Highway en Last December,
laat ik hopen dat dát géén waargebeurd verhaal
is), en To See You Cry is het soort Byrds countryrock dat in België
met name door Moonshine Reunion (B) wordt omarmd, een groep waaraan
The Bad Back Bones me op deze CD meermaals herinneren. Met Reborn bewijzen
ze dat ze ook probleemloos pretentieloos kunnen rockabilly-ën,
en in 6 Feet Down dat de vijf en een halve minuut haalt draaien ze hun
(in het geval van contrabassist Mike flink getatoeëerde) hand niet
om voor een meer neo-sound. We Are Through heeft dan weer een lichte
bluesy touch. |
|
PETE
& THE STARPHONICS/ |
|
THE
OTHER BREED/ THE CREMATORS Je vraagt je soms af waarom mensen dit soort CD’s naar ons opsturen. Dit Zweedse vijftal heeft namelijk niets met Boppin’ Around te maken. Niet dat wij iets tegen psychobilly hebben, verre van, en vele van onze lezers evenmin, maar er moet toch een klein beetje rock ‘n’ roll inzitten. Je moet er toch enigzíns op kunnen boppen. Afijn, u stuurt op, wij reviewen, en omdat deze Cremators ongetwijfeld in de bakken met hedendaagse CD’s zullen opduiken, serveren wij ons hooggeacht publiek deze waarschuwing: dit is een mokerslag van een pretpunk album met hoge meebrul factor, onversneden geserveerd en mét contrabas, maar met rock ‘n’ roll of zelfs neo rockabilly heeft het absoluut niets te zoeken. Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van definities. Is voor u een met rochelende stem gezongen cocktail van punk en garagerock met contrabas psychobilly? Is psychobilly voor u rock ‘n’ roll? Ziet u een punkversie van Batmobile opgenomen met een knuddige mix wel zitten? Als u op die drie vragen gretig “ja” antwoordt bent u beter geplaatst dan ik om dit debuut te beoordelen. Voor de rest van de mensheid: na aankoop niet bij ons komen reclameren graag. Info: www.heptownrecords.com, www.myspace.com/cremators en www.thecremators.com (Frantic Franky) |
![]()
22 maart 2012
|
DJ
AT’S CRAZY RECORD HOP PRESENTS FOOT TAPPIN’ AND DANCE AT
THE SCREAMIN’ FESTIVAL Volume 4 Die
At, wat een kerel: vorig jaar nog geveld door een hartoperatie, dit
jaar DJ op festivals in Engeland, Frankrijk, Spanje, Italië en
Portugal. En gelukkig ook bij ons begin september op Rock ‘n’
Roll Street in Terschelling. At’s Crazy Record Hop of voor de
burgerlijke stand At Koning wordt in de Europese swing en jive wereld
namelijk beschouwd als een hele grote mijnheer, en als u wil weten waarom
hoeft u gewoon deze CD op te zetten. Maar liefst 27 tracks uit lang
vervlogen tijden volgen elkaar naadloos op, moeiteloos schaatsend tussen
diverse genres, ter vertier van voeten en heupen. Wat At’s muziekkeuze
zo avontuurlijk boeiend maakt is wellicht een streng bewaard geheim,
dat we misschien nog het best kunnen definiëren door wat hij NIET
draait. Bij At moet je niet zijn voor het allerobscuurste boppertje
waarvan nog slechts drie zwaar bekraste exemplaren in gewapend beton
bestaan, en evenmin zal hij de nieuwste hepcat sensatie opleggen. Het
laatste bandje snotapen uit godweetwaar dat voor de duizendste keer
het warm water heeft uitgevonden is aan deze krasse rock ‘n’
roll veteraan niet besteed. Daarvoor heeft ie al te veel bandjes zien
passeren. Maar plaatjes blijven eeuwig bestaan, en om die plaatjes is
het At te doen. At heeft er een handje van weg platen te hérontdekken,
platen die we vaak wel kennen maar al lang geen aandacht meer aan besteden,
en hij is niet te beroerd om klassiekers te draaien. Neem nou Be My
Guest van Fats Domino op deze CD. Hebben we waarschijnlijk allemáál
thuis steken op een Fats verzamelaar, maar wie speelt het nog wel eens?
Waar hoor je het nog? Nee, al die DJ’s willen allemaal zo onbekend
mogelijk spul spelen, terwijl Be My Guest gewoon een fantastisch dansnummer
is. Ik bedoel: het is geen toeval dat juist dit de hits waren in de
jaren ’50. Nog eentje van dat kaliber hier: het onverslijtbare
Honey Hush van Big Joe Turner. Western swing uitgevoerd door grote orkesten,
nog zoiets zaligs, omdat die mensen heus wel muziek konden spelen, hoor.
En zelfs zwarte big bands bleken western swing te plegen: de Chew Tobacco
Rag hier is van Lucky Millinder! Of het omgekeerde: de primitieve zwarte
stomper Cockroach van de blanke saxofonist Link Davis. Veel medium tempo
materiaal hier trouwens, omdat dat uitermate dansbaar is. Deze reeks
heet niet voor niets Foot Tappin’. ’t Is trouwens een wijdverbreid
misverstand dat goeie dansplaten snel moeten zijn. En zoals gezegd,
deze CD denkt niet in hokjes, want doo-wop, jive, hillbilly boogie,
female Sun rockabilly (Sentimental Fool van Barbara Pittman), Hawaiiaanse
eilandklanken, gospel (Satisfied van Martha Carson), big bands, rechtdoor
rockers, stokoude scatjazz (Fats Waller met Sweet Sue), boogie woogie,
skiffle, zelfs een flinke portie forties, het kan allemaal als je elastieken
benen hebt. Minder bekende covers, ook altijd leuk (Beer Drinking Blues
in countryrock versie door James Mask), net als themaplaatjes (science
fiction met Rockin’ In The Rocket Room van The Larks). Kan tellen
qua timing: Six Weeks Of Misery van Big Walter & his Thunderbirds
is de pas overleden Big Walter Price. Eén foutje: track 23 is
niet Eddie Bush met Pretty Baby maar Ted Daigle met Mary Lou. Maar U
had het al door: deze CD is onmisbaar voor iedereen die zijn dansen
serieus neemt ! Info: www.eltorrecords.com
en www.crazyrecordhop.com
(Frantic Franky) |
|
THIS
ROAD/ ROCKHOUSE TRIO Drumloos
rockabilly trio (al is op zes van de 14 nummers wel subtiele percussie
toegevoegd) opgericht in Zuid-Frankrijk in 2004, en dit is pas hun debuut-CD.
Dan zijn wij als oude rock ‘n’ roll rot natuurlijk op onze
hoede: er zo lang over doen voor je iets uitbrengt is nooit een goed
teken, en Frànsen dan nog. Elke twijfel verdwijnt evenwel onmiddellijk
zodra het eerste nummer uit de boxen spettert: My Advice van Billy Fury
wordt authentieke rockabilly in een flinke sound met geprononceerde
slap, de akoestische gitaar perfect op haar plaats, en een goeie welluidende
stem zonder overdreven Frans accent, al blijft het geinig om te horen
hoe die Fransen hun tanden breken over de klemtonen. Verrassing: I Walk
The Line in een heel nieuw arrangement dat klinkt als Union Avenue die
niet-Johnny Cash songs coveren in Johnny Cash stijl! Ook goed: hun spaarzame
tweestemmige versie van Act Naturally van Buck Owens, het enige countrynummer
ooit gecoverd door The Beatles, terwijl het Rockhouse Trio op hun beurt
de Fab Four coveren met I Feel Fine, een Beatles single uit 1964. Helaas
doen ze daar weinig meer mee dan het te vertolken in rockabilly bezetting,
en die oooooh backings hadden voor ons ook niet gehoeven. Dan vinden
wij bijvoorbeeld hun uitgepuurde rockabilly versie van I’m Out
van The Surf Riders (geen surf maar primitieve rock ‘n’
roll uit 1958) veel beter. Ook het dreigende Baby She’s Gone van
Jack Scott en het altijd mooie Lend Me Your Comb van Carl Perkins lenen
zich uitstekend tot de Rockhouse Trio benadering, en zelfs met Jungle
Rock van Hank Mizell doen ze iets sympathieks, niet evident omdat dat
op zich al een enorm powernummer is. Ja, muzikaal zit het vaak mooi
in elkaar, en het zijn de kleine dingetjes die het hem in deze doen,
bijvoorbeeld elementen uit western swing of gypsy jazz, of een solo
spelen op de akoestische gitaar terwijl de elektrische gitaar ondertussen
ritmegitaar speelt. De drie eigen nummers passen bovendien perfect in
het plaatje. Samengevat: niet perfect, maar qua aanpak, sound en muzikaliteit
een aangename ontdekking in het drumloze trio genre door een groep die
we omwille van de afstand wellicht nooit live zullen zien. |
![]()
15 maart 2012
|
MOVING ON/ THE TROUBLED THREE The
Troubled Three werden opgericht in 2009 in Stockholm door drie muzikanten
die eerder in diverse pop-, rock- en punkbands speelden. In 2011 haalden
ze de halve finale van het TV-programma Sweden's Got Talent, en na een
titelloos debuutalbum met enkel covers is dit hun eerste release met
enkel eigen songs. |
|
RED
HOT BUBBLEGUM/ GAGARIN BROTHERS Nieuw
werk van deze Russen van wie wij in 2009 de CD Twist Behind The Iron
Curtain bespraken. Op hun helaas enkel in het Russisch opgestelde www.gagarinbrothers.ru
zie ik dat ze in Rusland heel vaak spelen, alleen is me daarbij niet
duidelijk of dat in cafés, rock ‘n’ roll clubs dan
wel drie keer de week als behangmuziekje in de plaatselijke voetbalkantine
is. Met andere woorden, ik heb geen idee waar The Gagarin Brothers live
voor staan, ook al is deze nieuwe CD live. Hij is namelijk helemaal
anders dan die Twist Behind The Iron Curtain. Intussen hebben The Gagarin
Brothers in de Cruise Inn en Maloe Melo gespeeld, maar helaas was ik
daar toen niet bij, anders had ik het misschien wel geweten. Twist Behind
The Iron Curtain omschreven wij als cocktailmuziek vermengd met tango,
pop, volksmuziek uit de Balkan en het Russische equivalent van Duitse
schlagers, maar dat geldt dus niet voor deze CD die voornamelijk rock
‘n’ roll klassiekers bevat. Nog opvallende verschillen met
Twist Behind The Iron Curtain: de jazzy leadgitaar ruimde plaats voor
een rock ‘n’ roll gitaar, en de nieuwe live-CD is niet in
het Russisch maar wel degelijk in het Engels gezongen. Op sommige momenten
tamelijk fonetisch, maar niettemin Engels. Tot slot is de bezetting
compleet verschillend: van Twist Behind The Iron Curtain is enkel contrabassist
Dmitry Ilyin terug te vinden op de live-CD. Zelfs de zanger-leadgitarist
is een andere naam (vandaar misschien dat die gitaar anders klinkt),
al is het instrumentarium hetzelfde gebleven: zang en leadgitaar, contrabas
en drums, aangevuld met een accordeon die uiteraard het verschil maakt.
Ze zorgt uit de aard der dingen vooral voor opvulling, een accordeon
kan nu eenmaal niet gebruikt worden voor een flitsende solo, en de accordeonsolo’s
zijn hier dan ook voornamelijk de accordeon die een rondje speelt terwijl
de gitaar dat rondje haar kak inhoudt. Waar en wanneer de CD is opgenomen
staat nergens vermeld, maar de publieksparticipatie tijdens en tussen
de nummers is tot een minimum herleid, dus de songs klinken alsof ze
in de studio werden opgenomen. |
|
ROCKABILLY
FOOLS - TENNESSEE & TEXAS/ RAVENNA & THE MAGNETICS Eind
jaren zeventig waaide de rockabilly, in de gedaante van neo-rockabilly,
terug van Europa naar USA. Ronny Weiser, die al sinds begin jaren zeventig
zijn label Rollin’ Rock bestierde, probeerde tevergeefs de authentieke
rockabilly in een nieuw jasje aan de cat of kitten te brengen. De standaardreactie
die hij ontving was in de trant van dat die ouwe tijd voorbij was en
de muziek ouderwets. En opeens was daar in het verre Europa, aan de
andere kant van de Atlantische oceaan, een ware revival gaande. Hét
moment voor Ronny dus, om zijn aandachtsgebeid naar het oude continent
te verleggen. Het zouden gouden jaren worden voor de geboren Israëliër
uit Italië. (Aanvankelijk was het nog de bedoeling dat Mac Bouvrie
van Mac Records samen met Ronny een label zou beginnen in Los Angeles,
maar Mac was net getrouwd). In 1982 laat mailorder Rockhouse ons kennismaken
met de Amerikaanse rock ‘n’ roll via de compilatie American
Neo-Rockabillies, dat voor luttele 6 gulden toen in de schappen lag.
Een plaat ook, die nieuw (!) op enkele plaatsen oversloeg. Kan de plaat
zijn geweest of de opname. Maar goed, ik dwaal af. In ieder geval konden
we kennismaken met toen nog illustere namen als Buzz & The Flyers
of Levi & The Rockats. Schone Ravenna met haar gevolg was op dat
moment nog niet in mijn blikveld geraakt. Dat veranderde echter gauw.
In diezelfde tijd was het nog goed gebruik dat ook een warenhuis als
Vroom en Dreesmann rockabillyplaten in de schappen had liggen. Mijn
zakgeld reikte alleen voor cassettebandjes (de overeenkomstige LP’s
van die gekochte cassettes volgenden later in mijn verzameling) en dus
kocht ik steeds in januari, als alles in de balansuitverkoop werd gedaan,
drie heerlijke cassettes uit huize Rollin’ Rock voor samen slechts
10 gulden. Het is dertig jaar geleden, maar het is alsof het gisteren
heeft plaatsgevonden. De cassettes waren (en ik heb ze nog, nu collector
items, nog zeldzamer dan de LP’s van Rollin’ Rock): Ray
Campi (Rockabilly, C-001, Finland, met de aantekening dat op de cassette
één song ontbreekt t.o.v. de LP: Johnny Jives), Ravenna
& The Magnetics (Rockabilly Fools, C-025, Finland) en de compilatie
Rockabilly Music: The Rose Of Love (HEP HN4472, Finland), waarop The
Magnetics ook met twee nummers vertegenwoordigd zijn. Een Amerikaanse
neo-rockabillyband met een leadzangeres. Geen alledaags verschijnsel
in die tijd. Niettemin gitarist Jeff Poskin zingt ook een aantal nummers.
Tom Berghan is de oprichter van de band en het enige bandlid dat van
het prille begin (1979, nog als rockabillytrio) tot aan het bittere
einde (eind 1982) bij de band is gebleven. |
![]()
1 maart 2012
|
SIMPLY
AMAZIN’/ THE BE BOPS The
Be Bops vieren dit jaar hun 30ste verjaardag, en da’s niet veel
rockabillybands gegeven. Uiteraard kenden ze in die 30 jaar hoogtes
en laagtes en periodes waarin de band op een laag pitje stond, maar
toch: dertig jaar is langer dan heel wat liefhebbers van onze muziek
het volhouden en ouder dan de leeftijd van veel rock ‘n’
roll fans! Een andere vaststelling: dit is slechts de vijfde CD van
The Be Bops in die dertig jaar (ze zijn nog begonnen in de tijd dat
groepen vinyl singles uitbrachten), en die vier vorige CD’s verschenen
in een tijdspanne van tien jaar, van 1992 tot 2001. De opstoot van creativiteit
in de vorm van deze nieuwe CD kwam er misschien door de nieuwe frontman,
want het kwartet uit Walenland is inderdaad in 2009 veranderd van frontman,
nadat zanger-akoestisch ritmegitarist David Green er na een kwart eeuw
genoeg van had. Wat voor de meeste andere groepen zou leiden tot het
opheffen van de band bleek voor The Be Bops geen probleem: gitarist
Mario Mattucci, contrabassist Salvatore Dorange en drummer Roland Vandy
lijfden gewoon Renaud Dehan alias Nicky Black van Nicky Black &
the Mystery Strings (B) in, een band gespecialiseerd in het repertoire
van Cliff & the Shadows. Nou zijn er wel meer Cliff & the Shadows
bands (en dan vooral Shadows bands) in België en Nederland, maar
Nicky Black & the Mystery Strings verschillen hierin van de rest
van het peloton dat zij niet proberen de Britse pioniers zo correct
mogelijk na te spelen, maar gewoon stevige Britse rock ‘n’
roll spelen, net als Cliff & the Shadows eind ’50 begin ’60
dus. Best wel kleurrijk trouwens dat Nicky Black David Green
verving, hahaha. Black’s stem heeft uiteraard een ander (en minder
hoog) timbre dan David Green, maar ’t is een mooie en vlotte stem
die aansluit bij de traditionele rockabilly van The Be-Bop’s.
Bovendien heeft ie een breed bereik en zingt ie moeiteloos, alsof hij
zijn hele leven nooit anders heeft gedaan. Heeft ie misschien ook, weet
ik veel, maar feit is dat de positie als stem van The Be Bops hem past
als een strak gesneden gabardine jasje. Bovendien draagt ie creatief
gezien zijn steentje meer dan bij: zeven van de negen eigen nummers
hier zijn door hem gepend! De muziek is de melodieuze niet-agressieve
hepcat rockabilly avant la lettre die The Be Bops al dertig jaar vertolken,
maar toch liggen er net als op de vorige CD’s weer andere accenten:
gitaargewijs hoor ik veel Johnny Burnette (In Heaven) en Johnny Horton
(What Can You Do, en een van de slechts drie covers is Horton’s
minder bekende Take Me Like I Am). In contrast daarmee drijft A Man
Like Me dan weer op de exotisch melodieuze twang van een Lee Hazlewood
of Al Casey. Daarnaast is er plaats voor rechtdoor rockers als No Strange
Particular Wonder en de zwarte schreeuwlelijkerd cover Little Girl Don’t
You Understand (Bobby Freeman die klinkt als Chan Romero) met Sébi
Lee op gastpiano. Op twee andere nummers, Teen Queen van Huelyn Duvall
(een typevoorbeeld van de melodieuze stijl van The Be-Bop’s) en
A Man Like Me, horen we eveneens een piano, nu overgedubd door Mario
Mattucci. Afgesloten wordt met een ander stijlkenmerk van de groep:
Be My Valentine is meerstemmige samenzang op een bedje van akoestische
gitaar, denk Ricky Nelson die blanke doo-wop croont. |
![]()
2 februari 2012
|
ATOMIC
JUMP/ 44 SHAKEDOWN Ondergetekende
was flink enthousiast over de ‘demo’ die het voorproefje
vormde voor de CD van 44 Shakedown en keek dan ook benieuwd uit naar
dat full album debuut. Zouden Ben van Anrooy (drums), Marcel van de
Zee (zang, contrabas), Tim Blonk (alt- en baritonsax, soms over elkaar
gedubd) en Aram Stoop (zang, gitaar) er in slagen die kwaliteit een
hele CD vol te houden? Om meteen ter zake te komen: Boppin’ Around
heeft ‘em in avant-première en het antwoord luidt een volmondig
“YES”, ondanks het feit dat wat ik juist zo goed vond aan
de drie ‘demo’-tracks (het zo goed als ontbreken van een
vermaledijde rhythm ‘n’ blues gitaar) niet geldt voor de
full-CD! Die gitaar is namelijk wél aanwezig op de CD, maar nergens
in die mate de aandacht opeisend dat het voor mij, niet bepaald een
fan van rhythm ’n’ blues gitaren, storend wordt. Nee, ze
wordt netjes in toom gehouden in een voorbeeldig samenspel met de sax.
Ook zijn de songs op deze ode aan de rhythm ‘n’ blues van
eind jaren ’40 tot pakweg de tweede helft van de jaren ’50,
zeg maar aan de zwarte rock ‘n’ roll, meer R ‘n’
B gericht, met covers als I Can’t Stop It (Jimmy Liggins eind
jaren ‘40), Boogie Woogie Nighthawk (gitarist James Widemouth
Brown in 1951, de minder bekende broer van Clarence Gatemouth Brown),
en het net als het origineel met piano opgevrolijkte Gamblin’
Woman (Big Walter, 1956). De enige recente cover, de Ray Charles tribute
Mr RC Robinson van de Britse bluesband Paul Lamb & the King Snakes
uit 2005, klinkt even ouderwets als de rest van de CD, het enige eigen
nummer, de instrumentale titeltrack, combineert een Sheik Of Araby-achtig
melodietje met freestyle Les Paul gitaar. Twee nummers die wij als rock
‘n’ roll beschouwen klinken net iets anders: Ain’t
Nobody Here But Us Chickens (origineel van Louis Jordan uit 1946) is
verrassend rustig, Bim Bam (Sam Butera, 1958) klinkt wat zwarter en
wat minder jive. De CD sluit af met Bacon Fat van André Williams,
een goeie zaak, want er kan niet genoeg André Williams in deze
wereld zijn. De meeste nummers zijn medium tempo, wat uitnodigt tot
heupwiegen en meetappen met je voet, maar werken naar een intense climax
toe, een beetje zoals The Paladins dat in een heel ander bluesgenre
doen. Schreef ik vorige keer dat dit Radio Modern stuff is, nu durf
ik onomwonden stellen: dit hoort thuis op het podium van de Rhythm Riot
(GB). En voor alle duidelijkheid, dit zeggen we dus niet omdat ze uit
Nederland komen: ik ken de individuele groepsleden niet en heb de band
zelfs nog nooit live gezien. Eén nadeel: slechts 11 songs, samen
nipt een half uur. Vééls te kort voor zo’n goeie
muziek. U gelooft onze lofbetuigingen niet? Ga naar hun CD-release op
11 februari in De Unie in Rotterdam: gratis entrée en Miss Mary
Ann & the Ragtime Wranglers krijg je er nog bovenop als opwarmer.
Geraak je daar niet, overtuig dan uzelf met de MP3’s op www.44shakedown.com.
(Frantic Franky) |
Vinyl Recensies
![]()
12 januari 2012
|
COMPAÑEROS/
Een split-EP op groen vinyl gelimiteerd
op 500 exemplaren met vijf onuitgegeven studio-opnames van de oudste
én de nieuwste Nederlandse psychobillies, dat is ongetwijfeld
een collectors item voor de fans. En opvallend genoeg uitgebracht door
een Duits punk-/skinlabel dat eerder al het Cenobites album Paradise
For The Damned uitbracht. Misschien is er in Duitsland een groter publiek
voor psychobilly? Grappig is dan weer dat het artwork niet standaard
psychobilly is maar geknipt werd uit de poster van een Italiaanse spaghetti
western van Ennio Morricone uit 1970. Een A- of B-kant staan nergens
vermeld maar omdat Cenobites bovenaan staan en al het langste bestaan
beginnen we met hun drie tracks. De vaandeldragers van de psychobilly
in Nederland (bijna hadden we geschreven: vandaaldragers) openen met
het nummer El Camino Del Amor dat ik eerder als hele moderne hele snelle
rock ‘n’ roll met de nadruk op rock bestempel dan als psychobilly,
Leave Me Alone is dan weer een kruising tussen rock, speedrock en heavy
metal, ook door de manier van zingen en de twee gitaren. Midnight Madness
gaat helemáál richting speedrock en is een mokerstoot
van een song. |
|
MAD
OLD WITCH/ MARCEL BONTEMPI Na
Shag Rag is dit de tweede solosingle van Marcel Bontempi, zanger-gitarist
van The Montesas, een wat mij betreft erg leuke Duitse band die fratrock
en early ‘60s rock ‘n’ roll pleegt, en dan kan je
er van uitgaan dat deze EP evenmin standaard rockabilly zal bevatten.
Het is zelfs een concept EP geworden met vier songs over duivels en
heksen, met mooi artwork (Bontempi is grafisch ontwerper, bekijk zijn
werk op www.marcelbontempi.blogspot.com)
en zelfs – maar da’s puur toeval – een toepasselijke
labelnaam! Wie Bontempi hier begeleidt is onduidelijk, mogelijk speelde
hij alles zelf in. Alle vier songs zijn covers, wat voor één
keer niet erg is, want het enige bekende nummer, Race With The Devil
van Gene Vincent, krijgt een totaal ander arrangement, groovy boppend
met een lichte ‘60s truckerscountry twang en doorspekt met soundeffecten
van scheurende bolides. Titeltrack Mad Old Witch (de originele titel
is volgens mij gewoon Mad Witch) is een geflipt nummer uit 1957 van
komiek Dave Gardner, al schijnt er een nog oudere versie van ene Mel
Allen & the Emil Baffa Orchestra te bestaan. Bij Bontempi klinkt
het na een gesproken intro geknipt uit een oude krakende horrorfilm
als een rockende versie van Frankie Laine’s cowboyballades: uptempo
met rockende gitaren, geprononceerde snaredrum, en Ghostriders In The
Sky-achtige backing vocals maar dan griezeliger. Train Of Sin (met de
duivel als treinbestuurder) blijkt origineel een obscuriteit van Bill
Haley die in 1964 op de Guest Star LP The Rock Around The Clock King
stond, hier is het uptempo rockabilly op mamboritmes, in dezelfde stijl
als Mad Old Witch. Train To Satanville van Gin Gilette uit 1961, ook
gecoverd door Ruby Ann (P), is een goeie rocker met countrybop feel
en geluidseffecten. Kenmerken van deze EP zijn de stem die heel ‘50s
klinkt, veel gitaren en percussie, en veel gitaareffecten. Speciaal,
opvallend, en daarom een aanrader voor de verzamelaars van monster rock
‘n’ roll. Witchcraft is gebaseerd in Frankfurt en je kan
hun catalogus checken op www.witchcraft-international.de
(Frantic Franky) |
DVD Recensie
![]()
|
ROCKABILLY
RUHRPOTT Het
is helaas geen alledaags verschijnsel dat er een documentaire over de
rockabilly en teddyboy scene verschijnt. Wel zijn er afgelopen jaren
bij onze oosterburen enkele boeken verschenen over dat thema. Ook besteedt
men in Duitsland van tijd tot tijd aandacht eraan op TV, maar als je
geen Duitse TV ontvangt heb je er niks aan. Nu dan eindelijk een DVD,
zodat ook mensen buiten Duitsland de gemeenschappelijke Ted- en Rockabilly-gevoelens
kunnen delen. De Hepcats en Jivers worden terloops aangesproken Voor
hen die de taal van onze oosterburen niet machtig (willen) zijn, is
de film ook Engels ondertiteld afspeelbaar. Centraal staat de scene
in het Ruhrgebiet, zeg maar het Zuid-Limburg van Duitsland (gezien het
kolenmijnverleden en daaraan gerelateerde, destijds zeer sterk aanwezige,
prominente koempel (makker/maat) klimaat). Een gebied dat zich rock
& roll-matig kenmerkt door een grote Ted- en Rockabilly-scene in
de vorm van diverse dito clubs in de grotere steden, die op internet
ook hun forums (fora) hebben. Jullie redacteur zit ook in enkele van
die forums, die als kenmerk hebben: gastvriendelijk en genoeg discussievoer
‘op niveau’. Uiteraard ontbreken de clubs niet in de docu.
Centraal staan interviews met leden van verschillende bands uit het
gebied, de (ons allen wellicht welbekende) groepen Lou Cifer & The
Hellions, Black Raven, Foggy Mountain Rockers en Wildcats, die allen
ook al Nederland aangedaan hebben. Daarnaast zien en horen we spelen:
Furious, Town Rebels, Rock ’n’ Feller en Teenage Terror
plus de grotere acts, daarover zodadelijk meer. Het geheel van gepraat
wordt afgewisseld met aardig wat beeldmateriaal uit de 70’s, 80’s,
90’s en nu. Dat geeft een goed beeld van de sfeer in de scene
(ook al beleef je het natuurlijk het beste als je er zelf tussenin zit).
Alleen jammer en merkwaardig, dat enkele filmpjes erg mozaïekachtig
uitzien. Daar had men ook beter materiaal kunnen gebruiken, zeker wat
betreft de Stray Cats (immers, materiaal zat aanwezig). De enige Nederlandse
interviewbijdrage komt van het vaderlandse deel van Duits/Nederlandse
band The Wildcats. De film/documentaire probeert voor buitenstaanders,
aan de hand van makkers uit de scene, een beeld te geven van wat de
Rockabilly- en Ted-scene inhouden. Uiteraard begint het met wat rockabilly
is en wat teddyboy rock & roll is. Logischerwijs mogen dan beelden
van Stray Cats en Crazy Cavan & The Rhythm Rockers niet ontbreken.
Maar ook Matchbox en Shakin’ Stevens worden even aangestipt. Omdat
beide muziekstijlen onder andere uitgebeeld worden door kleding, zijn
hier de echte Teds en Rockabillies te zien. Eigenaarechtpaar van Red
Hot & Blue, een rockabillyzaak in Essen, die in de docu te zien
is (ben er diverse malen geweest: het loont om er enkele uurtjes voor
te rijden. Wil je dat niet, ze hebben ook een website: www.rockabilly-rules.com),
vertellen het een en ander daarover. Uiteraard ontbreken pin-ups niet
en een rockabella (geen chick), die in een goed gevuld bovendeel van
haar jurk (in het bloopergedeelte aan het einde van de DVD krijgt dat
nog eens extra aandacht) ingaat op pin-ups. Uiteraard is ook de haardracht
een uiting van Rockabilly of Ted zijn. Een scene-kapper gaat verder
in op de verschillende haarstijlen. Omdat een cat zonder auto dat is
wat een chick is zonder kleren, mogen hotrods, classic cars, custom
cars, muscle cars en hotrod races (chicken runs) niet ontbreken. Ze
krijgen apart aandacht. Als je zo de interviews beluistert, dan merk
je meteen dat het geen bal uitmaakt of je nu uit de Ruhrpott (bijnaam
voor Ruhrgebiet) komt, of honderden danwel duizenden kilometers verder
weg woont. Heel herkenbaar wat er allemaal verteld wordt over de muziek,
beleving en hoe men in de revivaltijd werd gezien door de buitenwereld
(dat je bijv. ook steeds Elvis genoemd werd). Hier zijn ‘onze’
mensen aan het woord, ook al hebben diverse makkers hun bijdrage geweigerd
vanwege de angst dat ze toch verkeerd worden weergegeven, zoals dat
op TV helaas wel voorkomt. De documentaire is zeker geen ‘omdat
Dick Brave en de Baseballs het toevallig goed doen in de charts’
film. Dick Brave komt eventjes aan de orde. De Baseballs niet, wellicht
omdat deze DVD (die op de cover fier productiejaar 2011 draagt en ook
in dat jaar op de markt kwam) al werd opgenomen vóór de
opkomst van het trio. Muzikale optredens flitsen voorbij van de eerder
genoemde bands. Volop muziek dus. Ook tijdens scene-beelden. Het is
mooi om bandleden die je zelf gepresenteerd on stage hebt, of live gezien
hebt, eens aan het woord hoort over hun beleving van de scene en hun
drive om de muziek te maken die ze maken. Ook wat Tiki en tatoeages
met de hedendaagse rockabillyscene te maken hebben, wordt uit de doeken
gedaan door een scene-tatoeëerder. Dit alles is mooi en aardig,
maar als er geen jongere generatie is, die deze muziekstijl in leven
houdt, dan sterft al het moois toch een stille dood. Dus wordt een lans
gebroken voor de ‘overlopers’ uit de hedendaagse popmuziek
(zoals velen van ons destijds in de 70’s en 80’s erin gerold
zijn). Een aardig in elkaar gedraaide docu, waarin men zich eens heeft
laten leiden door de mensen uit de scene zelf en die ook zelf aan het
woord laat. Een absolute aanrader voor nieuwkomers in de rock &
roll (meer specifiek de genoemde scenes) en eenieder die bij rock &
roll alleen maar denkt aan ‘States Quo en AC/DC….ow ja,
er was toch ook nog zo’n figuur namens Elvis….toch?’.
Kijk, voor hen is die docu dus zelfs een must! Voor de rest gewoon heerlijk
achterover leunen en eens enkele soortgenoten laten vertellen wat je
zelf al weet (smile): het wij-gevoel hoogtij laten vieren. Meer info:
www.rockabillyruhrpott.de.
De DVD is onder andere verkrijgbaar bij de webshop van Red Hot &
Blue. (Henri Smeets) |
![]()