(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek geresenceerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Send it to our editor-in-chief!


CD Recensies



20 april 2012

6 FEET DOWN/ THE BAD BACK BONES
BadBackBones Records, geen cat. nr.

Debuut-CD van deze in januari 2008 door vier Helmondse muzikanten met verschillende muzikale achtergrond (Ernst Le Coq d’Armandville op ritmegitaar, Marnix van den Biggelaar op sologitaar, Mike van Lierop op contrabas en Charles Verrijt (ook bij Catslappin’ Chrissy) op drums, ze nemen alle vier bij één of meerdere nummers de leadzang voor hun rekening) opgerichte rockabilly band, geheel door de band zelf in hun repetitieruimte opgenomen en gemixt en in eigen beheer geproduceerd. Het zijn slechts tien songs geworden (alle tien zelfgeschreven), maar ze duren allemaal bijna vier minuten, hahaha, ruim tijd om in een paar van de songs een heel verhaaltje te vertellen. Vanaf het begin valt op hoe rustig de CD: de meeste songs zijn relax gezongen en kalm strummend, soms met jazzy ragtime ondertonen, maar steeds met de gitaar (hoor ik een tweede overdubde gitaar?) als leidmotief. De intensiteit van die lange nummers wordt opgevoerd naarmate ze vorderen. Daarnaast horen we ook een tweetal western-achtige songs (Lonely Highway en Last December, laat ik hopen dat dát géén waargebeurd verhaal is), en To See You Cry is het soort Byrds countryrock dat in België met name door Moonshine Reunion (B) wordt omarmd, een groep waaraan The Bad Back Bones me op deze CD meermaals herinneren. Met Reborn bewijzen ze dat ze ook probleemloos pretentieloos kunnen rockabilly-ën, en in 6 Feet Down dat de vijf en een halve minuut haalt draaien ze hun (in het geval van contrabassist Mike flink getatoeëerde) hand niet om voor een meer neo-sound. We Are Through heeft dan weer een lichte bluesy touch.
Als uw rock ‘n’ roll niet altijd de luidste/ hardste/ snelste/ hepcatste hoeft te zijn maar ook gewoon melodieus luistervoer mag wezen, is de kans groot dat u deze CD wel zal liken. Dit soort eigen releases zijn vaak moeilijk te krijgen in de reguliere handel, dus je kan best even hun speellijst checken en deze CD aanschaffen bij een optreden. Edit: online is deze aan te schaffen via http://badbackbones.bandcamp.com/album/6-feet-down. Verdere info o.a. www.myspace.com/badbackbones (Frantic Franky)


PETE & THE STARPHONICS/
PETE & THE STARPHONICS

Crazy Times Records CTR-CD 114

Dit is de nieuwe band van zanger Pierre Laru, eerder frontman van Franse bands als Pete & the Atomics en Curfew. Ook drummer Eric Bessenay (Tawny Owls, John Guster, Phil Trigwell) en bassist Laurent Soriano (John Guster, Noisy Boys) zijn geen onbekenden, gitarist Manu Mercier daarentegen komt – zo lezen wij – uit de Franse rockscene, en na beluistering blijkt dat juist hij het verschil maakt op deze CD, deels opgenomen in de Electrophonic Recordings Studio in Lyon en de Toe Rag Studio in Londen. De groepsnaam Pete & the Starphonics lijkt sterk op Pete & the Atomics en we gingen er vanuit dat de muziek in hetzelfde desperate straatje zou liggen. Toch zet de opener, een goeie Domino van Roy Orbison, ons op het verkeerde been, want de volgende tracks zijn mysterieus dramatisch in de lijn van de soulvolle rockaballads van Terry Stafford, Ral Donner en andere Elvissen, gekoppeld aan de rauwe maar immer melodieuze intensiteit van een Johnny Powers van wie ze Waitin’ For You coveren. En net als je denkt dat de hele CD die richting uitgaat, schakelen ze opnieuw over op melodieuze medium tempo rockabilly (Poor Lonesome Me), de natuurgetrouwe Johnny Cash trage Don’t Make Me Go, Link Wray en Ventures fuzzgitaren in Gogo’s Bar, authentieke rockabilly (hun Tongue Tied Jill cover) en een fikse scheut Paul Ansell’s Number Nine in You Made A Fool Of Me, terwijl Crying Out For Love dan weer Carlos & the Bandidos-ser is dan Carlos & the Bandidos zelf - wie niet houdt van die Mexicaanse westernbilly zal het wellicht The Gypsy Kings noemen. Ja, we kunnen de CD misschien nog het best omschrijven als een kruising tussen Paul Ansell en Carlos & the Bandidos, heel melodieus en opgefleurd door het sprankelende verfrissende gitaarwerk van Manu Mercier. Ik kan me voorstellen dat voor een ervaren rockgitarist heel die rockabilly en aanverwanten één grote speeltuin is. Vijf covers + tien eigen songs die ik zeker niet allemaal even sterk vind (Blue Flame met zijn lichte Latino touch is ronduit zwak), maar toch is deze CD alleen al door zijn aparte stijlkeuze de moeite waard. Als u tenminste niet struikelt over het onvermijdelijke Franse accent. Ze crawl! Info: www.myspace.com/petestarphonics en www.crazytimesmusic.com (Frantic Franky)


THE OTHER BREED/ THE CREMATORS
Heptown Records HTR055

Je vraagt je soms af waarom mensen dit soort CD’s naar ons opsturen. Dit Zweedse vijftal heeft namelijk niets met Boppin’ Around te maken. Niet dat wij iets tegen psychobilly hebben, verre van, en vele van onze lezers evenmin, maar er moet toch een klein beetje rock ‘n’ roll inzitten. Je moet er toch enigzíns op kunnen boppen. Afijn, u stuurt op, wij reviewen, en omdat deze Cremators ongetwijfeld in de bakken met hedendaagse CD’s zullen opduiken, serveren wij ons hooggeacht publiek deze waarschuwing: dit is een mokerslag van een pretpunk album met hoge meebrul factor, onversneden geserveerd en mét contrabas, maar met rock ‘n’ roll of zelfs neo rockabilly heeft het absoluut niets te zoeken. Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van definities. Is voor u een met rochelende stem gezongen cocktail van punk en garagerock met contrabas psychobilly? Is psychobilly voor u rock ‘n’ roll? Ziet u een punkversie van Batmobile opgenomen met een knuddige mix wel zitten? Als u op die drie vragen gretig “ja” antwoordt bent u beter geplaatst dan ik om dit debuut te beoordelen. Voor de rest van de mensheid: na aankoop niet bij ons komen reclameren graag. Info: www.heptownrecords.com, www.myspace.com/cremators en www.thecremators.com (Frantic Franky)

naar boven

(reclame)



22 maart 2012

DJ AT’S CRAZY RECORD HOP PRESENTS FOOT TAPPIN’ AND DANCE AT THE SCREAMIN’ FESTIVAL Volume 4
El Toro Records ETCD 1052

Die At, wat een kerel: vorig jaar nog geveld door een hartoperatie, dit jaar DJ op festivals in Engeland, Frankrijk, Spanje, Italië en Portugal. En gelukkig ook bij ons begin september op Rock ‘n’ Roll Street in Terschelling. At’s Crazy Record Hop of voor de burgerlijke stand At Koning wordt in de Europese swing en jive wereld namelijk beschouwd als een hele grote mijnheer, en als u wil weten waarom hoeft u gewoon deze CD op te zetten. Maar liefst 27 tracks uit lang vervlogen tijden volgen elkaar naadloos op, moeiteloos schaatsend tussen diverse genres, ter vertier van voeten en heupen. Wat At’s muziekkeuze zo avontuurlijk boeiend maakt is wellicht een streng bewaard geheim, dat we misschien nog het best kunnen definiëren door wat hij NIET draait. Bij At moet je niet zijn voor het allerobscuurste boppertje waarvan nog slechts drie zwaar bekraste exemplaren in gewapend beton bestaan, en evenmin zal hij de nieuwste hepcat sensatie opleggen. Het laatste bandje snotapen uit godweetwaar dat voor de duizendste keer het warm water heeft uitgevonden is aan deze krasse rock ‘n’ roll veteraan niet besteed. Daarvoor heeft ie al te veel bandjes zien passeren. Maar plaatjes blijven eeuwig bestaan, en om die plaatjes is het At te doen. At heeft er een handje van weg platen te hérontdekken, platen die we vaak wel kennen maar al lang geen aandacht meer aan besteden, en hij is niet te beroerd om klassiekers te draaien. Neem nou Be My Guest van Fats Domino op deze CD. Hebben we waarschijnlijk allemáál thuis steken op een Fats verzamelaar, maar wie speelt het nog wel eens? Waar hoor je het nog? Nee, al die DJ’s willen allemaal zo onbekend mogelijk spul spelen, terwijl Be My Guest gewoon een fantastisch dansnummer is. Ik bedoel: het is geen toeval dat juist dit de hits waren in de jaren ’50. Nog eentje van dat kaliber hier: het onverslijtbare Honey Hush van Big Joe Turner. Western swing uitgevoerd door grote orkesten, nog zoiets zaligs, omdat die mensen heus wel muziek konden spelen, hoor. En zelfs zwarte big bands bleken western swing te plegen: de Chew Tobacco Rag hier is van Lucky Millinder! Of het omgekeerde: de primitieve zwarte stomper Cockroach van de blanke saxofonist Link Davis. Veel medium tempo materiaal hier trouwens, omdat dat uitermate dansbaar is. Deze reeks heet niet voor niets Foot Tappin’. ’t Is trouwens een wijdverbreid misverstand dat goeie dansplaten snel moeten zijn. En zoals gezegd, deze CD denkt niet in hokjes, want doo-wop, jive, hillbilly boogie, female Sun rockabilly (Sentimental Fool van Barbara Pittman), Hawaiiaanse eilandklanken, gospel (Satisfied van Martha Carson), big bands, rechtdoor rockers, stokoude scatjazz (Fats Waller met Sweet Sue), boogie woogie, skiffle, zelfs een flinke portie forties, het kan allemaal als je elastieken benen hebt. Minder bekende covers, ook altijd leuk (Beer Drinking Blues in countryrock versie door James Mask), net als themaplaatjes (science fiction met Rockin’ In The Rocket Room van The Larks). Kan tellen qua timing: Six Weeks Of Misery van Big Walter & his Thunderbirds is de pas overleden Big Walter Price. Eén foutje: track 23 is niet Eddie Bush met Pretty Baby maar Ted Daigle met Mary Lou. Maar U had het al door: deze CD is onmisbaar voor iedereen die zijn dansen serieus neemt ! Info: www.eltorrecords.com en www.crazyrecordhop.com (Frantic Franky)


THIS ROAD/ ROCKHOUSE TRIO
Crazy Times Records CTR-CD 113

Drumloos rockabilly trio (al is op zes van de 14 nummers wel subtiele percussie toegevoegd) opgericht in Zuid-Frankrijk in 2004, en dit is pas hun debuut-CD. Dan zijn wij als oude rock ‘n’ roll rot natuurlijk op onze hoede: er zo lang over doen voor je iets uitbrengt is nooit een goed teken, en Frànsen dan nog. Elke twijfel verdwijnt evenwel onmiddellijk zodra het eerste nummer uit de boxen spettert: My Advice van Billy Fury wordt authentieke rockabilly in een flinke sound met geprononceerde slap, de akoestische gitaar perfect op haar plaats, en een goeie welluidende stem zonder overdreven Frans accent, al blijft het geinig om te horen hoe die Fransen hun tanden breken over de klemtonen. Verrassing: I Walk The Line in een heel nieuw arrangement dat klinkt als Union Avenue die niet-Johnny Cash songs coveren in Johnny Cash stijl! Ook goed: hun spaarzame tweestemmige versie van Act Naturally van Buck Owens, het enige countrynummer ooit gecoverd door The Beatles, terwijl het Rockhouse Trio op hun beurt de Fab Four coveren met I Feel Fine, een Beatles single uit 1964. Helaas doen ze daar weinig meer mee dan het te vertolken in rockabilly bezetting, en die oooooh backings hadden voor ons ook niet gehoeven. Dan vinden wij bijvoorbeeld hun uitgepuurde rockabilly versie van I’m Out van The Surf Riders (geen surf maar primitieve rock ‘n’ roll uit 1958) veel beter. Ook het dreigende Baby She’s Gone van Jack Scott en het altijd mooie Lend Me Your Comb van Carl Perkins lenen zich uitstekend tot de Rockhouse Trio benadering, en zelfs met Jungle Rock van Hank Mizell doen ze iets sympathieks, niet evident omdat dat op zich al een enorm powernummer is. Ja, muzikaal zit het vaak mooi in elkaar, en het zijn de kleine dingetjes die het hem in deze doen, bijvoorbeeld elementen uit western swing of gypsy jazz, of een solo spelen op de akoestische gitaar terwijl de elektrische gitaar ondertussen ritmegitaar speelt. De drie eigen nummers passen bovendien perfect in het plaatje. Samengevat: niet perfect, maar qua aanpak, sound en muzikaliteit een aangename ontdekking in het drumloze trio genre door een groep die we omwille van de afstand wellicht nooit live zullen zien.
Info: www.myspace.com/rockhousetriorock en www.crazytimesmusic.com (Frantic Franky)

naar boven

15 maart 2012

MOVING ON/ THE TROUBLED THREE
Heptown Records HTR061

The Troubled Three werden opgericht in 2009 in Stockholm door drie muzikanten die eerder in diverse pop-, rock- en punkbands speelden. In 2011 haalden ze de halve finale van het TV-programma Sweden's Got Talent, en na een titelloos debuutalbum met enkel covers is dit hun eerste release met enkel eigen songs.
We lezen in de persinfo dat ze hun inspiratie niet zozeer bij Elvis en co halen, maar ”teruggrijpen naar de roots van de rock ’n' roll in rhythm ’n’ blues, jump blues, country en western swing”. Qua helden citeren ze drie namen: Big Joe Turner, Roy Montrell en... onze eigen Tielman Brothers! Nou ken ik het oeuvre van The Tielman Brothers niet helemaal, maar ik ben toch vrij zeker dat ik ze niet terughoor in deze CD, en western swing al helemaal niet. Wél is het een mix van hedendaagse rock ’n’ roll en inderdaad 50s rhythm ’n’ blues en zwarte rock ’n’ roll, gebracht met een rauwe maar goeie stem, een Stratocaster die klinkt als een overstuurde Gretsch en een paar gastsaxofoons en mondharmonica’s. Het resultaat is geslaagd: korte catchy songs, een powersound, en een CD die klinkt als een synthese van zowat àlle moderne rock ’n’ roll én rockende rhythm ’n’ bluesbands. Eén opmerking: On The Radio mag dan wel een eigen nummer zijn, het lijkt verdacht veel op Red Hot Rockin’ Blues van Jesse James, net zoals door Nathalie de geest van Larry Williams waart. Links en rechts klinken er nog stukjes vaagweg bekend in de oren, dus misschien identificeer jij weer andere gerecycleerde oude nummers. In elk geval: live zou dit best wel eens de moeite kunnen zijn, maar daarvoor moet je in november naar de Rhythm Riot (GB). Ook te koop als LP en download via www.thetroubledthree.com, www.heptownrecords.com en www.hepcat.se, distributie via Sonic Rendezvous. (Frantic Franky)


RED HOT BUBBLEGUM/ GAGARIN BROTHERS
Sheik Records, geen cat. nr.

Nieuw werk van deze Russen van wie wij in 2009 de CD Twist Behind The Iron Curtain bespraken. Op hun helaas enkel in het Russisch opgestelde www.gagarinbrothers.ru zie ik dat ze in Rusland heel vaak spelen, alleen is me daarbij niet duidelijk of dat in cafés, rock ‘n’ roll clubs dan wel drie keer de week als behangmuziekje in de plaatselijke voetbalkantine is. Met andere woorden, ik heb geen idee waar The Gagarin Brothers live voor staan, ook al is deze nieuwe CD live. Hij is namelijk helemaal anders dan die Twist Behind The Iron Curtain. Intussen hebben The Gagarin Brothers in de Cruise Inn en Maloe Melo gespeeld, maar helaas was ik daar toen niet bij, anders had ik het misschien wel geweten. Twist Behind The Iron Curtain omschreven wij als cocktailmuziek vermengd met tango, pop, volksmuziek uit de Balkan en het Russische equivalent van Duitse schlagers, maar dat geldt dus niet voor deze CD die voornamelijk rock ‘n’ roll klassiekers bevat. Nog opvallende verschillen met Twist Behind The Iron Curtain: de jazzy leadgitaar ruimde plaats voor een rock ‘n’ roll gitaar, en de nieuwe live-CD is niet in het Russisch maar wel degelijk in het Engels gezongen. Op sommige momenten tamelijk fonetisch, maar niettemin Engels. Tot slot is de bezetting compleet verschillend: van Twist Behind The Iron Curtain is enkel contrabassist Dmitry Ilyin terug te vinden op de live-CD. Zelfs de zanger-leadgitarist is een andere naam (vandaar misschien dat die gitaar anders klinkt), al is het instrumentarium hetzelfde gebleven: zang en leadgitaar, contrabas en drums, aangevuld met een accordeon die uiteraard het verschil maakt. Ze zorgt uit de aard der dingen vooral voor opvulling, een accordeon kan nu eenmaal niet gebruikt worden voor een flitsende solo, en de accordeonsolo’s zijn hier dan ook voornamelijk de accordeon die een rondje speelt terwijl de gitaar dat rondje haar kak inhoudt. Waar en wanneer de CD is opgenomen staat nergens vermeld, maar de publieksparticipatie tijdens en tussen de nummers is tot een minimum herleid, dus de songs klinken alsof ze in de studio werden opgenomen.
De CD opent met een harde maar melodieuze gitaarinstrumental getiteld Rock On The Ice, en omdat er nergens componisten bijstaan denk je dan: leuk eigen instrumentaaltje. Mis poes, want het origineel blijkt een discopop nummer uit 1980 van een Russische synthesizerband genaamd Zodiac! In elk geval: die Rock On The Ice is niet representatief voor de rest van de CD, zoals gezegd vooral klassiekers genre Johnny B Goode, Ghost Riders In The Sky en Let’s Twist Again. Toegegeven, de accordeon werkt er wel in. On The Road Again van Willie Nelson krijgt een okee uptempo bewerking, net zoals 16 Tons hard en supersnel wordt. Ook in de Italiaanse variété klassieker Bella Ciao valt de snelle slap op, in Rock Around The Clock wordt zelfs een coupletje in het Russisch gezongen. Gekoppeld aan een surfgitaar fungeert de accordeon als orgeltje in Runaway, Only You houdt het midden tussen variété en ska, met een afwisseling tussen zachte en harde stukken. In die Only You zit veel, net als in Love Me Tender: het is duidelijk dat The Gagarin Brothers veel aandacht besteden aan hun arrangementen. Ze doén er iets mee, en da’s veel waard. In dat soort nummers past de accordeon met zijn hoog easy listening gehalte uiteraard als gegoten, net als in Gypsy Twist, hun stevige Engelstalige versie van de Russische klassieker Dark Eyes, bij ons gedaan door The Treble Spankers en Jzzzzzp.
Wij vatten als volgt samen: de algemene stijl is wat harder dan ‘50s rock ‘n’ roll. Pluspunten: goeie arrangementen, goeie gitaar en goed samenspel, maar de zwakke schakel is de zang van Pavel Stepin, die vooral in de hogere regionen flink te kort komt. Ons oordeel: als kruising tussen rock ‘n’ roll, easy listening en variété niet beklijvend, maar indien je kan lachen met The Leningrad Cowboys zou ik deze CD zeker een keertje opsnorren. Waar je ’m echter kan vinden: wellicht via hun MySpace: www.myspace.com/gagarinbrothers (Frantic Franky)


ROCKABILLY FOOLS - TENNESSEE & TEXAS/ RAVENNA & THE MAGNETICS
Part Records, PART-CD 691-001

Eind jaren zeventig waaide de rockabilly, in de gedaante van neo-rockabilly, terug van Europa naar USA. Ronny Weiser, die al sinds begin jaren zeventig zijn label Rollin’ Rock bestierde, probeerde tevergeefs de authentieke rockabilly in een nieuw jasje aan de cat of kitten te brengen. De standaardreactie die hij ontving was in de trant van dat die ouwe tijd voorbij was en de muziek ouderwets. En opeens was daar in het verre Europa, aan de andere kant van de Atlantische oceaan, een ware revival gaande. Hét moment voor Ronny dus, om zijn aandachtsgebeid naar het oude continent te verleggen. Het zouden gouden jaren worden voor de geboren Israëliër uit Italië. (Aanvankelijk was het nog de bedoeling dat Mac Bouvrie van Mac Records samen met Ronny een label zou beginnen in Los Angeles, maar Mac was net getrouwd). In 1982 laat mailorder Rockhouse ons kennismaken met de Amerikaanse rock ‘n’ roll via de compilatie American Neo-Rockabillies, dat voor luttele 6 gulden toen in de schappen lag. Een plaat ook, die nieuw (!) op enkele plaatsen oversloeg. Kan de plaat zijn geweest of de opname. Maar goed, ik dwaal af. In ieder geval konden we kennismaken met toen nog illustere namen als Buzz & The Flyers of Levi & The Rockats. Schone Ravenna met haar gevolg was op dat moment nog niet in mijn blikveld geraakt. Dat veranderde echter gauw. In diezelfde tijd was het nog goed gebruik dat ook een warenhuis als Vroom en Dreesmann rockabillyplaten in de schappen had liggen. Mijn zakgeld reikte alleen voor cassettebandjes (de overeenkomstige LP’s van die gekochte cassettes volgenden later in mijn verzameling) en dus kocht ik steeds in januari, als alles in de balansuitverkoop werd gedaan, drie heerlijke cassettes uit huize Rollin’ Rock voor samen slechts 10 gulden. Het is dertig jaar geleden, maar het is alsof het gisteren heeft plaatsgevonden. De cassettes waren (en ik heb ze nog, nu collector items, nog zeldzamer dan de LP’s van Rollin’ Rock): Ray Campi (Rockabilly, C-001, Finland, met de aantekening dat op de cassette één song ontbreekt t.o.v. de LP: Johnny Jives), Ravenna & The Magnetics (Rockabilly Fools, C-025, Finland) en de compilatie Rockabilly Music: The Rose Of Love (HEP HN4472, Finland), waarop The Magnetics ook met twee nummers vertegenwoordigd zijn. Een Amerikaanse neo-rockabillyband met een leadzangeres. Geen alledaags verschijnsel in die tijd. Niettemin gitarist Jeff Poskin zingt ook een aantal nummers. Tom Berghan is de oprichter van de band en het enige bandlid dat van het prille begin (1979, nog als rockabillytrio) tot aan het bittere einde (eind 1982) bij de band is gebleven.
Nu dan, ruim dertig jaar na het verschijnen van het cassettebandje en de LP Rockabilly Fools (1980) zijn ook zij, zij het wat laat en wellicht één van de weinig overgebleven rockabillybands van toen, nu eindelijk op CD vereeuwigd. Het door het Duitse Part Records, na aandringen van Anders Axelsson uit Zweden en met medewerking van Ronny en de overgebleven bandleden, uitgebrachte album, bevat de twee LP’s die van de band ooit zijn verschenen en nog twee bonustracks. Het is een genot om na dertig jaar die oude songs nog eens terug te horen! De band had een geheel eigen geluid, zoals dat trouwens wel voor meerdere bands uit die tijd geldt. De karakteristieke rauwe stem van Ravenna Dumaine (vernoemd naar de straten Ravenna Avenue in Seattle waar de band vandaan kwam en Dumaine Street in New Orleans), overduidelijk door Janis Martin geïnspireerd en met echo op de zang, gaf toen al een catchy effect, dat na al die jaren niet veranderd is: ook nu nog weet ze mijn oren te betoveren. Bound To The Sound is dan ook een heel toepasselijke starter van de CD. Haast niet te geloven dat de band als een bluesband (met andere bezetting) en als bluestrio met Tom Berghan (gitaar), Jeff Poskin (gitaar) en Arie Leinonen (drums) begonnen is, om in de tijd van het trio al uit te groeien tot een rockabilly act. Arie verliet even later de band om plaats te maken voor Tom Svornich (drums), aangevuld met Steve Grindle op double bass en Freda Johnson (vocals, ook al staat ze op de cover afgebeeld met gitaar). Dit was de bezetting van het eerste album. Na de opener Bound To The Sound, waarin Tom Berghan al zijn kunnen als componist toont, neemt Jeff de zang van Freda over in Rockabilly Fool (geschreven door hemzelf) en Waterproof Love (van Freda en Tom B.). De cover van Warren Smith, I Like Your Kinda Love, wordt door ‘Ravenna’ door de ether van de huiskamer van Ronny Weiser geschald. Dat een dergelijke ruimte goede opnames kan opleveren bewijst deze CD! Jeff laat van zich horen in Hypnotized, een nummer dat toont dat Jeff ook heel goed weet wat songwriting is, en het overduidelijk Buddy Holly achtige Headaches And Heartaches (geschreven door Jeff i.s.m. Steve). In de BH-cover (uhm, ik bedoel dus de zanger) Rock Around With Ollie Vee dan een eerbetoon aan de jong overleden vernieuwer van de rock ‘n’ roll. De band heeft in feite wel iets weg van zowel een neo- als authentieke rockabillyband. Ik sprak Freda’s stemgelijkenis met Janis Martin in het begin al aan en dus mag het niet verbazen dat ze Janis’ cover Bang Bang zingt. Een treffender cover hadden ze destijds niet kunnen bedenken voor ‘Ravenna’. Een nummer dat haar op het lijf geschreven is. Met extatisch achtergrondgeschreeuw en oppeppend gitaarwerk, is dit een nummer dat zelfs het origineel nog in de schaduw laat staan! De swampbilly van Ray Smith Willin’ And Ready laat Jeff weer eventjes achttien worden in zijn zang. Wegsmelten bij Ravenna’s zang in het doo-wop achtige Good Love om Jeff’s rockabilly vakmanschap te horen in Hot Pink Cowboy Boots (van Jeff en Steve). Freda revived hartbrekend Buddy Holly’s rockabillysong Changing All Those Changes. Goede keuze wat de zangpartijen betreft. Freda en Jeff zingen de nummers die het beste bij hen passen. Freda en Tom B. vormen met stem en gitaarwerk het bepalende muzikale gezicht van de band (zonder met name Jeff te kort te willen doen). Maar niet alleen muzikaal deelden Freda en Tom B. de lakens uit binnen de band, ze deelden ook letterlijk de lakens, want ze waren in 1981 met elkaar getrouwd. We hebben nog geen woord gerept over de overige bandleden. Allemaal topmusici, die rockabilly naar een hoger niveau tillen! Dat kan zeker ook gezegd worden van het door Freda gecomponeerde I Need Your Love, waarop we een unieke verschoven samenzang horen, die klinkt alsof de achtergrondzang steeds iets te laat instapt bij de leadzang, maar het is een bewust verschoven tweede opname van Freda’s zang, dat juist daardoor een bijzonder aangenaam effect geeft! Lekker swampig wordt het nog een keer in Jeff’s Swamp Sally, natuurlijk gezongen door Jeff, begeleid door heel wat party aandoend geschreeuw. Mooi ook die break, die we in latere jaren tegenkomen bij The Paladins. Het is het langste nummer van beide LP’s destijds, maar verveelt geen enkel moment, door de vele variatie.
De CD is rijkelijk gevuld met foto’s en liner notes, o.a. van oprichter Tom B. zelf (uit 2011), ook al ontbreekt er helaas het een ander van wat ik hier geschreven heb. Daar waar de eerste LP Rockabilly Fools nog een vrijwel pure rockabilly-LP was, ging men op de LP uit 1981, Tennessee & Texas, verder op de jivende en jumpende rock & roll-tour. Op dat tweede album was duidelijk een prominentere rol weggelegd voor Ravenna. Ook kwam er een saxofoon en piano bij. De bezetting van die tweede LP was Freda Johnson (zang), Tom Berghan (gitaar), Darnell Kelman (sax), Richard Hogan (piano), Dan Sullivan (double bass) en Bob Connole (drums). Jumpen en jiven in titelsong Tennessee & Texas (van Richard en Tom) als ook in Find My Baby For Me van good ol’ Sonny Burgess. Turning Tide is ongetwijfeld het meest memorabele nummer van de Magnetics, dat eveneens op de compilatie Rockabilly Music: The Rose Of Love vertegenwoordigd was. Goeie zang van Freda, een ghost-achtige saxofoon met schitterend gitaarwerk, maken deze song tot een absolute evergreen. Het nummer is een vette knipoog naar hun eerste album. Sure Fireshaker is een swingende mainstream pianorocker. Lonely Weekends is natuurlijk de ouwe klassieker van Charlie Rich, die hier meer spettert dan het origineel. Waitin’ To Come Back (van Tom B.’s hand) gaat meer richting traditionele rockabilly. Richard’s I Never Lie laat Freda klinken als de vrouwelijke grimassen trekkende Blasters frontman Phil Alvin. Op het rhythm & blues pad gaan onze oren in Richard’s Nite Owl en doo-woppen in de andere evergreen van de band, Feel So Good.(origineel van Shirley & Lee). Wat een power! Schitterend. Baby That’s Allright (van Richard), dat heel duidelijk aanleunt bij I Like Your Kinda Love (Warren Smith) van het eerste album, een soort antwoordsong, is een swingende rocker. Live had de band van 1979 tot 1981 go go danseressen, The Magnettes, die o.a. dansten op het instrumentale nummer 6918 Peach Avenue (van Carl Perkins). Met eentje van hen is Jeff Poskin toen getrouwd. En de dame was uitgedanst… maar daarvoor danste er wel iets in haar buikje. Hoe toepasselijker is dan de slotsong van het tweede album: de catchy rockabillystomper Vibrate (van Rollin’ Rock stable mate Mack Self). Jeff revived Roy Orbison nog eens in Mean Little Mama. Freda, tevens pin-up en schilderes, is helaas in 1996 op 42-jarige leeftijd overleden. Zij zingt Wanda Jackson’s Mean Mean Man, dat wat trager klinkt dan het origineel en waarop ze geforceerd klinkt, alsof het nummer te hoog gegrepen is voor haar.
Ravenna en ook de Magnetics zijn helaas niet meer, maar gelukkig hebben ze wel twee schitterende LP’s en enkele singles (Freda zelfs enkele smaakmakende foto’s) voor ons achtergelaten. Een CD die met veel liefde voor het detail is samengesteld. Absolute dikke vette aanrader! Laat het spaarvarkentje nog maar eens knorren. Info: www.part-records.de (Henri Smeets)

naar boven

1 maart 2012

SIMPLY AMAZIN’/ THE BE BOPS
MB Records, MB 1251

The Be Bops vieren dit jaar hun 30ste verjaardag, en da’s niet veel rockabillybands gegeven. Uiteraard kenden ze in die 30 jaar hoogtes en laagtes en periodes waarin de band op een laag pitje stond, maar toch: dertig jaar is langer dan heel wat liefhebbers van onze muziek het volhouden en ouder dan de leeftijd van veel rock ‘n’ roll fans! Een andere vaststelling: dit is slechts de vijfde CD van The Be Bops in die dertig jaar (ze zijn nog begonnen in de tijd dat groepen vinyl singles uitbrachten), en die vier vorige CD’s verschenen in een tijdspanne van tien jaar, van 1992 tot 2001. De opstoot van creativiteit in de vorm van deze nieuwe CD kwam er misschien door de nieuwe frontman, want het kwartet uit Walenland is inderdaad in 2009 veranderd van frontman, nadat zanger-akoestisch ritmegitarist David Green er na een kwart eeuw genoeg van had. Wat voor de meeste andere groepen zou leiden tot het opheffen van de band bleek voor The Be Bops geen probleem: gitarist Mario Mattucci, contrabassist Salvatore Dorange en drummer Roland Vandy lijfden gewoon Renaud Dehan alias Nicky Black van Nicky Black & the Mystery Strings (B) in, een band gespecialiseerd in het repertoire van Cliff & the Shadows. Nou zijn er wel meer Cliff & the Shadows bands (en dan vooral Shadows bands) in België en Nederland, maar Nicky Black & the Mystery Strings verschillen hierin van de rest van het peloton dat zij niet proberen de Britse pioniers zo correct mogelijk na te spelen, maar gewoon stevige Britse rock ‘n’ roll spelen, net als Cliff & the Shadows eind ’50 begin ’60 dus. Best wel kleurrijk trouwens dat Nicky Black David Green verving, hahaha. Black’s stem heeft uiteraard een ander (en minder hoog) timbre dan David Green, maar ’t is een mooie en vlotte stem die aansluit bij de traditionele rockabilly van The Be-Bop’s. Bovendien heeft ie een breed bereik en zingt ie moeiteloos, alsof hij zijn hele leven nooit anders heeft gedaan. Heeft ie misschien ook, weet ik veel, maar feit is dat de positie als stem van The Be Bops hem past als een strak gesneden gabardine jasje. Bovendien draagt ie creatief gezien zijn steentje meer dan bij: zeven van de negen eigen nummers hier zijn door hem gepend! De muziek is de melodieuze niet-agressieve hepcat rockabilly avant la lettre die The Be Bops al dertig jaar vertolken, maar toch liggen er net als op de vorige CD’s weer andere accenten: gitaargewijs hoor ik veel Johnny Burnette (In Heaven) en Johnny Horton (What Can You Do, en een van de slechts drie covers is Horton’s minder bekende Take Me Like I Am). In contrast daarmee drijft A Man Like Me dan weer op de exotisch melodieuze twang van een Lee Hazlewood of Al Casey. Daarnaast is er plaats voor rechtdoor rockers als No Strange Particular Wonder en de zwarte schreeuwlelijkerd cover Little Girl Don’t You Understand (Bobby Freeman die klinkt als Chan Romero) met Sébi Lee op gastpiano. Op twee andere nummers, Teen Queen van Huelyn Duvall (een typevoorbeeld van de melodieuze stijl van The Be-Bop’s) en A Man Like Me, horen we eveneens een piano, nu overgedubd door Mario Mattucci. Afgesloten wordt met een ander stijlkenmerk van de groep: Be My Valentine is meerstemmige samenzang op een bedje van akoestische gitaar, denk Ricky Nelson die blanke doo-wop croont.
Dat de muziek goed zit op deze CD hoeft overigens geen betoog: enkel het tegendeel zou het vermelden waard zijn. Deze CD is vakwerk, en The Be Bops kennende blijft dat vakwerk ten allen tijde beschaafd. MB Records is het eigen label van Mario Mattucci, dus wendt je tot www.myspace.com/thebebops of contacteer ze via www.facebook.com/charlieroy.bebops (Frantic Franky)


GIRL-POWERED ROCKABILLY
IMC Music Ltd., GSS 5675

Daar waar de girls prominent vertegenwoordigd waren in de highschool rock (en natuurlijk later ook in de girlgroup sound), was de ruwe rockabilly toch voornamelijk het bastion van de mannen. Ruwheid wordt nu eenmaal niet met de tederheid van een vrouw geassocieerd. Maar we weten allemaal dat er ook aardig wat vrouwen waren en zijn, die haren op de tanden hebben. Tot die categorie mogen we zeker de chicks op deze 3CD rockabilly compilatie rekenen. Van koninginnen en prinsesjes van de rockabilly tot en met echte boerenmeiden in deze plattelandsvariant van de rock ‘n’ roll. ‘Petticoats’ met nagellak en haarspray ver te zoeken, daarvoor in de plaats echter jeans met houthakkershemdje, samengeknoopt tot een frivole hemdvariant van de minirok. Kan niet missen dat de queen of rockabilly de eerste CD opent. Funnel Of Love heeft men dit keer gekozen van deze, op vele compilaties vertegenwoordigde, Wanda Jackson. De obscure Sparkle Moore probeert het hier eens als het stiefzusje van Elvis met Skull And Crossbones. Had ze destijds in Nederland geleefd, dan was niet Ria Valk de Nederlandse vrouwelijke Elvis geworden, maar Sparkle! Latere folk-zangeres Jodie Collins, laat het bekende Rock Boppin’ Baby uit 1958 van SUN rocker Ed Bruce horen (een nummer dat trouwens ook de naamgenoten Collins Kids opnamen). Iedere CD bevat 18 opnames uit ver vervlogen tijden en dat betekent voor drie albums dus een vette 54 opnames. De andere queen of rockabilly Janis Martin mag natuurlijk evenmin ontbreken: Drugstore Rock & Roll. Jackie Johnson behoort weer tot de rariteiten en rockt er behoorlijk op los in Star Light Star Bright. Het laat zien dat er heel wat parels onontdekt zijn gebleven die nu dan eindelijk onder het stof vandaan gehaald worden, zodat niet alleen stofmijten ervan kunnen genieten. Laura Lee Perkins is allang geen onbekende meer bij de oudere rockabillies onder ons en verkracht haar stembanden hier op het ruwe Come On Baby. Niet alleen Elvis had dus een zangmatig stiefzusje, ook Jerry Lee. Reserve-‘queen of rockabilly’ Brenda Lee ontmoeten we hier in haar tienerjaartjes met Bigelow 6-200 (dit telefoonnummer heeft ze overigens niet meer… het schijnt dat fans nog altijd dit nummer draaien om haar te bereiken). Joannie King komt van een onbekende meisjesschool, maar staat haar mannetje tussen de grote rockabilly chicks hier: OK Doll, It’s A Deal. Uit betere rockabillyhuize is Rose Maddox met Hey Little Dreamboat. In een ander bootje zit overbekende jivende en jumpende zangeres Jo-Ann Campbell met Joe Turner’s swingende Boogie Woogie Country Girl. Gonna Be Loved zong Linda bijgestaan door haar Epics. Opvallend is dat een aantal dames hier toch sterk op elkaar gelijkende stemmen hebben. Misschien vanwege de opnametechniek of beperkte dynamiek van de microfoons? We misten nog een pareltje aan de rockabillyketting: Patsy Cline, die een spetterende rockabillyversie van Stop Look And Listen laat horen. Sun-rockster Barbara Pittman behoort inmiddels bij de diehards ook al tot de oudgedienden en zingt hier I’m Getting Better All The Time. Oo Ba La Baby… wie hebben we daar? Ah ja Jean Chapel! Ondanks haar achternaam is het geen kerkenmuziek en dat is evenmin het geval bij de Nettles Sisters (brandnetelzusjes!) met de countryboogie Real Gone Jive. Het zit wat tussen de Miller Sisters en Davis Sisters in. Bij Martha Carson moest ik toch even denken of zich niet toch stiekem een mannelijke vertegenwoordiger van de homo sapiens ertussen gefrutseld heeft. Maar is echt een ‘meisje’ hoor. Maar wel met de spreekwoordelijke haren op de tanden! Now Stop is haar bijdrage. Sandy Lee daarentegen is echt een poppetje en smijt Ballin’ Keen door de danszaal, terwijl Janis nog een keertje voorbijkomt met Let’s Elope Baby.
De meiskes van de eerste CD komen we ook grotendeels op het tweede album tegen: Jean Chapel (Welcome To The Club), Sparkle Moore (Rock-A-Bop), stiekem is er toch een jongetje op deze compilatie (Larry Collins) als deel van The Collins Kids op Hoy Hoy. Enkele bekende rockers: Barbara Pittman (I Need A Man), Wanda Jackson (Tongue Tied) en Brenda Lee (Dynamite). Shirley Jean Wiley is een ‘nieuwe’ schone, met een rockabillyversie van Long Tall Sally. Janis Martin laat nogmaals van zich horen met Bang Bang. Joyce Pointer is een andere achterna kijker en haar stembanden trillen in het ritme van Chilly Dippin’ Baby (dat lijkt op Sweet Georgia Brown). Een verdere latere ontdekking door platenverzamelaars, vinden we in Charlene Arthur: Hello Baby. Rose Maddox (Wild Wild Young Man… uhm… kennen we dat niet toevallig van Johnny Carroll als Wild Wild Women?!). Joyce Lee waarschuwt: Never Trust A Man… en je kunt er ook nog op rocken ook! Brenda Lee (Rock The Bop). Andere ‘nieuweling’ Karen Wells bezingt haar eigen swingende compo: Never Gonna Let You Go. Wat al de hele tijd opvalt is, dat al deze originele oude opnames hier verbluffend goed klinken. Barbara Tennant is eveneens componiste en probeerde destijds tevergeefs de hitlijsten te bestormen met het toch zeer behoorlijke Rock Baby Rock. Bonnie Guitar is dan meer het lieve feetje van de rockabilly en zingt op Tin Pan Alley achtige wijze Love Is Over Love Is Done. Sun-groep The Miller Sisters staat al jarenlang met haar nummer Ten Cats Down op tal van compilaties (maar het blijft een goed nummer). Laura Lee Perkins doet het licht uit van het tweede album met Don’t Wait Up.
Derde album, daar zijn ze weer: Janis Martin (dit keer met My Boy Elvis), Brenda Lee (Little Jonah), Wanda Jackson (Fujiyama Mama en Riot In Cell Block No. 9), Rose Maddox (Move It On Over), Collins Kids (Mercy), Jean Sherpard (Jeopardy), Sparkle Moore (Killer), Patsy Cline (Gottta Lotta Rhythm In My Soul), Jo-Ann Campbell (You’re Driving Me Mad), Jean Chapel (I Won’t Be Rockin’ Tonight). Joyce Green (Black Cadillac, klasse rockabilly!), Elaine Gay (klinkt als een zusje van Barbara Pitman, Rock Love), een ‘Wanda Jackson qua rauwheid verpletterende (!)’ Jackie Dee (alias Jackie De Shannon… precies… die) (Buddy), ‘Elvis in vrouwenkleren’ Alis Lesley (He Will Come Back To Me), Alvadean Coker (We’re Gonna Bop), Janece Morgan (Money Honey) en Boots Collins (Mean) zijn de nieuwe ontdekkingen uit een grijs verleden. Drie CD’s met spetterende rockabilly uit de 50’s, allemaal originele opnames van behoorlijke kwaliteit. Een absolute aanrader voor genieters van vrouwelijke vocale kunsten! Voor dat prikje dat die set kost, kun je geen blauwtje lopen. (Henri Smeets)

naar boven



2 februari 2012

ATOMIC JUMP/ 44 SHAKEDOWN
44 Shakedown, geen cat. nr.

Ondergetekende was flink enthousiast over de ‘demo’ die het voorproefje vormde voor de CD van 44 Shakedown en keek dan ook benieuwd uit naar dat full album debuut. Zouden Ben van Anrooy (drums), Marcel van de Zee (zang, contrabas), Tim Blonk (alt- en baritonsax, soms over elkaar gedubd) en Aram Stoop (zang, gitaar) er in slagen die kwaliteit een hele CD vol te houden? Om meteen ter zake te komen: Boppin’ Around heeft ‘em in avant-première en het antwoord luidt een volmondig “YES”, ondanks het feit dat wat ik juist zo goed vond aan de drie ‘demo’-tracks (het zo goed als ontbreken van een vermaledijde rhythm ‘n’ blues gitaar) niet geldt voor de full-CD! Die gitaar is namelijk wél aanwezig op de CD, maar nergens in die mate de aandacht opeisend dat het voor mij, niet bepaald een fan van rhythm ’n’ blues gitaren, storend wordt. Nee, ze wordt netjes in toom gehouden in een voorbeeldig samenspel met de sax. Ook zijn de songs op deze ode aan de rhythm ‘n’ blues van eind jaren ’40 tot pakweg de tweede helft van de jaren ’50, zeg maar aan de zwarte rock ‘n’ roll, meer R ‘n’ B gericht, met covers als I Can’t Stop It (Jimmy Liggins eind jaren ‘40), Boogie Woogie Nighthawk (gitarist James Widemouth Brown in 1951, de minder bekende broer van Clarence Gatemouth Brown), en het net als het origineel met piano opgevrolijkte Gamblin’ Woman (Big Walter, 1956). De enige recente cover, de Ray Charles tribute Mr RC Robinson van de Britse bluesband Paul Lamb & the King Snakes uit 2005, klinkt even ouderwets als de rest van de CD, het enige eigen nummer, de instrumentale titeltrack, combineert een Sheik Of Araby-achtig melodietje met freestyle Les Paul gitaar. Twee nummers die wij als rock ‘n’ roll beschouwen klinken net iets anders: Ain’t Nobody Here But Us Chickens (origineel van Louis Jordan uit 1946) is verrassend rustig, Bim Bam (Sam Butera, 1958) klinkt wat zwarter en wat minder jive. De CD sluit af met Bacon Fat van André Williams, een goeie zaak, want er kan niet genoeg André Williams in deze wereld zijn. De meeste nummers zijn medium tempo, wat uitnodigt tot heupwiegen en meetappen met je voet, maar werken naar een intense climax toe, een beetje zoals The Paladins dat in een heel ander bluesgenre doen. Schreef ik vorige keer dat dit Radio Modern stuff is, nu durf ik onomwonden stellen: dit hoort thuis op het podium van de Rhythm Riot (GB). En voor alle duidelijkheid, dit zeggen we dus niet omdat ze uit Nederland komen: ik ken de individuele groepsleden niet en heb de band zelfs nog nooit live gezien. Eén nadeel: slechts 11 songs, samen nipt een half uur. Vééls te kort voor zo’n goeie muziek. U gelooft onze lofbetuigingen niet? Ga naar hun CD-release op 11 februari in De Unie in Rotterdam: gratis entrée en Miss Mary Ann & the Ragtime Wranglers krijg je er nog bovenop als opwarmer. Geraak je daar niet, overtuig dan uzelf met de MP3’s op www.44shakedown.com. (Frantic Franky)

naar boven

Vinyl Recensies



12 januari 2012

COMPAÑEROS/
CENOBITES en THE BODYBAGS
Bandworm Records, BW 102

Een split-EP op groen vinyl gelimiteerd op 500 exemplaren met vijf onuitgegeven studio-opnames van de oudste én de nieuwste Nederlandse psychobillies, dat is ongetwijfeld een collectors item voor de fans. En opvallend genoeg uitgebracht door een Duits punk-/skinlabel dat eerder al het Cenobites album Paradise For The Damned uitbracht. Misschien is er in Duitsland een groter publiek voor psychobilly? Grappig is dan weer dat het artwork niet standaard psychobilly is maar geknipt werd uit de poster van een Italiaanse spaghetti western van Ennio Morricone uit 1970. Een A- of B-kant staan nergens vermeld maar omdat Cenobites bovenaan staan en al het langste bestaan beginnen we met hun drie tracks. De vaandeldragers van de psychobilly in Nederland (bijna hadden we geschreven: vandaaldragers) openen met het nummer El Camino Del Amor dat ik eerder als hele moderne hele snelle rock ‘n’ roll met de nadruk op rock bestempel dan als psychobilly, Leave Me Alone is dan weer een kruising tussen rock, speedrock en heavy metal, ook door de manier van zingen en de twee gitaren. Midnight Madness gaat helemáál richting speedrock en is een mokerstoot van een song.
In tegenstelling tot gevestigde waarde Cenobites zijn de Arnhemse Bodybags jong grut, ook al werden ze dan al opgericht in 2006. Dat ze meekunnen met de besten bleek uit hun debuut-CD op Tombstone, hier voegen ze nog twee tracks toe aan hun prille discografie die veel meer dan Cenobites richting échte psycho gaan: Life, My Way is uptempo, hard en brutaal maar melodieus, met tempowissels en slapbreaks, Six Cigarettes flirt met cowpunk en meezingpunk. Je kan dit hebbedingetje bestellen op www.bandworm.de, maar sympathieker is misschien dat je het rechtstreeks bij de bands zelf koopt op een van hun gigs. Info: www.cenobites.net en www.myspace.com/thebodybags (Frantic Franky)


MAD OLD WITCH/ MARCEL BONTEMPI
Witchcraft Records, WCI-107

Na Shag Rag is dit de tweede solosingle van Marcel Bontempi, zanger-gitarist van The Montesas, een wat mij betreft erg leuke Duitse band die fratrock en early ‘60s rock ‘n’ roll pleegt, en dan kan je er van uitgaan dat deze EP evenmin standaard rockabilly zal bevatten. Het is zelfs een concept EP geworden met vier songs over duivels en heksen, met mooi artwork (Bontempi is grafisch ontwerper, bekijk zijn werk op www.marcelbontempi.blogspot.com) en zelfs – maar da’s puur toeval – een toepasselijke labelnaam! Wie Bontempi hier begeleidt is onduidelijk, mogelijk speelde hij alles zelf in. Alle vier songs zijn covers, wat voor één keer niet erg is, want het enige bekende nummer, Race With The Devil van Gene Vincent, krijgt een totaal ander arrangement, groovy boppend met een lichte ‘60s truckerscountry twang en doorspekt met soundeffecten van scheurende bolides. Titeltrack Mad Old Witch (de originele titel is volgens mij gewoon Mad Witch) is een geflipt nummer uit 1957 van komiek Dave Gardner, al schijnt er een nog oudere versie van ene Mel Allen & the Emil Baffa Orchestra te bestaan. Bij Bontempi klinkt het na een gesproken intro geknipt uit een oude krakende horrorfilm als een rockende versie van Frankie Laine’s cowboyballades: uptempo met rockende gitaren, geprononceerde snaredrum, en Ghostriders In The Sky-achtige backing vocals maar dan griezeliger. Train Of Sin (met de duivel als treinbestuurder) blijkt origineel een obscuriteit van Bill Haley die in 1964 op de Guest Star LP The Rock Around The Clock King stond, hier is het uptempo rockabilly op mamboritmes, in dezelfde stijl als Mad Old Witch. Train To Satanville van Gin Gilette uit 1961, ook gecoverd door Ruby Ann (P), is een goeie rocker met countrybop feel en geluidseffecten. Kenmerken van deze EP zijn de stem die heel ‘50s klinkt, veel gitaren en percussie, en veel gitaareffecten. Speciaal, opvallend, en daarom een aanrader voor de verzamelaars van monster rock ‘n’ roll. Witchcraft is gebaseerd in Frankfurt en je kan hun catalogus checken op www.witchcraft-international.de (Frantic Franky)

DVD Recensie

ROCKABILLY RUHRPOTT
Filmlichter/Thevissenfilm, ISBN: 4250128407908

Het is helaas geen alledaags verschijnsel dat er een documentaire over de rockabilly en teddyboy scene verschijnt. Wel zijn er afgelopen jaren bij onze oosterburen enkele boeken verschenen over dat thema. Ook besteedt men in Duitsland van tijd tot tijd aandacht eraan op TV, maar als je geen Duitse TV ontvangt heb je er niks aan. Nu dan eindelijk een DVD, zodat ook mensen buiten Duitsland de gemeenschappelijke Ted- en Rockabilly-gevoelens kunnen delen. De Hepcats en Jivers worden terloops aangesproken Voor hen die de taal van onze oosterburen niet machtig (willen) zijn, is de film ook Engels ondertiteld afspeelbaar. Centraal staat de scene in het Ruhrgebiet, zeg maar het Zuid-Limburg van Duitsland (gezien het kolenmijnverleden en daaraan gerelateerde, destijds zeer sterk aanwezige, prominente koempel (makker/maat) klimaat). Een gebied dat zich rock & roll-matig kenmerkt door een grote Ted- en Rockabilly-scene in de vorm van diverse dito clubs in de grotere steden, die op internet ook hun forums (fora) hebben. Jullie redacteur zit ook in enkele van die forums, die als kenmerk hebben: gastvriendelijk en genoeg discussievoer ‘op niveau’. Uiteraard ontbreken de clubs niet in de docu. Centraal staan interviews met leden van verschillende bands uit het gebied, de (ons allen wellicht welbekende) groepen Lou Cifer & The Hellions, Black Raven, Foggy Mountain Rockers en Wildcats, die allen ook al Nederland aangedaan hebben. Daarnaast zien en horen we spelen: Furious, Town Rebels, Rock ’n’ Feller en Teenage Terror plus de grotere acts, daarover zodadelijk meer. Het geheel van gepraat wordt afgewisseld met aardig wat beeldmateriaal uit de 70’s, 80’s, 90’s en nu. Dat geeft een goed beeld van de sfeer in de scene (ook al beleef je het natuurlijk het beste als je er zelf tussenin zit). Alleen jammer en merkwaardig, dat enkele filmpjes erg mozaïekachtig uitzien. Daar had men ook beter materiaal kunnen gebruiken, zeker wat betreft de Stray Cats (immers, materiaal zat aanwezig). De enige Nederlandse interviewbijdrage komt van het vaderlandse deel van Duits/Nederlandse band The Wildcats. De film/documentaire probeert voor buitenstaanders, aan de hand van makkers uit de scene, een beeld te geven van wat de Rockabilly- en Ted-scene inhouden. Uiteraard begint het met wat rockabilly is en wat teddyboy rock & roll is. Logischerwijs mogen dan beelden van Stray Cats en Crazy Cavan & The Rhythm Rockers niet ontbreken. Maar ook Matchbox en Shakin’ Stevens worden even aangestipt. Omdat beide muziekstijlen onder andere uitgebeeld worden door kleding, zijn hier de echte Teds en Rockabillies te zien. Eigenaarechtpaar van Red Hot & Blue, een rockabillyzaak in Essen, die in de docu te zien is (ben er diverse malen geweest: het loont om er enkele uurtjes voor te rijden. Wil je dat niet, ze hebben ook een website: www.rockabilly-rules.com), vertellen het een en ander daarover. Uiteraard ontbreken pin-ups niet en een rockabella (geen chick), die in een goed gevuld bovendeel van haar jurk (in het bloopergedeelte aan het einde van de DVD krijgt dat nog eens extra aandacht) ingaat op pin-ups. Uiteraard is ook de haardracht een uiting van Rockabilly of Ted zijn. Een scene-kapper gaat verder in op de verschillende haarstijlen. Omdat een cat zonder auto dat is wat een chick is zonder kleren, mogen hotrods, classic cars, custom cars, muscle cars en hotrod races (chicken runs) niet ontbreken. Ze krijgen apart aandacht. Als je zo de interviews beluistert, dan merk je meteen dat het geen bal uitmaakt of je nu uit de Ruhrpott (bijnaam voor Ruhrgebiet) komt, of honderden danwel duizenden kilometers verder weg woont. Heel herkenbaar wat er allemaal verteld wordt over de muziek, beleving en hoe men in de revivaltijd werd gezien door de buitenwereld (dat je bijv. ook steeds Elvis genoemd werd). Hier zijn ‘onze’ mensen aan het woord, ook al hebben diverse makkers hun bijdrage geweigerd vanwege de angst dat ze toch verkeerd worden weergegeven, zoals dat op TV helaas wel voorkomt. De documentaire is zeker geen ‘omdat Dick Brave en de Baseballs het toevallig goed doen in de charts’ film. Dick Brave komt eventjes aan de orde. De Baseballs niet, wellicht omdat deze DVD (die op de cover fier productiejaar 2011 draagt en ook in dat jaar op de markt kwam) al werd opgenomen vóór de opkomst van het trio. Muzikale optredens flitsen voorbij van de eerder genoemde bands. Volop muziek dus. Ook tijdens scene-beelden. Het is mooi om bandleden die je zelf gepresenteerd on stage hebt, of live gezien hebt, eens aan het woord hoort over hun beleving van de scene en hun drive om de muziek te maken die ze maken. Ook wat Tiki en tatoeages met de hedendaagse rockabillyscene te maken hebben, wordt uit de doeken gedaan door een scene-tatoeëerder. Dit alles is mooi en aardig, maar als er geen jongere generatie is, die deze muziekstijl in leven houdt, dan sterft al het moois toch een stille dood. Dus wordt een lans gebroken voor de ‘overlopers’ uit de hedendaagse popmuziek (zoals velen van ons destijds in de 70’s en 80’s erin gerold zijn). Een aardig in elkaar gedraaide docu, waarin men zich eens heeft laten leiden door de mensen uit de scene zelf en die ook zelf aan het woord laat. Een absolute aanrader voor nieuwkomers in de rock & roll (meer specifiek de genoemde scenes) en eenieder die bij rock & roll alleen maar denkt aan ‘States Quo en AC/DC….ow ja, er was toch ook nog zo’n figuur namens Elvis….toch?’. Kijk, voor hen is die docu dus zelfs een must! Voor de rest gewoon heerlijk achterover leunen en eens enkele soortgenoten laten vertellen wat je zelf al weet (smile): het wij-gevoel hoogtij laten vieren. Meer info: www.rockabillyruhrpott.de. De DVD is onder andere verkrijgbaar bij de webshop van Red Hot & Blue. (Henri Smeets)

naar boven



Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina