(reclame)


Je recente CD, DVD, plaat of boek geresenceerd op onze website? Stuur deze dan naar de hoofdredactie!
Your recent CD, DVD, record or book reviewed on our website? Sent it to our editor-in-chief!



CD Recensies



2 september 2010


DJ AT'S CRAZY RECORD HOP PRESENTS FOOT TAPPIN' AND DANCE AT THE SCREAMIN' FESTIVAL Vol. 3
El Toro Records, ETCD 1035

De Screamin' Weekender in Spanje was dit jaar aan zijn twaalfde editie toe, en voor het derde jaar op rij mocht DJ At's Crazy Record Hop zijn naam verbinden aan een door hem samengestelde CD die zo'n beetje geldt als de officieuze soundtrack van Screamin'. Da's een hele eer, en ook wij zijn dan een beetje trots want At's Crazy Record Hop is gewoon een Nederlander, At Koning, platenkoning op festivals all over Europe. En wat krijg je als je een van de swingendste platenruiters in Europa de vrije hand geeft om uit zijn collectie 27 nummers te kiezen zonder rekening te moeten houden met enige restrictie, want dat kan tegenwoordig probeemloos dankzij de na-50-jaar-vervallen-alle-copyrights wetgeving? Een geweldige CD voor de dansers onder u, uiteraard!
Op deze CD staan zowel rock 'n' roll klassiekers (I'm Walkin' van Fats Domino), rockabilly (Did You Mean Jelly Bean van Joe Clay, Cat Talk van Lew Williams, Find A New Woman van Arnold Parker & the Southernairs), Sun rockabilly (Huh Babe van Luke McDaniel), hillbilly boogie (Birmingham Bounce van Hardrock Gunter, Rompin' And Stompin' van Curtis Gordon), zwarte jive swing (Fannie Brown Got Married van Roy Brown, Certainly All van Eddie Jones & the Toppers, Miss Rip Van Winkle van The Tibbs Brothers) als blues bop (Hole In The Wall van Sonny Terry & Brownie McGhee), maar het merendeel is toch een soort big band swing van eind jaren '40 tot midden jaren '50, schat ik. Uitermate dansbaar, dat spreekt, en zo leer je weer eens nieuwe nummers kennen van bijvoorbeeld Wynonie Harris (Big Old Country Fool, het klinkt als Bloodshot Eyes gezongen door Louis Prima), Georgia Gibbs (I'll Get Myself A Choo Choo Train), Ella Fitzgerald (I'm Just A Jitterbug), Nat King Cole (For You My Love) of zelfs Lavern Baker (On Revival Day) en Louis Prima (Ya Gotta See My Baby Tonight), alsmede een pak totaal onbekend spul. Er mag zelfs gelachen worden met Buick '59, een zwarte doo-wop jiver waarin Vernon Green & The Medallions alle scheurende autogeluiden zelf inzongen, en met The Sissy Song, een countrybopper recht van de boerderij waarin Billy Briggs (dezelfde Billy Briggs van Chew Tobacco Rag) van leer trekt tegen alle "sissies" die suede schoenen dragen, ice tea drinken met hun pinkje in de lucht en hun vrouw helpen bij de afwas. De goeie ouwe tijd...
Tip: de volgende keer dat u op een vervelend familiefeestje weer eens dik tegen uw zin deejay moet spelen omdat u nu eenmaal de rocker in de familie bent, zet u gewoon dit CD'tje op, en iedereen zal u feliciteren met uw muziekkennis en -keuze. Als uw publiek uit doorgewinterde rockers bestaat zouden wij het echter niet riskeren, want de kans is groot dat die deze CD zelf zullen hebben. Onafgezien daarvan slechts één nadeel hier: nul komma nul info betreffende de tracks, want op de inlay staat enkel reclame voor Screamin'. Niettemin een absolute aanrader voor diegenen onder u die wel eens naar de feestjes van Radio Modern gaan. Tracklisting en voorbeluisteren op www.eltororecords.com, meer info over At's Crazy Record Hop vind je op www.crazyrecordhop.com (Frantic Franky)


THE CREST SESSIONS/ THE KING BAKER'S COMBO
Crazy Times Records CTR-CD 110

Debuut van een Parijs kwartet met elektrische gitaar, akoestische ritmegitaar, contrabas en drums. Alle 15 songs behalve één eigen instrumental zijn bekende covers die tappen uit rockabilly klassiekers (Let's Go Boppin' Tonight, Crazy Crazy Lovin', Gone Gone Gone, Blue Jeans And A Boy's Shirt), cult klassiekers (Big Green Car) en moderne klassiekers (My Little Sister's Got A Motorbike van Crazy Cavan en twee keer The Blasters met Marie Marie en So Long Baby Goodbye). Wie alle titels op een rijtje wil checkt www.crazytimesmusic.com. Iets origineler is het uptempo rockabilly arrangement van Blue Blue Day. Dit Combo is ongetwijfeld een stel kameraden die met veel plezier hun lievelingsnummers spelen, maar helaas spelen ze die ook allemaal hetzelfde, alsof dit in één lange sessie (de Crest sessies? Waar slaat die titel eigenlijk op?) werd opgenomen. Gevolg: het klinkt ook allemaal hetzelfde, en dat mag nooit de bedoeling zijn. Daarom valt het des te meer op dat hun eigen King Baker's Boogie, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, geen standaard boogie schema maar een interessant fingerpickertje met Malagueña motieven is. Ze hebben dus wel degelijk goeie eigen ideeën in huis. De bandleden spelen redelijk maar raken vooral in de minder snelle nummers mekaar af en toe kwijt. Daarbij komt een elementaire mix (de drums en cymbalen knallen erop los) en het onvermijdelijke Franse accent. In Tired And Sleepy duetteren zelfs twéé Franse accenten tegen elkaar op. De zanger legt zijn klemtonen nogal eens op een vreemde plaats en lijkt soms fonetisch Engels te zingen waardoor de tekst plots helemaal anders klinkt. Zoekt iedereen dan tegenwoordig zijn songteksten niet op op internet? Samengevat: meer jeudig vuur en enthousiasme dan perfectie. Als demo hadden we dat misschien door de vingers gezien, maar voor een full album debuut verlangen wij - rotverwend als we zijn - muzikaal én geluidstechnisch tot net ietsje meer. Info: www.myspace.com/crazytimesmusic. King Baker's Combo zelf vonden we niet terug op het net, dus dat wordt mailen naar kingbakerscombo@laposte.net (Frantic Franky)


SHIVERS/ LAS VARGAS
Crazy Times Records CTR-CD 109

Afgaande op de groepsnaam en de twee in het Spaans gezongen liedjes verwachtte ik een Spaanse band, maar Las Vargas blijken afkomstig uit La Douce France en hebben bovendien een zangeres. Dat zien wij graag, dat dames hun, euh, mannetje staan in het rock 'n' roll wereldje. Allemaal covers op deze CD, en onmiddellijk vallen Dynamite (Brenda Lee), Fujiyama Mama (Wanda Jackson), en Two Long Years en Barefoot Baby (2 x Janis Martin) op. Dan denk je: het zal wel weer het zoveelste female rockabilly bandje zijn. Toch springen Las Vargas er uit, en wel om diverse redenen. De band is niet 100 % rockabilly: ze pakken op dit debuut diverse stijlen aan. Bovendien is de gitaar erg rhythm & blues, al kan ze wel degelijk rocken. Toch is het ook weer niet echt jive of jump swing, want ze hebben geen blazers in de gelederen, wel een piano die de nodige roll toevoegt aan de rock. Dit is bovendien een groep die wel degelijk iets van muziek kent, dat merk je aan de doordachte arrangementen met veel frivole fantasietjes, in tegenstelling tot de standaard peer 'em d'erop band. De vier genoemde female classics klinken dan ook helemaal anders dan de bekende uitvoeringen, en dat strekt Las Vargas tot eer. Ook de andere covers springen uit de band met vrolijke, intelligente arrangementen: we noemen willekeurig Pepper Hot Baby (Jayne P. Morgan), Shtiggy Boom (ik ken het van Joe Houston, Bill Johnson en Patti Anne), Hey Memphis is Lavern Baker's antwoord op Little Sister van Elvis, en het echt al wel doodgecoverde My Girl Josephine van Fats Domino wordt nieuw leven ingepompt met een verrassend New Orleans mardi gras mambo arrangement. De twee Spaanse nummers, La Plaga (Good Golly Miss Molly van Los Teen Tops) en La Chica Alboratada (Tallahassee Lassie door Los Locos Del Ritmo) zijn prima rockers, Boxcars van Butch Hancock zweeft in een St. James Infirmary sfeertje, en op afsluiter Keep It A Secret (Jo Stafford, Dinah Shore, Bing Crosby, Gene Vincent) wordt de cabaret sfeer van Marlene Dietrich opgeroepen. Wat ons meteen bij de stem van zangeres Sandra Vargas brengt: diep, maar ook zwoel, soms hoog, soms grollend, maar meestal met een zeer zwaar Brits accent. Dat accent en die diepe stem doen mij nog het meest denken aan de rock 'n' roll opnames van Mae West, qua timbre en accent dan, gelukkig niet qua zangprestaties. Wie daar geen punt van maakt zal mogelijks veel plezier kunnen beleven aan dit album, een van onze favoriete CD’s deze veel te korte zomer. Info: www.myspace.com/lasvargaslive en www.crazytimesmusic.com en (Frantic Franky)


naar boven

Demo recensies

(reclame)




DESPERATE ROCK 'N' ROLL/ THE BOP A-TONES

The Bop A-Tones bestaan uit vier bekende Belgische gezichten: de alomtegenwoordige Patrick Ouchène voor één keer niet op zang maar enkel op gitaar, Lenn Dauphin (contrabassist bij Runnin' Wild, Sin Alley en Hètten Dès), Marco "Shaky" Alvarez (drummer in de allereerste band waarmee Ouchène opnam, The Domino's begin jaren '80), en op zang de Brusselaar Michel "Texas" Texier, ooit in een lang vergeten rockabillyband genaamd The Tigermen. Hun MySpace belooft authentieke 50’s rock 'n' roll, rockabilly en white rock. Daar is niet veel van gelogen, zoals ik kan getuigen na The Bop A-Tones enkele keren live te hebben gezien: ze gaan er steevast stevig en wild tegenaan. Deze CD-R demo bevat twee covers + twee eigen composities: Vampire Baby (met veel baby baby baby's in het refrein) is een uptempo stroller, beetje gemeen, beetje sleazy, Bop The Blues With Mary Lou is rockabilly op bluesbop leest, Hayden Thompson's Whatcha Gonna Do is medium tempo en wat ik aanneem voor hen een ballade met een ietwat Mexicaans sfeertje, School Of Rock 'n' Roll is een pittige cover van Gene Summers. Alle songs zijn prima gespeeld, ook de zang is geslaagd, al klinken ze op geluidsdrager wat beheerster dan toen ik ze live zag. Het valt trouwens op dat op alle vier nummers een tweede gitaar is overgedubd om mooie extra melodieuze gitaarlicks toe te voegen, wat de muzikaliteit van het geheel verhoogt. Ons advies: doe zoals wij, support your local homeboys en ga The Bop A-Tones eens een keertje zien als je ze nog niet kent en houdt van wilde 50’s rockabilly. De demo zou de voorbode van een full album moeten zijn. Op www.myspace.com/bopatonesrockabilly staat nog één nummer extra, Guitar Breaker, origineel van Runnin' Wild. (Frantic Franky)


EASY LAZY "C" & HIS SILVER SLIPPERS

In 2008 opgerichte Franse band die al meermaals in Nederland speelde, en de Fransen blijven echt wel kampioen in onbegrijpelijke namen. Geen idee waar Easy Lazy "C" & his Silver Slippers op slaat, maar het roept bij mij het beeld op van een opa op z'n sloffen. De muziek is gelukkig totaal anders!
De band bestaat uit veteranen van de Franse rockabillyscene, want zanger/ elektrisch ritmegitarist Christophe Lucas, drummer Nico Persichetti en contrabassist Manu Bouchez speelden/ spelen ook in Hot Rhythm And Booze, Carl & the Rhythm All Stars, Pete & the Atomics en Little Lou & the Moonshiners. Gitarist Chris Almoada speelde de laatste jaren vooral country, zo vertelde hij me op de Rockabilly Roundup in De Mortel waar ik ze live zag, wat mij betreft zeker een van de topacts van het weekend, muzikaal én visueel, een wervelende show waarbij ze geen seconde stil stonden. De pianist vermeld op hun MySpace die prominent figureert op de demo was er niet bij in De Mortel en blijkt inderdaad de band te hebben verlaten. De muziek is wilde desperate rock 'n' roll genre Buffalo Bop en zo klinkt de demo ook: krakkemikkig en met bijna kapotgeschreeuwde stem. Maar wat een vuur! A-Bomb Bop (Mike Fern), Bip Bop Boom (Mickey Hawks), Froggy Went A Courtin' (Danny Dell) en This Is The Night (Bob Luman, Buddy Thompson, bij ons gecoverd door The Tin Stars) klinken haast nog ongetemder dan de originals, en da's binnen dit genre een prestatie. Geschreeuw in de solo's, stevige meppen op de drums, en het geheel wordt op stoom gebracht én gehouden door de piano. Tallahassee Lassie lijkt in deze een contradictie, maar haal Freddie Cannon's origineel nog maar eens een keertje boven: het blijft een geweldige rock 'n' roll song. Jammer dat die pianist er niet meer bij is want op demo vormt hij een meerwaarde, maar eerlijk toegegeven: op de Roundup waren ze zonder hem zo goed dat ik 'em totaal niet miste. Frankrijk is in ieder geval weer een uitstekende band rijker. Hun debuut album is gepland voor januari 2011, in afwachting daarvan vindt je op www.myspace.com/easylazycandhissilverslippers nog meer nummers en een pak clips. (Frantic Franky)


naar boven

CD Recensies



WALLDORF R&R WEEKENDER SOUNDTRACK
Part Records, PART-CD 650.004

Inmiddels uitgegroeid tot een vaste waarde op de rock ‘n’ roll kalender: de Walldorf R&R Weekender. Net zoals in 2008 en vorig jaar brengt het label dat het festival elk jaar rond Pinksteren organiseert, Part Records, een sampler uit met bands die de afgelopen editie van de partij waren. Geheel in de stijl waar Boppin’ Around voor staat, het samenbrengen van allerlei echte rock ‘n’ roll stijlen, kunnen we hier genieten (of huiveren, ’t is maar net hoe je smaak is!) van muziek uit vele hoeken van het brede rock ‘n’ roll spectrum.
Helaas, jammer dat er geen Nederlandse en/ of Belgische vertegenwoordiging present is. Ik kan me dan ook niet herinneren of er überhaupt een band uit de Lage Landen op de laatste versie van het festival present was. Het zal wel niet. We horen wel 7 Duitse bands, 4 Amerikaanse, 3 Italiaanse, 2 Engelse, 1 Franse, 1 Zwitserse en zelfs 1 Braziliaanse groep. Zonder de andere bands te kort te doen bevallen me van de Duitse bands The Honky Tonk Pounders erg goed. Ze brengen een typisch festival bopnummer, te weten Freight Train Running. De andere Duitse bands zijn Hot Wire (rockabilly), The Jungle Tigers (moderne rockabilly), The Bombs (rockabilly), The Lazy Boys (rockabilly), Hannes & his Ballroom Kings (rock ‘n’ roll) en The Smalltown Casanovas (country roots). Vooral de Amerikaanse bijdragen zijn sterk uiteenlopend qua stijl, want we horen The Dynotones (surf), Eddie Angel in The Neaderthals (60’s garagerock), Ruby Dee & the Snakehandlers (alternatieve country) en Arsen Roulette (rockabilly). De Italianen op de CD bezorgen ons de swing met The Billy Brothers Orchestra en The Good Fellas, al brengen deze laatste met hun Walking With Mr. S meer een ode aan 60’s spy-fi of zo, die hoe dan ook swingt en goed klinkt. Hun landgenoten van Wheels Fargo & the Nightingale laten dan weer een leuk staaltje bluegrass horen in Muleskinner Blues. Een aardig contrast is er ook tussen de twee Engelse bijdragen: King Pleasure & the Biscuit Boys (uiteraard swing) en The Whip Crackin’ Daddies (neo-rockabilly). De Fransman Tony Marlow rockt zoals we hem kennen in Action Baby en het Zwitserse Rhythm Train laat haar slapbass flink slappen in Bad To The Bone. Benieuwd naar de Braziliaanse bijdrage? Het is een ieder geval een opvallend, laten we zeggen een origineel 50’s garage georiënteerd nummer, Green Men From Mars van de qua bandnaam minder originele Crazy Legs.
Je hoeft er niet per se bij geweest te zijn wil je deze CD interessant vinden. De volgende Walldorf R&R Weekender zal van 11 t/m 14 juni plaatsvinden. Info: www.walldorf-weekender.de voor het weekend en www.part-records.de voor deze verzamelaar. (Frans van Dongen)


IT’S ONLY ROCK ‘N’ ROLL/ THE SPEEDOS
Part Records, PART-CD 647.001

The Speedos bezorgen me toch een fractie aan jeugdsentiment, al waren ze in Nederland niet zo populair als ze in Duitsland waren. Dit komt waarschijnlijk door het hoge doo-wop gehalte, dat in Nederland nooit zo is ingeslagen. Ik zag ze voor het eerst in Happy Days te Rosmalen en qua repertoire vergeleek ik ze een beetje met een band als Showaddywaddy, maar qua sound dan toch geheel anders: eenvoudiger van opzet, puurder en meer terug naar de basis. Frisse vertolkingen van doo-wop songs als Remember Then, Sandy, Come Go With Me, Sh’Boom en noem maar op verrasten me enorm. Hoe kreeg de band het voor elkaar om prima doo-wop te vertolken terwijl ze tevens alle instrumentarium op zich nam? Ook de pure countryklassiekers als Ghostriders en West Virginia brachten The Speedos op een frisse wijze, waarbij ze zelfs een zwarte song als Cotton Fields (let op het fantastische bluesbegin!) in zo’n zelfde enthousiaste stijl speelden, met een donkere slappende bas, authentieke gitaar en meer dan uitstekende vocalen. Op andere nummers trad dan weer meer de sax naar voren. Over de sax gesproken: kun je je nog herinneren dat er in de jaren ’90 plotseling rhythm & blues georiënteerde rock ‘n’ roll bands waren die plotsklaps ska in hun repertoire gingen opnemen? Welnu, dat deden The Speedos al in de jaren ’80. Luister maar eens naar hun eigen song Lonely Night. Ja, want ook al was de band toen nog erg jong, eigen songs speelden ze ook al en werden naadloos in hun show ingebracht met als mijn favorieten de supersentimentele, doch up-tempo songs Believe Me en I Just Want To Know. Al deze songs zijn (overigens voor de tweede keer) samengebracht op deze CD die bestaat uit hun LP It’s Only Rock ‘n’ Roll (13 songs) en hun eerste geluidsdrager van destijds, de vinyl-EP I Just Want To Know (4 songs).
The Speedos werden vervolgens muzikaal volwassen (denk aan hun CD’s Trip To Houten en A Dreamin’ Life) en vormen op dit moment een in Duitsland erg populaire all round rock ‘n’ roll partyband (met geheel in die lijn hun laatste CD We Did It). Ze hebben nog altijd die muzikale klasse, weten een weergaloze liveshow neer te zetten maar het pure zoals we op deze It’s Only Rock ‘n’ Roll CD horen hebben ze niet meer. Info: www.thespeedos.com en www.part-records.de (Frans van Dongen)


naar boven




28 juli 2010


RIDE ALONG!/ MAIBELL & THE MISFIRES
El Toro Records, ETCD 6042

Vanuit het zonnige zuiden bereikte ons deze gloednieuwe Spaanse El Toro CD van Maibell & the Misfires. De aantrekkelijke donkerharige dame Maibell, die de cover siert, is echter geen mooie temperamentvolle Spaanse, doch een Finse schoonheid. Maibell & the Misfires is namelijk een viertal uit Het Land Van De Duizend Meren met naast Maibell de drie heren KK (sologitaar), Slim (drums) en Mike (contrabas), die allen ervaring hebben opgebouwd in Finse rock ‘n’ roll bands (of rock ‘n’ roll gerelateerde bands). KK kennen we van The Daryl Haywood Combo.
De band gaat voor een eigen geluid met honderd procent eigen songs. De songstructuren van deze inventieve songs blijven niet steken in de bekende rock ‘n’ roll patronen. Zoals al vaker gezien kan dat een voordeel zijn (want wellicht origineel en verfrissend), of een nadeel opleveren (want te poppy of te ver van de rock ‘n’ roll roots verwijderd). Feit is dat ik het album enkele keren moest draaien om er echt ín te komen. We hebben het hier dus niet te maken met wegwerpmuziek, dat is zeker. Maibel en haar mannen zorgen voor een volwassen geluid dat daarbij ook nog eens eersteklas rock ‘n’ roll genoemd kan worden. De melodieën zijn niet altijd puur 50’s rock ‘n’ roll, maar het geluid is dat wel en de poppy invloeden zijn invloeden van vintage pop, niet van moderne pop. Do The Stomp is een naar de begin jaren ’60 riekende song, met een laat jaren ’50 gitaargeluid. Het gitaargeluid van Mistery & Heartache doet me dan toch het meest denken aan Sun. De ritmesectie houdt het nummer bijzonder krachtig en Maibell heeft gewoon een uitstekende stem, en daarbij is de melodie echt ijzersterk. Ook nummers als You’re Gonna Miss Him, Sweet Love, Never Been In Love Like This, en noem maar op, zijn prima, goed opgezette songs met stuk voor stuk voorzien van uitstekend gitaarwerk inclusief inventieve solo’s. Dat laatste met als prachtige voorbeeld het van opzet rustige Why Oh Why dat in de solo bijna naar surf neigt.
De band slaagt erin een eigen sound te creëren zonder de roots van de rock ‘n’ roll te verloochenen. Een enkele keer doet me de band wat denken aan Toini & the Tomcats uit Noorwegen, maar dat is wellicht omdat ik te geforceerd probeer naar een zekere gelijkenis te zoeken. Degenen die ietsjes verder kijken dan Shake Rattle & Roll en Jailhouse Rock doen er verstandig aan dit album eens aan een luisteronderzoek te onderwerpen. Grote kans dat je er geen spijt van zult hebben. Ride Along! Info: www.myspace.com/maibellandthemisfires en www.eltororecords.com (Frans van Dongen)


GLIESE ATTACK/ THE BOPPIN' GLIESERS
Crazy Times Records CTR-CD 111

Je kan tegenwoordig niet meer afgaan op het uiterlijk van een CD. Dit trio uit Bourgogne (F) ziet er heel hepcat uit maar hun muziek blijkt totaal anders. Twee van de drie zitten ook in een ander modern trio, Liquor And Poker: L&P-drummer Jimmy is hier zanger-contrabassist, Eddie speelt in beide bands de gitaar. Jonge kereltjes trouwens, de oudste van de drie is 24 jaar. De CD is helemaal begin jaren '80 neo: gitaar-contrabas-drums-bezetting, een kurkdroge sound, in your face vocals die naar voor gemixt zijn, over the top kort afgeknepen scherpe gitaar (in contrast met bijvoorbeeld de Brian Setzer school van spelen) en veel screams. Bovendien zijn dit veertien eigen nummers, uiteraard modern van stijl maar vrij goed gespeeld, met tussendoor invloeden van swingblues (Caravans?) en de gitaren van Link Wray en Eddie Angel. Helemaal top: de zang heeft voor één keer eens géén Frans accent. In dat kader van een throwback naar de neo van de jaren '80 is deze CD dan ook erg geslaagd voor liefhebbers van bands als Buzz & the Flyers. In het weekend van 8 tot 10 oktober spelen ze in het Bacchus Café in Geel (B), de Cruise Inn, Amsterdam en The Rambler, Eindhoven. Info: www.crazytimesmusic.com en www.myspace.com/boppin39gliesers (Frantic Franky)


DEVIL BOP/ THE HONKY TONK POUNDERS
Part Records, PART-CD 641.002

Er zijn nogal wat Duitse rock ‘n’ roll bands en velen van hen sturen, al dan niet middels het platenlabel, hun nieuwe CD naar ons toe (maar dat is logisch, aldus Johan Cruyff). Zo ook The Honky Tonk Pounders uit Siegen, Nordrhein Westfalen. Het is niet helemaal een nieuw album, in zoverre dat 10 van de 15 nummers van het trio (gitaar-contrabas-drums) eerder verschenen op hun 10-inch vinylabum Spotlight On, dat we in onze 43e gedrukte uitgave in 2002 reeds bespraken.
Vijf songs zijn wel nieuw en je kunt niet echt horen dat er 8 jaar tussen de oudere en de hedendaagse opnames zit. De opener Devil Bop doet de naam van de band nog het meeste eer aan, al klinkt hun honky-tonk lekker wild. Noem het dus maar rockabilly, ha ha! Als een song in de titel het woord ‘Bop’ kent en je krijgt spontane neigingen om inderdaad de bop te doen is het nummer geslaagd. Ah, wat een lekker ritme heeft die song! Sea Of Tears bopt ook, maar is voorzien van een twangy gitaar in een ‘western prairie’ melodie. Voor hun Bad Hair Boogie maakten de Pounders gebruik van een pianist en zo had er nog wel een nummer op gemogen, want de melodie is aanstekelijk. Lovesick Fool is standaard rockabilly en met Freight Train Running gaat de band weer over tot de bop-orde van de dag waarbij er in de solo een gastrol voor een lekker smerige mounthharp is weggelegd.
Van de songs die destijds op hun 10-inch stonden haalde ik in mijn review destijds de nummers Hot Rod en Sweet Innocent aan, waarbij ik vond dat deze laatste wat weg had van de Britse Jets. Op beide songs wordt uitermate goed gitaar gespeeld. Het valt me trouwens op dat de jiver Boom Boom veel gelijkenissen kent met Bim Bam van Sam Butera, maar dan zonder die klassieke stops. Maar over het algemeen is hun schrijverskunst best in orde. Ze schreven alle songs zelf. De sound van The Honky Tonk Pounders is authentiek, maar met de moderne geluidskwaliteit opgenomen. Die mix kunnen we geslaagd noemen. Info: www.part-records.de en www.myspace.com/thehonkytonkpounders
(Frans van Dongen)


naar boven




15 juli 2010


PRIMITIVE CHICKS GET THEIR SLAP BASS KICKS
Collector Records, CLCD 4535

Collector Records bracht na een sabbatical niet alleen de allereerste DVD ooit uit (de onlangs besproken Vaden DVD), dit is ook weer de eerste CD die het label na een jaar uitbrengt. De titel is Primitive Chicks Get Their Slap Bass Kicks, op het hoesje abusievelijk als Primitive Chicks Get There Slap Bass Kicks weergegeven. Maar dat kan natuurlijk ook wel kloppen, want je wilt niet weten op welke plaatsen sommige meiden hun slapbass kicks wellicht krijgen…
Over hoogtepunten gesproken: de CD kent er wel een paar. De hoofdstroming omvat rock ‘n’ roll uit, zo schat ik, de eind jaren ’50. Female rock ‘n’ roll welteverstaan waarbij de ene keer het prille bloempje, de volgende keer de pittige tante en de andere keer de zwoele dame haar opwachting maakt. Wat dacht je van de zelfbewust klinkende Sally Starr die met de sexy jiver Rockin’ In The Nursery vast vele patiënten beter zal doen gaan voelen. Het pittige gitaarwerk in de verder door de sax gedomineerde jiver past zeer goed in het nummer. Debbie Williams is erg representatief als teenager in Teenage Style als pittigere en nog jongere Brenda Lee sound-a-like. Kim Tarry doet het dan weer wat sexier met haar min of meer ingetogen nummer Ha Don. Bijna zwart klinkt Lisa Bett in de uitstekende I’m Movin’ On dat een flinke dosis rhythm & blues herbergt, en geheel anders, want hillbilly bop, is het in samenzang vertolkte Oh Baby Whoa Baby Oh door de We’re Not Sisters die niet alleen gezien de titel, maar ook gezien de lekker donker slappende bass het concept van de CD goed doen. Apart is de aanwezigheid van de instrumental Perry’s Theme waarin dus geen enkele noot gezongen wordt. De uitvoerders zijn dan wel The Good Girls, maar zou het echt een voltallige damesgroep zijn? Ook opvallend is dat er ook enkele gemengde duetten van ene Lucia en Johnny op de CD voorkomen die naar mijn inziens niet helemaal in het concept van deze CD passen (Marriage Talk en No More). Maar wie maalt daarom? Op een enkel slap niet-echt-rock ‘n’ roll-nummer daargelaten is dit een aantrekkelijke CD met 30 tracks, waarbij sommige hoorbaar opgepoetst moest worden om de geluidskwaliteit wat op te krikken. Haal ze in huis, deze dames!
Info: www.collectorrecords.nl. (Frans van Dongen)


JUST THINK ABOUT ROCK & RHYTHM
Still Records, SLCD 1174

Dit vind ik altijd een bijzondere reeks: het zwarte spul dat op het zogeheten Still Records verschijnt. Al deze CD’s vertegenwoordigen de zwarte rock ‘n’ roll en rhythm & blues als tegenhanger van de blanke rock ‘n’ roll op de Collector Records CD’s. Waar de vorige uit de reeks (die eigenlijk geen op zichzelf staande titel kent) ophoudt, gaat deze Just Think About Rock & Rhythm energiek verder. Het is eigenlijk niet mogelijk om de betere tracks eruit te pikken, want ze zijn alle 26 goed of op z’n minst interessant. Alle 26 zijn ze rauw. Alle 26 zijn ze ongepolijst. En alle 26 zijn ze primitief. Deze muziek past dus goed bij ondergetekende die zijn rock ‘n’ roll niet altijd gladgestreken behoeft te hebben. Uiteraard is het de sax die vaak de boventoon voert, maar de elektrische gitaar doet er hier niet voor onder. De meest bekende naam op de CD is zonder twijfel Maurice Williams & the Zodiacs die vanzelfsprekend doo-woppen met Say Yeah en Collage Girl, ook al blijft dit pure rhythm & blues, zeg maar vocale rhythm & blues. De tofste instrumental op het album lijkt me Pachuco Hop van Mad Mel Sebastian, een honker van jewelste, al is zijn uitvoering van Raven Hop ook zeker niet onverdienstelijk. Het zal geen verbazing opwekken dat een enkele bijdrage overhelt naar blues, zoals Hands Off He’s Mine van Jim Hyde & the Velairs (Mine? Jim is toch zeker geen vrouw?) dat dan wel tot de meest up tempo blues behoort. You Are My Dear van Arvella Gray neigt zelfs naar delta blues. Anyway, het houdt de CD in ieder geval afwisselend. De meest vreemde track is wellicht Larry’s Boogie van Larry Allen, alleen al omdat deze piano boogiewoogie de minuut maar net overstijgt. Toch een poging wagen om de beste track eruit te vissen? Wel, dan ga ik voor Night Train door Chuck Vallent & Bob Marriott & the Continentals. Hoe het klinkt? Just think about rock & rhythm!
De serie blijft prima en omdat de reeks geen echte titel heeft, laat staan genummerd is als volumes, maakt het niet uit bij welk deel je begint. Info: www.collectorrecords.nl. (Frans van Dongen)


naar boven


Boek Recensie



8 juli 2010







HET TIGRA MEISJE/ ISABELLE DAMS
Uitgeverij Linkeroever (www.linkeroeveruitgevers.be)
ISBN: 9789057203305
189 pagina’s; verkoopprijs € 16,90

Als ik geen muziek beluister kijk ik films en als alle films bekeken zijn lees ik een boek. De echt dikke pillen bewaar ik voor de vakantie, maar tot de vakantie had ik nog iets snels nodig, en dan kwam dit boekje (189 pagina’s met veel blanco spaties) handig van pas. Het Tigra meisje uit de titel is de pin up met het tijgerkapje op de pakjes Tigra, een Belgisch sigarettenmerk uit de fifties dat sinds enkele jaren een comeback maakt, mede door dat retro imago. Ik zie nogal wat rockin' chicks in mijn omgeving Tigra roken. Dat Tigra meisje heeft echt bestaan en is zelfs een Vlaamse (zonder Letse roots, zoals weleens beweerd wordt), Angelina Saey, een Antwerpse die poseerde voor illustrator Al Moore (USA) die begin jaren '50 de Tigra pin up ontwierp. Over Saey's leven is weinig bekend, en ook haar dood op 46-jarige leeftijd was mysterieus: ze werd op 16 maart 1979 onderaan de trap van haar villa in Brasschaat gevonden met een touw rond de nek. Zelfmoord, was de eerste conclusie, al kwam de politie snel tot de vaststelling dat het om een gecamoufleerde moord ging. Saey's 19-jarige zoon werd korte tijd aangehouden maar vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs, haar echtgenoot (een diamantair) beweerde om onduidelijke redenen dat de KGB en de Mossad achter de moord zaten. De zaak werd nooit opgehelderd. Isabelle Dams, auteur van titels als Open En Bloot, Sexappeal, Honderd Hete Vragen en de roman Geil (gelukkig laat ze dat onderwerp grotendeels achterwege in Het Tigra Meisje) sprak naar eigen zeggen met mensen die rechtstreeks en onrechtstreeks met de zaak te maken hadden, alsmede de toenmalige speurders die haar evenwel niets nieuws konden (of wilden?) vertellen. Ze interviewde "mensen die Saey gekend hebben en mensen die mensen kenden die haar gekend hebben", om de moord te reconstrueren en een "teder portret " te schetsen. Nou, nou. Als ik dat zou gedaan hebben zou ik proberen een biografie te schrijven, maar Dams maakt er een roman van die nergens het niveau van een stationsromannetje overstijgt. Dat doet ze via enkele fotokopietjes van krantenartikelen en een soort in de ik-vorm geschreven dagboeknotities van mensen uit Saey's omgeving, vooral buren die het huis waar Saey woonde in de gaten houden, een man die een buitenechtelijke relatie met haar heeft, en figuren die duistere zaakjes doen met haar echtgenoot, dat alles in een erg volks taalgebruik, voorafgegaan door een niets ter zake doende in Spanje gesitueerde proloog over een katvrouw die mannen verleidt en tijdens de daad verscheurt. Het resultaat is vooral boring. Dit boek brengt ons geen stap verder bij wie Saey was, laat staan bij een opheldering van de moord of zelfs maar een hint naar een mogelijke dader. Was ze nu een fotomodel, of een "gezelschapsdame"? We komen het in Het Tigra Meisje niet te weten. Ook wordt slechts heel kort stilgestaan bij het feit dat Saey's echtgenoot in 2008 tot vier jaar cel werd veroordeeld als kopstuk van een criminele drugsbende die XTC labs en hashplantages opzette. De openbaar aanklager noemde hem toen de peetvader van de organisatie die internationale transporten van cocaïne, amfetamines en cannabis gecoördineerd zou hebben. Ook Saey's zoon, die naar verluidt momenteel in Spanje woont, werd gelinkt aan schriftvervalsing, zwendel, en chantage.
Als ik u daarentegen een goeie roman over een waargebeurde jaren '50 moordzaak mag aanraden, dan wordt het In Cold Blood (In Koelen Bloede) van Truman Capote. (Frantic Franky)


Single
Recensie



MY BABY ROCKS/ JAKE CALYPSO & HIS RED HOT
Chickens Records 171109

Jake Calypso & his Red Hot (zijn Red Hot wat?) zijn een nieuwe Franse band, maar de naam van het label en het adres geven weg wie dit zijn: Jake Calypso is een schuilnaam voor het Noord-Franse gitaar-contrabas-drums trio Hot Chickens, de band van onvermoeibaar rock 'n' roll ambassadeur Hervé Loison, de man achter het gratis Bethune Retro rock 'n' roll stadsfestival. Moet je maar klaarspelen: op kosten van de stad Gene Summers laten optreden. Met zijn allereerste bandje The Corals bracht Hervé een single uit op Mac Records, met Mystery Train bracht hij twee albums en 3 singles uit (ondermeer op Rockhouse), en nu is hij al 10 jaar aan de slag met Hot Chickens. Met Jake Calypso is het niet de bedoeling ook 10 jaar alle cafés in West-Europa af te dweilen - zo vertelde Hervé ons - doch slechts een beperkt aantal selecte concerten te spelen in optimale omstandigheden. Lees: Jake Calypso zou graag wat grote festivals doen. De muziek moeten we - opnieuw volgens Hervé - situeren in de rockabillystijl van het mythische Meteor label uit de jaren '50, en hun MySpace verwijst verder niet alleen naar Sun maar ook naar andere bij de liefhebbers erg gewaardeerde labels als Goldband, Starday, Sarg, Dixie en Marvel. Dat maakt ons uiteraard benieuwd, dus snel deze single uit het wit papieren hoesje geplukt en in één vlotte beweging op onze pick-up gezwierd.
My Baby Rocks is een stevige oldschool rockabilly bopper met enkele stops en een primitieve sound waarin vooral de zware contrabas en de twee vlijmscherpe gitaarsolos met veel Johnny Burnette distortion opvallen. De hiccuppende vocals zijn vervormd, altijd handig om een niet-Engels accent te omzeilen. Mogen wij hier van een dansvloervuller gewagen? Deze 2 minuten en 12 seconden zijn immers puur bopgenot en het soort plaatje waarvan wij destijds toen we Hemsby nog onveilig maakten gelijk aan de DJ gingen vragen wie dat was om het onmiddellijk te gaan aanschaffen bij de dichtstbijzijnde platenstand voor het uitverkocht was. Ja, Bim Bam Records heeft destijds goed aan ons verdiend. Bestaan er vandaag de dag eigenlijk nog clubhits? My Baby Rocks verdient het namelijk er één te worden, in de traditie van een A-V8 Boogie. B-kant My Honey Bop is meer van hetzelfde maar nu in een Nat Couty Woodpecker Rock mood, met merkwaardige melodiewissels die wonderwel in dit sfeertje passen. 100% perfect zijn deze twee kantjes niet, maar dat is Woodpecker Rock ook niet en heeft dat ooit uw plezier vergald? Loeihard spelen en loos gaan is hier de boodschap! Wij kijken alvast uit naar het album dat in september zou uitkomen, en hopen Jake Calypso volgend jaar op bijvoorbeeld Rockin' Around Turnhout te zien. Info: www.myspace.com/musicloversprod (Frantic Franky)


naar boven


DVD Recensie



1 juli 2010

THE VADEN RECORDS 1950's REUNION
Collector Records, CLDVD 4549

Een DVD van Collector? En bovendien een live-DVD gefilmd in Amerika? Cees Klop ging toch met pensioen? Nou, samen met deze DVD komen er in elk geval vier nagelnieuwe Collector compilatie-CD’s uit, maar eigenlijk hebben we geen idee of dit nu een eenmalige ‘comeback’ is of dat Cees Klop inderdaad terugkeert uit vrijwillige ballingschap. Bij nadere beschouwing mag het evenwel niet verwonderen dat juist déze DVD wordt uitgebracht op Collector, want dit is de registratie van een reünie van artiesten die in de jaren '50 opnamen voor het kleine Vaden label in Trumann, Arkansas, en er is een speciale band tussen Vaden en Collector. Cees Klop was namelijk de allereerste persoon die de wereld liet kennismaken met Vaden, en dat deed hij al vanaf 1972 met twee LP’s van Teddy Redell en Bobby Lee Trammell. Daarbij kwamen verzamelplaten met losse Vaden tracks, en later CD’s van Teddy Redell en Larry Donn, en nog later gloednieuwe opnames van Redell. Sindsdien heeft iederéén die Vaden tracks geplunderd voor compilaties allerhande, maar het is dus allemaal begonnen met Cees. Een bijkomend voordeel was dat we dankzij Cees Larry Donn en Teddy Redell in de jaren '80 gewoon bij ons in Nederland konden zien optreden. Samengevat: Redell en Donn hebben hun huidige status als fifties helden voor een groot stuk te danken aan een Nederlander, en voor de verandering eens geen malafide kolonel. Grapje! Cees Klop wordt trouwens in de introductie op de DVD door de ceremoniemeester van dienst bedankt als "a very knowledgable gentleman when it comes to early rock 'n' roll, and he's paying for the sound". Cees betaalde niet alleen het geluid, hij gaf Boppin' Around bovendien de wereldprimeur om deze DVD te bekijken én te reviewen. Met andere woorden: you read it here first!
6 februari 2010: op het podium van het Trumann Recreation Complex vindt een 50ste verjaardagsreünie plaats van Vaden Records. Aanwezig: Teddy Redell, Larry Donn, Bobby Brown, Joyce Green en Chuck Comer. Top of the bill: Sonny Burgess & the Pacers, maar die staan niet op de DVD. Burgess (ook afkomstig uit Arkansas) nam nooit op voor Vaden maar speelde wel vaak samen met Bobby Brown. Jammer dat zijn set niet op de DVD staat, maar wie weet is dat ook gefilmd en verschijnt het later nog eens een keertje apart. Afwezig vandaag: Bobby Lee Trammell wegens dood. Dan nog zijn Teddy Redell, Larry Donn, Bobby Brown, Chuck Comer en Joyce Green samen op één affiche absoluut uniek, tenzij ze deze reünie vanaf nu elk jaar gaan doen natuurlijk. De eerste twee treden of traden in elk geval nog regelmatig op, en ook Bobby Brown heeft al in Europa gespeeld. Maar Joyce Green en Chuck Comer? Green stond naar verluidt niet meer op een podium sinds de jaren '70, en voor Comer is het al zo lang geleden dat geen mens het nog weet. Alleen al omwille van die twee was het moeite waard dat dit concert op beeldband werd vastgelegd.
Het Trumann Recreation Complex blijkt eerder een soort polyvalente sporthall dan een gezellige concertzaal. Iedereen zit braafjes op een plastic stoeltje voor een kaal podium. Op zich geeneens zo erg, want uiteindelijk is het de performance die telt, niet alles erom heen, en het plaatst enkel de aandacht nog meer op de muzikale prestaties zelf. Het hoeft niet altijd flashy te zijn om goed te zijn. Alle acts worden begeleid door een drummer en een elektrische bassist, en dat laatste vind ik wel jammer. Best mogelijk dat er op geen enkele Vaden plaat een contrabas meedeed, ik zou het niet weten, maar ik associeer fifties rock 'n' roll nu eenmaal met een contrabas. Is er in Arkansas geen rockabillybandje te vinden dat de Vaden artiesten met de vlam in de pan kon begeleiden?
Opener is Larry Donn, wiens wenkbrauwen er met de jaren steeds woester uitzien. Donn ziet er ook moe uit, en zijn van nature lage spreekstem haalt de hoge tonen niet meer. Hij speelt elektrische piano, wordt begeleid door e-bass en drums, en opent met That's What I Call A Ball. I'm Sorry I'm Not Sorry (Carl Perkins) wordt een medium tempo countryrocker, Queen Of Memphis (een country song van Confederate Railroad uit 1992 boordevol good old times van het I heard Carl Perkins sing Blue Suede Shoes type) trekt het tempo opnieuw op tot een sympathieke countryrocker. Donn lijkt momenteel helemaal in een Carl Perkins trip te zitten (van Dixie Fried maakt ie een medium tempo bluesrocker), afsluiten doet hij uiteraard met zijn eigen klassieker Honey Bunn. Doorheen zijn hele set lijkt Donn niet verlegen om een valse noot meer of minder op de piano. Toch is dit in zijn geheel niet slecht, al had ie volgens mij begeleid door een rauw bandje als The Playboys (GB) wellicht beter tot zijn recht gekomen.
Waarna het de beurt is aan Chuck Comer, meteen goed voor een schok: Comer zit in een rolstoel, wat hem er niet van weerhoudt de show te stelen. "How do you like me so far?" vraagt ie guitig nog voor hij één noot heeft gezongen, wat op applaus wordt onthaald, en refererend naar de enige single die hij uitbracht op Vaden grapt ie "I don't know who would want a little more lovin' from me at this stage in my life". Hij zit niet enkel in een rolstoel maar lijkt ook gehoorproblemen te hebben, want hij zingt (het mij onbekende) I'm Gonna Take My Guitar uit de maat met de begeleiding. Kern Kennedy van The Pacers speelt piano, Larry Donn geeft een schreeuwerige gitaarsolo. Little More Lovin' klinkt totaal geïmproviseerd, met opnieuw Larry Donn flink uit de toon. De B-kant van Little More Lovin', de ballad Shall We Dance, brengt ie niet. Chuck Comer: 76 jaar, geen stem meer en kromgebogen in een rolstoel: respect! Maar: wel degelijk nog clever van geest, zoals blijkt uit de korte backstage interviews die als bonus op de DVD staan, waarin de interviewer vaak veel meer anekdotes, verhalen en achtergrondinfo over Vaden uit de artiesten haalt dan ze uit zichzelf loslaten. Iemand als Larry Donn heeft immers een vlotte babbel, da's geweten, maar Joyce Green bijvoorbeeld komt niet verder dan ja, nee, en het was echt wel geweldig in de jaren '50.
Teddy Redell speelt niet op een elektrische piano maar op een rechtopstaande barrelhouse piano, en opent met de instrumental Pinetop's Boogie Woogie. Helaas staan de camera’s niet ideaal gepositioneerd om Redell in beeld te nemen: we zien nooit zijn handen, en de meeste footage is recht voor het podium geschoten, wat betekent dat verschillende mensen in en uit beeld lopen om foto’s te nemen en een drankje te gaan halen. Knockin' On The Backside was Redell's eerste Vaden single (en zijn eerste single tout court), Goin' To California Bye Bye Sue is een boogie die hij al opnam ergens rond 1952, 1953 maar toen onuitgebracht bleef, Pipeliner is een piano klassieker geschreven door Moon Mullican maar ook door Redell opgenomen voor Vaden. Teddy Redell, begeleid door zijn eigen drummer en elektrische bassist, geeft hier zeker een capabele performance, maar toch vertoont ook hij al ouderdomsverschijnselen.
Ook naar Joyce Green keek ik erg uit: haar Black Cadillac vind ik dertig jaar nadat ik het voor het eerst hoorde nog steeds een sterk staaltje agressieve female rock 'n' roll. Luister maar eens naar de tekst: "I caught you cheatin' and runnin' round, and now I'm gonna put you in a hole in the ground, I'm gonna ride to your funeral in a black cadillac. I'm gonna buy me a pistol, great big forty-five, I'll hire a black cadillac to drive you to your grave, I'm gonna be there baby, throw that mud in your face." Het soort tekst dat Wanda Jackson nooit zong! Anno 2010 ziet Green er nog immer uit als een tante met wie het kwaad kersen eten is, en ook zij heeft een kapotte stem, maar eigenlijk past dat wel bij haar. Alleen jammer dat zij net als Chuck Comer slechts één single opnam voor Vaden en het dus op een Shake Rattle And Roll, Long Tall Sally en Roll Over Beethoven zet alvorens Black Cadillac aan te vatten. Al die nummers klinken als uptempo bluesy boogie, en dat is natuurlijk het gevolg van geen rockabillybandje en geen gitaar bij de hand te hebben. Green gaat er evenwel zo enthousiast tegenaan dat ik het niet zou wagen dat tegen haar te zeggen: ze zou wel eens kunnen antwoorden met haar vuisten, dunkt mij. Zelfde band als Teddy Redell plus Teddy zelf aan de piano, waarna Redell afsluit zonder Joyce Green met zijn eigen Judy op Vaden (gecoverd door - jawel - Elvis), en de (mij onbekende) trage Floyd Cramer-achtige instrumental Say Goodnight.
Afsluiter is Bobby Brown, begeleid door Sonny Burgess & zijn Pacers inclusief sax, piano en elektrische bas. Wie bas en sax speelt weet ik niet, want de bezetting staat niet op de DVD vermeld. Brown heeft een erg bluesy stem én manier van zingen, maar toch misschien de beste stem van alle artiesten op de DVD. Please Please Baby krijgt een bluesy arrangement waarvan het bluesgehalte nog wordt verhoogd door de mondharmonica solo van de saxofonist. Long Tall Sally passeert voor de tweede keer vandaag maar komt niet boven het niveau van de gemiddelde bluesrock caféband. Ook Down At Big Mary's House wordt een zwarte rocker. Pacers drummer Bobby Crafford mag ook een nummer zingen, Short Squashed Texan uit 1965 (een parodie op de standaard Long Tall Texan met een hoog Coasters-gehalte, te vinden op de Collector CD The Razorback Rock 'n' Roll Tapes van Sonny Burgess en Bobby Crafford & the Pacers), waarna The Pacers op deze DVD ook hun geheel eigen draai mogen geven aan Wipe Out.
Tot daar de muziek, nog even een opmerking over de beelden, waarin flink werd geknipt en ge-edit. Dat gaat evenwel niet ten koste van de vlotheid, integendeel: aan gebabbel tussendoor en podiumwissels heb je als kijker immers totaal niets. Close ups van de begeleidende muzikanten hadden voor mij evenwel niet gehoeven, en had in godsnaam niet iemand die openstaande zijdeur op het podium kunnen dichtdoen? Toch heeft deze DVD evenveel historische als muzikale waarde, ook al zijn de artiesten zelf wegens hun leeftijd wellicht al over hun hoogtepunt heen, en had de begeleiding zoals vermeld meer rockabilly mogen zijn. Ik heb ontzettend veel eerbied voor originele fifties artiesten omdat ik het onwaarschijnlijk vind dat we vandaag nog mensen aan het werk kunnen zien die meer dan 60 jaar geleden plaatjes opnamen, plaatjes waar we met z'n allen ondertussen al járen plezier aan beleven. Ik probeer ze steeds te gaan zien als ik de kans heb, en als het effe lukt laat ik dan graag mijn plaatjes en CD’s signeren en wil ik ook nog effe met hen op de foto. Maar juist omdat we moeilijk kunnen verwachten dat die artiesten nog steeds even vinnig zijn als toen vind ik het zo belangrijk dat we ze in zo goed mogelijke omstandigheden op een podium plaatsen, zodat ze optimaal tot hun recht komen. Dat soort missie blijft een werk van liefde, en als Cees Klop het nu niet had gedaan had waarschijnlijk niemand het gedaan en hadden we nooit beelden gehad van Chuck Comer en Joyce Green. Larry Donn schrijft in de linernotes een korte geschiedenis van Vaden Records, gebaseerd op zijn eigen herinneringen, en haalt daarbij terecht de woorden van Glen Glenn aan die opmerkte dat 50’s artiesten een exclusieve club zijn waar nooit iemand zal bijkomen. Volgend jaar zijn ze misschien allemáál dood, en daarin ligt het ware belang van deze DVD. Info: www.collectorrecords.nl (Frantic Franky)


naar boven

CD Recensies



TOO DRUNK TO TRUCK/ THE SIXTYNINERS
Voodoo Rhythm Records, VRCD62

Voodoo Rhythm, het trashlabel van de geschifte Zwitser Lightnin' Beat-Man, stuurt ons altijd mooi verzorgde promopakketjes met stickers en postkaarten, alsmede een promotekst waarin steevast zoveel mogelijk genres en adjectieven worden vermeld. Deze CD bevat volgens de platenfirma dan ook "rauwe americana, white trash country, stompende hillbilly recht uit een trailerpark in North Carolina, sexy country southern blues rock" en ga zo nog maar even door. The Sixtyniners komen evenwel niet uit North Carolina maar gewoon uit Amsterdam en Groningen en zijn eigenlijk een duo bestaande uit Michiel Hoving en Claudia Hek, twee namen die eerder een belletje doen rinkelen als grafici dan als muzikanten. Claudia, bekend (vooral in de garagerock) van haar flyers, T-shirts en posters, speelt drums, Michiel, de ontwerper van cartoonfiguurtjes als Ugly Mean Chickie, Dead Rat en Hot Duck, zingt en speelt gitaar. Om eerlijk te zijn: ik had nog nooit van The Sixtyniners gehoord. Dit blijkt hun derde release en die klinkt tot mijn verbazing helemaal niet als een duo, omdat ze zoveel vrienden hebben uitgenodigd dat de CD wel lijkt opgenomen door een bijzonder fulle full band. Te gast zijn ondermeer Rene van Barnveldt van Urban Dance Squad, Arnold Lasseur en Bart van Strien van The Hillbilly Boogiemen op viool, mandoline en banjo, Ferd Lionel Moyse IV van de Amerikaanse bluegrass band The Hackensaw Boys op viool, Cyril Yeterian van de Zwitserse cajun band Mama Rosin op melodeon, en Paul Carriere van de Groningse garageband The Beavers op orgel. Geen idee of The Sixtyniners live als duo optreden dan wel met gastmuzikanten, dus dat zal ik deze zomer een keertje live moeten checken. De muziek op de CD is in elk geval aardig gevarieerd en klinkt als een combinatie van country en southern rock, het soort muziek dat er in gaat als koek bij wat ik het Sjock publiek zal noemen. Opener en titeltrack Too Drunk To Truck is een moderne herinterpretatie van de truckerscountryrock met elektrische bas en veel steel, en er rammelt ook een banjo doorheen. Denk hier bij de term truckerscountryrock niet aan Henk Wijngaard maar aan The Byrds die begin jaren '70 op zwier gaan met Rick Nelson, maar dan met een geinige tekst. De banjo leidt samen met fiddle ook de hoofdtoon in Chicken Stew, een nummer met niet alleen een hoog bluegrass gehalte maar vooral ook een hoog Thank God I'm A Country Boy gehalte. Play Dead is dan weer een pak rockender door de stevige gitaarrifs in southern rock stijl. Ook de traditional John Hardy is heel stevig en uptempo, maar vertoont dan weer heel veel cajuninvloed en een heel arsenaal aan fiddles. Wie zingt hier trouwens die hoge schelle vrouwenstemmen? Is dat Claudia? Shake is een soort countrybluesbop, maar toch ook weer heel modern van aanpak. Nog bizarder is Almost Done, eigenlijk I Got Stripes waarop een sousafoon (in Vlaanderen heet dat bombardon) en andere toeters het leitmotief torsen in een arrangement dat heel anders loopt dan de bekende Johnny Cash versie. Deze Almost Done is immers gebaseerd op Leadbellys' origineel, dat On A Monday/ I'm Almost Done heette. In Teardrops wordt de geest van Country Dick Montana zaliger opgeroepen in een uiteraard over the top country song. Griezelig hoe de zang hier zo dicht bij Country Dick's stem komt. Ik ken het nummer niet en er staan geen componisten vermeld, dus ik kan niet zeggen of het nummer ook origineel van Country Dick is. (Edit 8 juli: dan vragen we het toch gewoon aan de band zelf! Teardrops blijkt inderdaad een eigen nummer) Dat Hoving niet echt een superzanger is blijkt uit The Race Is On, maar dat doet eigenlijk niet ter zake: de sfeer is wat telt op deze CD. De Sixtyniners versie doet in elk geval een verdienstelijke poging in het wereldkampioenschap om ter snelst The Race Is On spelen, en zelfs dan blijft het overeind als een wereldnummer.
U hebt het al door: genrevermenging en rariteiten alom hier, en in die zin typisch Voodoo Rhythm. Minder typisch Voodoo Rhythm is dat het geluid nu eens niet trashy is maar integendeel heel vol. Niet alle nummers zijn ons ding wegens soms iets te rock en vooral het Neil Young geneuzel van afsluiter Terlingua had voor ons niet gehoeven, maar denkelijk is dit wel de ideale soundtrack voor uw barbecue op Sjock deze zomer. Naar goede Voodoo Rhythm gewoonte ook uit op vinyl LP VR1262. Info: www.voodoorhythm.com en www.myspace.com/thatsthewaytogo (Frantic Franky)


RED WEST & HOT RHYTHM!/ RED WEST & HOT RHYTHM!
Red West Production, RWP 04

Misschien dat er niet echt een belletje bij je gaat rinkelen bij het horen van de naam Jorgen Red Westman, alias Red West, maar als ik de naam The Buckshots laat vallen trekken je wenkbrauwen wellicht toch enigszins omhoog, al moet je ze niet verwarren met de Buckshots uit Amerika of die uit België. Red West is namelijk de ex-frontman van deze onlangs gesplitte Zweedse band waarvan we twee jaar geleden hun afscheids-CD voor het voetlicht brachten. Hot Rhythm bestaat uit Roine Lundstrom (contrabas), Tommy Olsson (drums), Per Eriksson (piano) en Philip Mauritzson (sax).
Simplistisch waargenomen gaat waar The Buckshots ophouden Red West & Hot Rhythm vrolijk verder. En aangezien we hier niet als simpel bestempeld willen worden hebben we hier heus wat aan toe te voegen. Waar we The Buckshots ooit foutloos maar ietwat glad vonden klinken werd daar met het live opgenomen afscheidsalbum 20 Live Rounds genadeloos mee afgerekend. Onze blije constatering is nu dat het energieke van het live geluid van The Buckshots op dit studioalbum niet alleen aanwezig is, doch zelfs het handelsmerk geworden lijkt te zijn met titels als Boogie Woogie Flu (supersnelle jiver met sax), Daddy’s Got Himself A Brand New Automobile (rough and tough!), No Fuzz ‘n’ No Fight (beetje standaard rock ‘n’ roll met piano in een bekend klinkende melodie), I Call On You (met een wat moderne, doch melodieuze opzet en vooral érg kort: 1.30 min.), I Ain’t Drunk I’m Just Drinkin’ (brute gitaarrocker met Jump, Jive & Wail melodie) en Stolen Cadillac (ook prima, maar aan het eind van het album wellicht wat overdadig, zeker omdat het op, met name, Daddy’s Got Himself A Brand New Automobile lijkt). Ook de wat 'rustigere' varianten van dit soort songs zijn aanwezig (met als beste wellicht het medium tempo Woo At Night of het melodieuze Lovelight), maar waar ‘m het grote verschil in zit is dat West op dit album verrassend genoeg ook wat andere wegen inslaat. Mede de twee nummers gezongen door wederhelft Mary West dragen daartoe bij. Blue Nights Without You is een heuse highschool rock ‘n’ roll ballad waarbij het volle saxgeluid een extra dimensie aan het nummer toevoegt. Zo krijg je een prima sfeervolle song waarmee Mary ook nog eens erg goed uit de voeten kan. Erg, érg mooi! Het tweede nummer dat Mary mag vertolken is eveneens een ballad, die echter totaal anders van opzet is. Deze track heeft namelijk een jazzy inslag en zou niet misstaan in een zwoele nightclub. In het nummer Broken Dreams neemt Red West je mee naar gebroken liefdes op uitgestrekte prairies en uiteraard mag dan de steelgitaar hier een deel van de sfeer bepalen. Met de afsluiter Let’s Fall In Love gooit men het weer over een andere boeg, want deze instrumental heeft erg veel weg van het bekende Sleepwalk.
Het energieke handelsmerk van de band wordt zo nu en dan mooi doorbroken door verrassende uitstapjes naar andere, doch aanverwante genres en zo vormt de muziek op de CD een mooi uitgebalanceerd geheel. Maar eerst en vooral laat je je bij Red West toch vooral meedrijven op de woeste golven van energie, drive en backbeat. Wie ze naar hier haalt heeft mij als toeschouwer! Info: www.redwest.se en www.redwestproduction.com (Frans van Dongen)


naar boven





Lees hier de oudere recensies

Terug naar de voorpagina